Archives

Ketelwagen Broom – Giftige wolk

Algemene beschrijving
Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de ketelwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de broom in korte tijd uit. De broom verspreidt zich over het spoorbed, dampt uit en vormt een giftige roodbruine wolk. De wolk verspreidt zich met de wind mee.

Effecten
Broom is een roodbruine, giftige vloeistof met een indringende karakteristieke geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. Hierdoor kunnen slachtoffers in de omgeving vallen. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware Effectsfile TNO Effects 11.2.1: Pool evaporation; Neutral gas dispersion: toxic dose.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Broom
Stofcategorie LT3
Inhoud tank 8 mbronvermelding via Hans
Vullingsgraad  90%[1]check
Totale massa vrijgekomen 23500 kg 
Type breuk Instantaan falen
Plasoppervlakte 600 m[2]
Druk in tank 1 bar (atmosferisch)
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Zonne-instraling 250 W/m2 [3]
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s) F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten:  
Representatief verdampingsdebiet 3,5  kg/s bij D5; 1,8  kg/s bij F1,5
Representatieve verdampingstijd  1288 s D5; 1706 s F1,5
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk broom na een ongeval met een ketelwagen wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans op een grote uitstroom en de correctie voor toxische stoffen.  Deze kans wordt per ketelwagen, per jaar, per wagenkilometer geschat op [4]:

    basis grote uitstroom toxisch scenario
Baanvaksnelheid <40 kmh Zonder wissels 1.4 x 10 -8 0.032 0.1 =  0.45 x 10 -10
Met wissels 4.7 x 10 -8 0.032 0.1 =  1.5 x 10 -10
Baanvaksnelheid >40 kmh Zonder wissels 2.8 x 10 -8 0.22 0.1 =  6.2 x 10 -10
Met wissels 6.1 x 10 -8 0.22 0.1 = 13 x 10 -10

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Baanvaksnelheid verlagen;
  • Inrichting van het spoor optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van wissels);
  • Het aantal transportbewegingen verminderen.
Effecten

Broom is een roodbruine, giftige vloeistof met een indringende karakteristieke geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden vanaf de rand van de plas voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [5]. De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [6]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-1600-2200-28095-1000-50-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
160220280950-50-50-5
2e ring160-300220-370280-46050-950-500-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
300370460500-500-500-50
3e ring300-520370-630460-7505 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
5206307505

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 640 mg/m3
200260330
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 130 mg/m3
600720860
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 33 mg/m3
145016801940
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 13 mg/m3
260029703360
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 3.3 mg/m3
613068307580
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 3.3 mg/m3
613068307580

Contouren giftige wolk Broom voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Broom voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-7600-9200-108095-1000-50-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
7609201080950-50-50-5
2e ring760-1320920-15401080-177050-950-500-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
132015401770500-500-500-50
3e ring1320-22201540-25301770-28505 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
2220253028505
(afstanden uit de tabel van hans kunnen in tabel 375)

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 640 mg/m3
96011501360
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 130 mg/m3
285032603700
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 33 mg/m3
674084008530
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 13 mg/m3
117001450014700
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 3.3 mg/m3
> 15 km> 15 km>15 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 3.3 mg/m3
>15 km> 15 km>15 km

 Contouren giftige wolk Broom voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Broom voor weertype F1,5

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [7]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [8] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [9]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gat grote en uitstroom snelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Broom is een roodbruine, giftige vloeistof met een indringende karakteristieke geur. De geur zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een ketelwagon met broom
  • Weten wat de gevaren zijn van broom
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. Focus zal liggen op beperken van lekkage en afschermen omgeving via verdunnen van wolk. Voor inzet brongebied (neutralisatie broom) wordt externe specialistische hulp ingeschakeld via een daarvoor bestemd noodnummer.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start met de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

  • Ontsmetting:
    – Ontsmetten mens, dier, vaartuigen en infrastructuur

Relevante aspecten zijn

  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen[10]
  • Toegankelijkheid gebied. Voor kwetsbare omgeving tweezijdig toegankelijk. Iedere 100 m toegang tot spoor en toegang tot op maximaal 40 m benaderbaar. [11]
  • Repressieve voorbereiding  en snelle alarmering
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd).
  • Passende (grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Effectieve (grootschalige) bluswatervoorziening voor eventuele afscherming (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [12]:

Bij het bestrijden van een giftige wolk heeft de brandweer de mogelijkheid diverse specialistische eenheden in te zetten zoals onder andere een specialistische interventie eenheid (SIE), AGS en meetploeg.

  • Houd rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals specialistische interventie eenheden (SIE)  voor incidentbestrijding gevaarlijke stoffen(IBGS), meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) voor het brongebied of het Regionaal Operationeel Team (ROT) voor het effectgebied.[13].  
  • Houdt rekening met de inzet van een of meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[14] 

Opkomst/inzettijd [15]

 Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

De opkomsttijden van de eenheden zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

30 minuten

·        Norm opkomsttijd eerste peloton.
         De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan [16
·        Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
·        Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
·        Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

·        Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

·        Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
·        Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van het afdekken van de plas met schuim en voor het verdunnen van de giftige wolk. De norm voor spoorincidenten met gevaarlijke stoffen is 6000 l/min binnen 15 minuten voor minimaal 4 uur. [17].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [18]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

 

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[19
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers die in aanraking zijn gekomen met broom.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [20]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [21]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [22]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen) en slachtoffers met bestaande longklachten.
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [23].

Type letsel

  • Broom werkt irriterend op de slijmvliezen van o.a. ogen en luchtwegen.
  • Blootstelling aan broom kan longoedeem en chemische longontsteking veroorzaken. De verschijnselen hiervan kunnen vertraagd optreden en versterkt worden door lichamelijke inspanning.
  • Effecten bij blootstelling van de huid aan de vloeistof zijn bijtend, roodheid en pijn, ernstige brandwonden, moeilijk genezend. Effecten van blootstelling aan de ogen zijn bijtend, roodheid, pijn, slecht zien, ernstige brandwonden.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

 

Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Afschakelbare centrale ventilatie Door de ventilatie zo snel mogelijk af te schakelen kan worden voorkomen dat de giftige wolk in gebouwen komt. 
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Tankwagen broom– giftige wolk De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een giftige broom wolk door een ongeval bij  transport op het spoor. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl 

 

  1. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015
  2. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  3. Handleiding risicoberekingen Bevi versie 3 blz. 46
  4. HART versie 1.1 hoofdstuk 9.4., 1 april 2015
  5.  Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  6. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  7.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  8. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  9. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  10. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  11. Bovenwindse aanrijroute. Vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4.6.8 p60,61
  12. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buiten beschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  13. De organisatie van de inzet van slagkracht is regionaal afhankelijk
  14. Uitgangspunt: in het effectgebied worden brandweervoertuigen(met ademlucht) ingezet op transport van de slachtoffers buiten naar het gewondennest  en op nacontrole van woningen.
  15. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  16. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  17. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019  p35 en bijlage 3
  18. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  19. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Ketelwagen Zwaveldioxide – Giftige wolk

spoor-ketelwagen-ammoniak-giftigewolkAlgemene beschrijving
Door een ongeval op het spoor breekt bij een ketelwagen gevuld met zwaveldioxide
de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de zwaveldioxide vrijkomt. Van alle vrijgekomen zwaveldioxide verdampt een deel direct. Ook zal een deel uitregenen waardoor een plas ontstaat.

Effecten
Er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. Zwaveldioxide is zwaarder dan lucht, een kleurloos gas en werkt reeds in lage concentraties vrij sterk irriterend op de longen. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 11.2.1: Two phase discharge, Spray release en Dense gas Toxic release.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Zwaveldioxide
Stofcategorie GT4/5
Inhoud tank 50 m3
Vullingsgraad 78%
Diameter uitstroomopening 75 mm [1]
Totale massa vrijgekomen 55.000 kg
Plasoppervlak 600 m2
Type breuk Full bore rupture
Representatieve druk 2,4 bar
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaat :  
Representatief massadebiet 53 kg/s 
Representatieve uitstroomtijd

1030 s (17 min) 

 

Na flashen De stof regent uit. Er ontstaat een plas vloeistof waaruit zwaveldioxide verdampt. [2]
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk zwaveldioxide na een ongeval met een ketelwagen wordt bepaalt door de kans op een ongeval en de kans op een continue uitstroom.  Deze kans wordt per ketelwagen, per jaar, per wagenkilometer geschat op [3]:

    basis N continue uitstroom scenario
Baanvaksnelheid <40 kmh Zonder wissels 1.4 x 10 -8 0.47 x 10 -3 =  0.66 x 10 -11
Met wissels 4.7 x 10 -8 0.47 x 10 -3 =  2.2 x 10 -11
Baanvaksnelheid >40 kmh Zonder wissels 2.8 x 10 -8 1.7 x 10 -3 =  4.8 x 10 -11
Met wissels 6.1 x 10 -8 1.7 x 10 -3 = 10 x 10 -11

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Spoorinrichting optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van wissels e.d.);
  • Toegestane rijsnelheid verlagen.
Effecten

Het effect van een wolk zwaveldioxide is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. 

Zwaveldioxide is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. Het tast de slijmvliezen en de ademhalingsorganen aan en irriteert zeer sterk de ogen. Inademing van zwaveldioxide kan leiden tot onherstelbare schade aan de longen. Bij inademing van hoge concentraties treedt verlamming van de ademhaling op en al snel verstikking. Dit beperkt de mogelijkheden om te vluchten uit een gebied waar aanwezigen worden blootgesteld aan zwaveldioxide.

In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [4].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [5]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 2100 - 2500 - 30095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
210250300950 - 50 - 50 - 5
2e ring210-370250-430300-51050 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
370430510500 - 500 - 500 - 50
3e ring370-610430-690510-8205 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
6106908205

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 440 mg/m3
770
8601020
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 240 mg/m3
110012001400
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 20 mg/m3
490051005900
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 20 mg/m3
490051005900
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 2 mg/m3
> 10 km>10 km> 10 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 2 mg/m3
> 10 km> 10 km> 10 km

Contouren giftige wolk Zwaveldioxide voor weertype D5

 

Grafiek letaliteit vs. afstand Zwaveldioxide voor weertype D5

Weertype F1,5(stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 4300 - 5450 - 63095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
430545630950 - 50 - 50 - 5
2e ring430-780545-1085630-133050 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
78010851330500 - 500 - 500 - 50
3e ring780-12201085-16101330-18805 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1220161018805

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5 SO2Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 440 mg/m3
2110
27503480
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 240 mg/m3
318039704880
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 20 mg/m3
> 10 km> 10 km> 10 km
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 20 mg/m3
> 10 km> 10 km> 10 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 2 mg/m3
> 20 km> 20 km> 20 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 2 mg/m3
> 20 km> 20 km> 20 km

Contouren giftige wolk Zwaveldioxide voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Zwaveldioxide voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [6]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [7] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [8]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gatgrootte en uitstroomsnelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Zwaveldioxide is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. De geur zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een zwaveldioxide ketelwagon
  • Weten wat de gevaren zijn van zwaveldioxide [9]
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen

 

Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. Bij de bestrijding van het incident ligt de nadruk op het redden, eerste hulp verlenen en transporteren van de slachtoffers naar het gewondennest. De inzet zal gericht zijn op het afschermen van de omgeving via het plaatsen van waterschermen. De plas moet verdampen omdat afdekken via schuim een grote milieu impact tot gevolg heeft. Naast schuim zal ook de reactie van zwaveldioxide met water onder vorming van zwavelig zuur bepalend zijn voor de milieu impact.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start met de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving [10];
    – Stabiliseren van het incident.
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).

Relevante aspecten zijn

  • Repressieve voorbereiding.
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen [11]
  • Bovenwindse toegankelijkheid gebied. Voor kwetsbare omgeving tweezijdig toegankelijk. Iedere 100 m toegang tot spoor en toegang tot op maximaal 40 m benaderbaar. [12]
  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Veilig inzetten van brandweereenheden in het benedenwindse gebied
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) .
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [13]:

  • Alle slagkracht wordt ingezet in effectgebied ten behoeve van de slachtoffers.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) of het Regionaal Operationeel Team (ROT).[14]. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied. 
  • Houdt rekening met de inzet van meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[15]
  • Houdt rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals de meetplan organisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.

 Opkomst/inzettijd [16]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

De opkomsttijden van de eenheden zijn weergegeven in onderstaande tabel.

30 minuten

  • Norm opkomsttijd eerste peloton.
    De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan. [17]
  • Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
  • Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
  • Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • In geval van een kleiner lek kan incidentbestrijding worden gericht op het dichten van het lek met gaspakken en afschermen met waterschermen via verdunnen/ opwervelen zwaveldioxidewolk. [18]
  • Voldoende openbare bluswatervoorziening  is noodzakelijk. De norm voor spoorincidenten met gevaarlijke stoffen is 6000 l/min. binnen 15  minuten voor ten minste 4 uur. [19].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [20]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[21
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers die in aanraking zijn gekomen met zwaveldioxide(gas).
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.
  • Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort van het ziekenhuis” is bij gassen niet van belang. [22]

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [23]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [24]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [25]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen) en personen met astma of gevoelige luchtwegen waar al bij lage concentraties last van ademnood kan optreden..
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [26]

     

Type letsel

  • Zwaveldioxide werkt irriterend op de ogen en luchtwegen. Bij een betrekkelijk geringe blootstelling bestaan de verschijnselen vooral uit tranende ogen, neusirritatie, keelpijn, hoesten, een brandend gevoel achter het borstbeen en pijn bij doorzuchten.
  • De effecten treden snel (binnen enkele minuten) op. Bij langere blootstellingsduur (enkele tot meerdere uren) lijkt de duur van de blootstelling minder invloed te hebben op de bronchiale effecten of nemen deze effecten zelfs af.
  • Bij blootstelling aan zeer hoge concentraties kan oedeem in keel optreden met mogelijk dreiging tot verstikking tot gevolg.
  • Effecten bij blootstelling aan vloeistof: in contact met de huid ontstaat bevriezingsletsel. Contact met de ogen geeft branderigheid, roodheid, bevriezingsletsel tot oogbindvliesontsteking.
    Op basis van de klachten kan de GAGS snel een inschatting maken van de ernst van de blootstelling.
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen. Bij astmatici en personen met gevoelige luchtwegen kan al bij lage concentraties ademnood optreden.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

 

Maatregelen
 

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Afschakelbare centrale ventilatie Door de ventilatie zo snel mogelijk af te schakelen kan worden voorkomen dat de giftige wolk in gebouwen komt. 
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Ketelwagen zwaveldioxide – giftige wolk
De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een giftige zwaveldioxide wolk door een ongeval bij  transport over het spoor. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl 

  1. De effectieve gatdiameter uit de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015
  2. Bij D5 wordt naast de 5 kg/s aerosol nog 7.2 kg/s verdampt, bij F1.5 is dit een additionele 4.5 kg/s.
  3. HART versie 1.1 hoofdstuk 9.4., 1 april 2015
  4.  Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  5. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  6.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  7. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  8. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  9. Risicokaart; informatie over zwaveldioxide
  10. Afschermen met waterschermen is mogelijk indien sprake is van een scenario met continu lekkage en via een inzet met gaspakken de lekkage wel kan worden gedicht
  11. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  12. Bovenwindse aanrijroute. Vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4.6.8 p60,61
  13. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  14. De organisatie van de inzet slagkracht is regionaal afhankelijk
  15. Uitgangspunt: in het incidentgebied zullen brandweervoertuigen worden ingezet waar met ademlucht slachtoffers buiten worden vervoerd. Ook zal nacontrole van woningen plaatsvinden.
  16. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  17. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  18. de benodigde capaciteit is 6000 l/min voor  3 tankautospuiten 3x2000l/min.(Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.)
  19. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. CBRN protocol  voor Ammoniakgas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  23. Leidraad GGB p.12 december 2015
  24. Leidraad GGB p.10 december 2015
  25. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  26. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Ketelwagen Methylisocyanaat – Giftige wolk

Algemene beschrijving
Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de ketelwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de Methylisocyanaat in korte tijd uit. De vloeistof verspreidt zich over het spoorbed, dampt snel uit en vormt een giftige wolk die zwaarder is dan lucht. De wolk verspreidt zich met de wind mee. 

Effecten
Methylisocyanaat is een kleurloze, giftige vloeistof met een stekende geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Methylisocyanaat is zeer licht ontvlambaar. Wanneer de plas ontsteekt kan het scenario plasbrand optreden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware Effectsfile TNO Effects 11.2.1: Pool evaporation; Neutral gas dispersion: toxic dose.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Methylisocyanaat
Stofcategorie LT4
Inhoud tank 8 m [1]
Vullingsgraad 90 %[2]check 90%
Totale massa vrijgekomen 7000 kg 
Type breuk Instantaan falen
Plasoppervlakte 600 m[3]
Druk in tank 1 bar (atmosferisch)
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Zonne-instraling 250 W/m2 [4]
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s) F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten:  
Representatief verdampingsdebiet 1,8 kg/s bij D5 1,1 kg/s bij F1,5
Representatieve verdampingstijd  30 min
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk methylisocyanaat na een ongeval met een ketelwagen wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans op een grote uitstroom en de correctie voor toxische stoffen.  Deze kans wordt per ketelwagen, per jaar, per wagenkilometer geschat op [5]:

    basis grote uitstroom toxisch scenario
Baanvaksnelheid <40 kmh Zonder wissels 1.4 x 10 -8 0.032 0.1 =  0.45 x 10 -10
Met wissels 4.7 x 10 -8 0.032 0.1 =  1.5 x 10 -10
Baanvaksnelheid >40 kmh Zonder wissels 2.8 x 10 -8 0.22 0.1 =  6.2 x 10 -10
Met wissels 6.1 x 10 -8 0.22 0.1 = 13 x 10 -10

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Baanvaksnelheid verlagen;
  • Inrichting van het spoor optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van wissels);
  • Het aantal transportbewegingen verminderen.
Effecten

Methylisocyanaat is een kleurloze, giftige traantrekkende vloeistof die pas bij voor de mens toxische concentraties te ruiken is voor omstanders. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3).  Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden vanaf de rand van de plas voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [6]. De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [7]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-3300-4100-50095-1000-50-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
330410500950-50-50-5
2e ring330-570410-690500-82050-950-500-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
570690820500-500-500-50
3e ring570-970690-1140820-13205 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
970114013205

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1300 mg/m3
102550
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 220 mg/m3
140190240
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 650 mg/m3
3070110
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 130 mg/m3
210270340
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 3.3 mg/m3
234026803040
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 3.3 mg/m3
234026803040

Contouren giftige wolk Methylisocyanaat voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Methylisocyanaat voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-15500-17900-204095-1000-50-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
155017902040950-50-50-5
2e ring1550-25601790-28802040-320050-950-500-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
256028803200500-500-500-50
3e ring2560-41002880-46403200-49805 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
4100464049805

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1300 mg/m3
180310430
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 220 mg/m3
112013401580
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 650 mg/m3
460600750
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 130 mg/m3
163019102220
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 3.3 mg/m3
1600020500>20km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 3.3 mg/m3
1600020500>20km

 Contouren giftige wolk Methylisocyanaat voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Methylisocyanaat voor weertype F1,5

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [8]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [9] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [10]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gat grote en uitstroom snelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Methylisocyanaat is een kleurloze, giftige vloeistof met een stekende geur die pas wordt waargenomen nadat de toxische dosis is overschreden.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een methylisocyanaatketelwagon
  • Weten wat de gevaren zijn van methylisocyanaat
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. Bij de bestrijding van het incident ligt de nadruk op het redden, eerste hulp verlenen en transporteren van de slachtoffers naar het gewondennest. De inzet zal gericht zijn op het afschermen van de omgeving via het plaatsen van waterschermen. De plas laten verdampen heeft de voorkeur, omdat afdekken via schuim een grote milieu impact tot gevolg heeft. In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

  • Ontsmetting:
    – Ontsmetten mens, dier, vaartuigen en infrastructuur

Relevante aspecten zijn

  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen[11]
  • Toegankelijkheid gebied. Voor kwetsbare omgeving tweezijdig toegankelijk. Iedere 100 m toegang tot spoor en toegang tot op maximaal 40 m benaderbaar. [12]
  • Repressieve voorbereiding  en snelle alarmering
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd).
  • Passende (grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Effectieve (grootschalige) bluswatervoorziening voor eventuele afscherming (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [13]:

Bij het bestrijden van een giftige wolk heeft de brandweer de mogelijkheid diverse specialistische eenheden in te zetten zoals onder andere een schuimbluseenheid, AGS en meetploeg.

  • Een schuimbluseenheid of crashtender wordt ingezet ten behoeve van het afdekken van de vloeistofplas [14]
  • Afschermen van de omgeving via het opzetten van waterschermen met bijv. hoogwerkers. 
  • Houd rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals specialistische interventie eenheden (SIE)  voor incidentbestrijding gevaarlijke stoffen(IBGS), meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) voor het brongebied of het Regionaal Operationeel Team (ROT) voor het effectgebied.[15].  
  • Houdt rekening met de inzet van een of meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[16] 

Opkomst/inzettijd [17]

 Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

De opkomsttijden van de eenheden zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

30 minuten

·        Norm opkomsttijd eerste peloton.
         De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan [18
·        Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
·        Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
·        Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

·        Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

·        Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
·        Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van het afdekken van de plas met schuim en voor het verdunnen van de giftige wolk. De norm voor spoorincidenten met gevaarlijke stoffen is 6000 l/min binnen 15 minuten voor minimaal 4 uur. [19].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [20]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

 

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[21
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers die in aanraking zijn gekomen met Methylisocyanaat .
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [22]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [23]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [24]
  • Wees alert op slachtoffers met bestaande longklachten.
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [25].

Type letsel

  • Methylisocyanaat werkt sterk irriterend op de slijmvliezen van ogen, neus en keel.
    Ook kunnen aandoeningen die het hele lichaam betreffen (systemische klachten) optreden. Via welk mechanisme de systemische effecten van methylisocyanaat ontstaan is onbekend. Mogelijk treden systemische effecten eerder op dan irritatieklachten.
  • Klachten die het meest frequent zijn waargenomen onder blootgestelden zijn irritatie, hoesten, keelpijn, tranenvloed, benauwdheid, CZS effecten, misselijkheid, braken en spierzwakte. Overlijden kan plaatsvinden door het optreden van longoedeem of hartstilstand.
  • Methylisocyanaat kan embryotoxiciteit (effect op de ongeboren vrucht) veroorzaken.
  • Methylisocyanaat wordt beschouwd als een sensibiliserende stof. Dat wil zeggen dat eenmalige hoge blootstelling ervoor kan zorgen dat bij een volgende blootstelling het lichaam reageert met een allergische reactie. Dit kan al bij lage concentraties, de persoon is immers overgevoelig geworden voor deze stof.
  • Effecten bij blootstelling van vloeistof aan de huid zijn irritatie, roodheid, pijn, brandwonden.  Stof kan door de huid opgenomen worden!
    Effecten bij blootstelling aan de ogen zijn irritatie, roodheid, pijn, slecht zien.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

 

Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Afschakelbare centrale ventilatie Door de ventilatie zo snel mogelijk af te schakelen kan worden voorkomen dat de giftige wolk in gebouwen komt. 
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Tankwagen acrylnitril– giftige wolk De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een giftige acrylnitril wolk door een ongeval bij  transport op het spoor. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl 

 

  1. Bromine Safety Handbook, blzv 25, paragraaf 2.4
  2. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015
  3. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  4. Handleiding risicoberekeningen Bevi versie 3 blz. 46
  5. HART versie 1.1 hoofdstuk 9.4., 1 april 2015
  6. Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  7. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  8.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  9. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  10. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  11. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  12. Bovenwindse aanrijroute. Vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4.6.8 p60,61
  13. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buiten beschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  14. De hiervoor benodigde hoeveelheid alcoholbestendig schuimvormend middel is ca. 330 l. Een aanvullend schuimblusvoertuig is noodzakelijk. Het oproepen van een specialistische schuimbluseenheid  kost <60 minuten voor een plas tot 1500m².
  15. De organisatie van de inzet van slagkracht is regionaal afhankelijk
  16. Uitgangspunt: in het effectgebied worden brandweervoertuigen(met ademlucht) ingezet op transport van de slachtoffers buiten naar het gewondennest  en op nacontrole van woningen.
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  19. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019  p35 en bijlage 3
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. Leidraad GGB p.12 december 2015
  23. Leidraad GGB p.10 december 2015
  24. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  25. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Ketelwagen Fosfortrichloride – Giftige wolk

Algemene beschrijving
Een plas met giftige vloeistof ontstaat doordat de tank van de ketelwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de fosfortrichloride in korte tijd uit. De fosfortrichloride verspreidt zich over het spoorbed, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich met de wind mee.

Effecten
Fosfortrichloride is een kleurloze, giftige vloeistof met een scherpe geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware Effectsfile TNO Effects 11.2.1: Pool evaporation; Neutral gas dispersion: toxic dose.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Fosfortrichloride
Stofcategorie LT2
Inhoud tank 80 m[1]
Vullingsgraad 90 %
Totale massa vrijgekomen 115.000 kg [2]
Type breuk Instantaan falen
Plasoppervlakte 600 m[1]
Druk in tank 1 bar (atmosferisch)
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Zonne-instraling 250 W/m2 [4]
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s) F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten:  
Representatief verdampingsdebiet 2.15 kg/s bij D5; 0,9 kg/s bij F1,5
Representatieve verdampingstijd  30 min (totaal verdampte massa is 1600 kg) 
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk fosfortrichloride na een ongeval met een ketelwagen wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans op een grote uitstroom en de correctie voor toxische stoffen.  Deze kans wordt per ketelwagen, per jaar, per wagenkilometer geschat op [5]:

    basis grote uitstroom toxisch scenario
Baanvaksnelheid <40 kmh Zonder wissels 1.4 x 10 -8 0.032 0.1 =  0.45 x 10 -10
Met wissels 4.7 x 10 -8 0.032 0.1 =  1.5 x 10 -10
Baanvaksnelheid >40 kmh Zonder wissels 2.8 x 10 -8 0.22 0.1 =  6.2 x 10 -10
Met wissels 6.1 x 10 -8 0.22 0.1 = 13 x 10 -10

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Baanvaksnelheid verlagen;
  • Inrichting van het spoor optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van wissels);
  • Het aantal transportbewegingen verminderen.
Effecten

Fosfortrichloride is een kleurloze, giftige vloeistof met een scherpe geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing. In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijdt meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden vanaf de rand van de plas voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [6]. De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [7]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-200-450-8095-1000-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
204580950-50-5
2e ring20-7545-12080-16050-950-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
75120160500-500-50
3e ring75-170120-220160-2805 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1702202805

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 40 mg/m3
94011001300
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 32 mg/m3
108012701480
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 14 mg/m3
183021002400
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 11 mg/m3
213024402780
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 1.9 mg/m3
640071007900
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 1.9 mg/m3
640071007900

Contouren giftige wolk Fosfortrichloride voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Fosfortrichloride voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0-1550-2400-32095-1000-50-50-5
Grens 1e ring:
95% letaal
155240
320950-50-50-5
2e ring155-370240-480320-58050-950-500-500-50
Grens 2e ring:
50% letaal
370480580500-500-500-50
3e ring370-690480-840580-10005 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
69084010005

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 40 mg/m3
390046005000
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 32 mg/m3
450054005700
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 14 mg/m3
750094009500
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie
11 mg/m3
86001090011000
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 1.9 mg/m3
> 15 km> 15 km>15 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 1.9 mg/m3
> 15 km> 15 km> 15 km

 Contouren giftige wolk Fosfortrichloride voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Fosfortrichloride voor weertype F1,5

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [8]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [9] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [10]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gat grote en uitstroom snelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Fosfortrichloride is een kleurloze, giftige vloeistof met een scherpe geur. De geur zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een fosfortrichlorideketelwagon
  • Weten wat de gevaren zijn van fosfortrichloride
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang.
Het grootste deel van de vrijgekomen vloeistof is na 30 minuten nog aanwezig en/of reageert met water (ook uit schuim) tot fosforig zuur en waterstofchloride met een zeer grote impact op milieu en omgeving. De omgeving kan worden afgeschermd via het plaatsen van waterschermen om de ontstane gassen te verdunnen. Een voorkeursoptie voor bestrijding van dit incident is via het neutraliseren met bicarbonaat (baking soda). Schuimen verdient niet de voorkeur in verband met reactie met water en extra milieuimpact.

In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Brandweer processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

  • Ontsmetting:
    – Ontsmetten mens, dier en infrastructuur

Relevante aspecten bij brandweeroptreden

  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen[11]
  • Toegankelijkheid gebied. Voor kwetsbare omgeving tweezijdig toegankelijk. Iedere 100 m toegang tot spoor en toegang tot op maximaal 40 m benaderbaar. [12]
  • Repressieve voorbereiding  en snelle alarmering
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd).
  • Passende (grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Effectieve (grootschalige) bluswatervoorziening voor eventuele afscherming (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [13]:

Bij het bestrijden van een giftige wolk heeft de brandweer de mogelijkheid diverse specialistische eenheden in te zetten zoals een schuimbluseenheid, AGS en meetploeg.

  • Houd rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals specialistische interventie eenheden (SIE)  voor incidentbestrijding gevaarlijke stoffen(IBGS), meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) voor het brongebied of het Regionaal Operationeel Team (ROT) voor het effectgebied.[14].  
  • Houdt rekening met de inzet van een of meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[15] 

Opkomst/inzettijd [16]

 Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

Opkomsttijden
Voor de verschillende eenheden zijn de opkomsttijden vermeld in de tabel.

30 minuten

·        Norm opkomsttijd eerste peloton.
         De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan [17
·        Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
·        Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
·        Norm opkomst eerste twee meetploegen (Verkenningseenheden-VE)

45 minuten

·        Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

·        Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
·        Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van het afdekken van de plas met schuim en voor het verdunnen van de giftige wolk. De norm voor spoorincidenten met gevaarlijke stoffen is binnen 6000 l/min. binnen 15  minuten voor ten minste 4 uur. [18].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [19]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

 

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[20
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers die in aanraking zijn gekomen met fosfortrichloride.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [21]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [22]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken.
  • Wees alert op slachtoffers met bestaande longklachten.
  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [23]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [24].

Type letsel

  • Fostortrichloride is irriterend voor de ogen, huid en de luchtwegen.
    – Primaire effecten zijn irritatie en schade aan de luchtwegen.
    – Blootstelling aan fosfortrichloride kan longoedeem en chemische longontsteking veroorzaken. De verschijnselen hiervan kunnen vertraagd optreden en versterkt worden door lichamelijke inspanning.
  • Effecten bij blootstelling aan vloeistof:
    – Huidcontact: bijtend, roodheid, pijn, ernstige brandwonden
    – Oogcontact: bijtend, roodheid, pijn, slecht zien

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

 

Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Afschakelbare centrale ventilatie Door de ventilatie zo snel mogelijk af te schakelen kan worden voorkomen dat de giftige wolk in gebouwen komt. 
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Tankwagen fosfortrichloride– giftige wolk De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een giftige fosfortrichloride wolk door een ongeval bij  transport op het spoor. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl 

 

  1. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  2. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  3. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  4. Handleiding risicoberekingen Bevi versie 3 blz. 46
  5. HART versie 1.1 hoofdstuk 9.4., 1 april 2015
  6. Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  7. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  8.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  9. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  10. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  11. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  12. Bovenwindse aanrijroute. Vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4.6.8 p60,61
  13. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buiten beschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  14. De organisatie van de inzet van slagkracht is regionaal afhankelijk
  15. Uitgangspunt: in het effectgebied worden brandweervoertuigen(met ademlucht) ingezet op transport van de slachtoffers buiten naar het gewondennest  en op nacontrole van woningen.
  16. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  17. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  18. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  19. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  20. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  21. Leidraad GGB p.12 december 2015
  22. Leidraad GGB p.10 december 2015
  23. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  24. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Zeevaarttanker – LNG – plasbrand

Algemene beschrijving Een plasbrand ontstaat doordat de ladingtank van de tanker openscheurt na bijvoorbeeld een aanvaring. Hierdoor ontstaat een gat en stroomt een groot deel van het LNG in korte tijd uit. Het LNG verspreidt zich over het water waarbij het door het temperatuurverschil snel verdampt. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand. Effecten De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Als de plas niet ontsteekt, bestaat er kans op vertraagde ontsteking van de gaswolk door de snelle verdamping. Hierbij ontstaat het scenario wolkbrand.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
Gexcon Effects 11.1.0 : poolfire: two zone model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Debiet 8600 kg/s [1]
Duur uitstroming 24 s
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank -162  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Oppervlak plasbrand 10500 m2
Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingsduur personen 20 s
Resultaten  
Duur van de plasbrand 2 minuten
Max. diameter van de plasbrand 115 m 
Lengte van de vlammen 150 m
Temperatuur van de vlammen 1200 oC
Kans van optreden

De kans op een plasbrand na een ongeval met een gastanker LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt en de kans op ontsteking van de plas.

Factoren die de kans van optreden beïnvloeden zijn:

  • Het aantal scheepvaartbewegingen en hoeveelheid gevaarlijke stoffen over het water;
  • Verhouding beroepsvaart –  recreatievaart;
  • Verhouding zeevaart – binnenvaart;
  • Complexiteit verkeersbeeld;
  • Aard en aantal recreatieve activiteiten;
  • Invloed van getijdewisseling. 
Effecten

De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma[2] is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend voor een cirkelvormige plas.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel Effectafstanden en gevolgen [3]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 180≥ 35100000100000841600
Grens 1e ring: 99% letaal
1803599100100000158410
2e ring180 tot 31035 tot 10391104825250486331148
Grens 2e ring: 1% letaal31010110871108701187
3e ring310 tot 45010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 4504000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 180≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
335014
Grens 1e ring
1803542044
2e ring180 tot 31035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 200 meter.
10012
Grens 2e ring310100000
3e ring310 tot 45010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 265 meter.
0000
Grens 3e ring45040000

Grafiek letaliteit vs. afstand [4]

Grafiek warmtestraling vs. afstand

Contouren warmtestraling

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [5]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand ongeveer 7,5 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een bunkerschip LNG
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;

    – De plasbrand gecontroleerd laten uitbranden
    – Waarschuwen bevolking. [6].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aawezigheid van een actueel IBP van het watergebied [7];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [8]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [9]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [10]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[11]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [12] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [13]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [10]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[15
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [16].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [17]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [18]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [19]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [20]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [21].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [22] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorg dragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen
 

Kans

Maatregel Werking van de maatregel
 Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkade Het scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.

Effect en gevolg

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot de vaarweg Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Hoogteverschillen creëren en benutten Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor bevoorrading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.

Zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand  Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

 Betere suggesties van een plasbrand op het water kunnen gemaild worden naar:  info@scenarioboekev.nl

  1. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 31
  2. de GHOR hanteert deze term voor het type verwonding
  3. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  4. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  5. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  6. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  7. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  8. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  9. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  10. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  11. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  12. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  13. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  14. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  15. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  16. LPCGBI p.1 september 2013
  17. Leidraad GGB p.12 december 2015
  18. Leidraad GGB p.10 december 2015
  19. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  20.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  21. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  22. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Zeevaarttanker – acrylnitril – plasbrand

Algemene beschrijving
Een plasbrand ontstaat doordat de ladingtank van de tanker openscheurt na bijvoorbeeld een aanvaring. Hierdoor ontstaat een gat en stroomt een groot deel van de acrylnitril in korte tijd uit. De acrylnitril verspreidt zich over het water en bereikt de kade. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand. De stromingssnelheid van het water is van invloed op de grootte en de vorm van de plas. Door de stroming van het water kan er een ongecontroleerde verspreiding van de plas plaatsvinden.

Effecten 
De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Als de plas niet ontsteekt ontstaat er een giftige wolk.(link naar kaart)

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
TNO Effects 11.1.0: poolfire: two zone model.
Uitgangspunten  
Stofnaam acrylnitril
Systeemgrootte 3000 m3 [1]
Gatgrootte 1100 mm [2]
Debiet 6000 kg/s [3]
Duur uitstroming 180 s
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank 9  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Oppervlak plasbrand 63.000 m3
Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingsduur personen 20 s
Resultaten  
Duur van de plasbrand 7 min  
Max. diameter van de plasbrand 280 m (r= 140 m)
Lengte van de vlammen 130 m
Temperatuur van de vlammen 1000 °C
Kans van optreden

De kans op een plasbrand na een ongeval met een tanker acrylnitril wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij acrylnitril uitstroomt en de kans op ontsteking van de plas. 

Factoren die de kans van optreden beïnvloeden zijn:

  • Het aantal scheepvaartbewegingen en hoeveelheid gevaarlijke stoffen over het water;
  • Verhouding beroepsvaart –  recreatievaart;
  • Verhouding zeevaart – binnenvaart;
  • Complexiteit verkeersbeeld;
  • Aard en aantal recreatieve activiteiten;
  • Invloed van getijdewisseling. 
Effecten

De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma[4] is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend voor een cirkelvormige plas.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel Effectafstanden en gevolgen [5]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 170≥ 3510000010000092700
Grens 1e ring: 99% letaal
1703599100100000158410
2e ring170 tot 29035 tot 10361205022270505311250
Grens 2e ring: 1% letaal29010110871108701187
3e ring290 tot 40010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 4004000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 170≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
46107
Grens 1e ring
1703531045
2e ring170 tot 29035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 200 meter.
10010
Grens 2e ring290100000
3e ring290 tot 40010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 265 meter.
0000
Grens 3e ring40040000

Grafiek letaliteit vs. afstand [6]

Grafiek warmtestraling vs. afstand

Contouren warmtestraling

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [7]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand ongeveer 3 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een schip met acrylnitril
  • Weten wat de gevaren zijn van acrylnitril
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

 

Brandweerzorg

De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Plasbrand gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. [8].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aawezigheid van een actueel IBP van het watergebied [9];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [10]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [11]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [12]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[13]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [14] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [15]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [12]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[17
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [18].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [19]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [20]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [21]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [22]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [23].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [24] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorgdragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen
 

Kans

Maatregel Werking van de maatregel
 Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkade Het scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.

Effect en gevolg

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot de vaarweg Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Hoogteverschillen creëren en benutten Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor bevoorrading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.

Zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand  Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

 Betere suggesties van een plasbrand op het water kunnen gemaild worden naar:  info@scenarioboekev.nl

  1. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 24
  2. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 29
  3. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 31
  4. de GHOR hanteert deze term voor het type verwonding
  5. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  6. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  7. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  8. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  9. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  10. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  11. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  12. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  13. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  14. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  15. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  16. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  17. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  18. LPCGBI p.1 september 2013
  19. Leidraad GGB p.12 december 2015
  20. Leidraad GGB p.10 december 2015
  21. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  22.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  23. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  24. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Zeevaarttanker – Acrylnitril – giftige wolk

Algemene beschrijving  
Acrylnitril komt vrij doordat de ladingtank van de tanker openscheurt na bijvoorbeeld een aanvaring. In korte tijd komt een groot deel van de acrylnitril vrij. De vrijgekomen acrylnitril verdampt en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt.

Effecten 
Het effect van een plas acrylnitril is een giftige wolk. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 11.1.0: en Dense gas Toxic Dispersion.
Uitgangspunten:  
Stofnaam acrylnitril
Inhoud tank 3000 m[1]
Diameter uitstroomopening 1100 mm [2]
Representatief massadebiet 6000 kg/s [3]
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Temperatuur oppervlaktewater 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaat :  
Vrijgekomen massa 1.080.000 kg
Plasoppervlakte 63.000 m2 
Plasdiameter 280 m (R=140 m)
Representatief massadebiet 6000 kg/s [3]
Representatieve uitstroomtijd 180 s
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk acrylnitril na een ongeval met een tanker wordt bepaald door de kans op een ongeval en de kans dat daarbij acrylnitril uitstroomt.

Factoren die de kans van optreden beïnvloeden zijn:

  • Het aantal scheepvaartbewegingen en hoeveelheid gevaarlijke stoffen over het water;
  • Verhouding beroepsvaart –  recreatievaart;
  • Verhouding zeevaart – binnenvaart;
  • Complexiteit verkeersbeeld;
  • Aard en aantal recreatieve activiteiten;
  • Invloed van getijdewisseling. 
Effecten

Acrylnitril is een kleurloze, giftige vloeistof met een enigszins naar amandel ruikende prikkelende geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing.

In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [5].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [6]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
T1T2T3
1e ring 0 - 50 - 200 - 4595 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
52045950 - 50 - 50 - 5
2e ring5 - 4020 - 8045 - 15050 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
4080150500 - 500 - 500 - 50
3e ring40 - 15080 - 270150 - 4105 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1502704105

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
240
400600
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
212025002900
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
69010001300
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
310036004100
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald

Contouren giftige wolk Acrylnitril voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Acrylnitril voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
T1T2T3
1e ring 0 - 1000 - 2000 - 35095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
100200350950 - 50 - 50 - 5
2e ring100 - 470200 - 760350 - 110050 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
4707601100500 - 500 - 500 - 50
3e ring470 - 1700760 - 22001100 - 27005 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1700220027005

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Lengte
(m)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
280034004000
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
101001270012900
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
510062006500
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
138001750017200
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald

Contouren giftige wolk Acrylnitril voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Acrylnitril voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [7]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [8] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [9]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gatgrootte en uitstroomsnelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Acrylnitril is een kleurloze, giftige vloeistof met een enigszins naar amandel ruikende prikkelende geur. De stof is zeer giftig bij huidcontact en inademing.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een zeevaarttanker
  • Weten wat de gevaren zijn van acrylnitril
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De inzet zal gericht zijn op het indammen van het brongebied en afschermen van de omgeving. Vanwege het gedeeltelijk oplossen van acrylnitril in water heeft dit incident een grote impact op het milieu.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

  • Ontsmetting:
    – Ontsmetten mens, dier, vaartuigen en infrastructuur

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aanwezigheid van een actueel IBP van het watergebied [10];
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen[11]
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Beperkt inzetten brandweereenheden benedenwinds;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit twee tegengestelde windstreken [12].

Capaciteit [13]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) voor het brongebied of het Regionaal Operationeel Team (ROT) voor het effectgebied.[14]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.
  • Specialistische eenheden worden ingezet ten behoeve van het beperken van de effecten.
  • Houd rekening met de inzet van specialistische eenheden voor incidentbestrijding gevaarlijke stoffen(IBGS), meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.

Opkomst/inzettijd [15]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[16]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [17] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
 – 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)
– Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE) IBGS
– Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
– Norm opkomsttijd eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden zijn ten behoeve van afscherming naar de omgeving via verdunnen van de giftige wolk met water.  [18].
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [19]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [15]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[21
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Mogelijkheid m te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.
  • Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort van het ziekenhuis” is bij gassen niet van belang. [22]

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [23].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [24]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [25]

Type slachtoffers

    • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [26]
    • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
    • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [27].

Type letsel

  • Acrylnitril is een zeer giftige stof. De belangrijkste doelorganen na inhalatie van de stof zijn de luchtwegen, het centraal zenuwstelsel en het ademhalingsstelsel. De klachten die optreden worden gedeeltelijk veroorzaakt door het cyanide dat uit acrylnitril ontstaat en zijn o.a. irritatie van de luchtwegen, hoofdpijn, toevallen, bewustzijnsverlies en remming van de ademhaling. Ook zonder luchtwegirritatie kunnen systemische klachten optreden. De klachten kunnen met vertraging ontstaan.
  • Voor acrylnitril zijn antidota beschikbaar. Het NVIC kan hierover en over verdere behandeling adviseren.
  • Let op: cyanide verstoort de celademhaling, maar het zuurstoftransport in het bloed vindt wel gewoon plaats. Hierdoor geeft een pulsoximeter kort na blootstelling geen goed beeld van de mate van vergiftiging.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorgdragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkade Het scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

 

Suggesties voor betere/andere voorbeelden kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

 

  1. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 24
  2. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 29
  3. [[1.Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 31
  4. [[1.Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 31
  5.  Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  6. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  7.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  8. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  9. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  10. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  11. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  12. Bovenwindse aanrijroute, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  13. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  14. De organisatie van de inzet van slagkracht is regionaal afhankelijk. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  15. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  16. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  17. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  18. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  19. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. CBRN protocol  voor Chloor gas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  23. LPCGBI p.1 september 2013
  24. Leidraad GGB p.12 december 2015
  25. Leidraad GGB p.10 december 2015
  26. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  27. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Zeevaarttanker – LNG – wolkbrand

Algemene beschrijving Een wolkbrand ontstaat doordat de ladingtank van de tanker openscheurt na bijvoorbeeld een aanvaring. Hierdoor ontstaat een gat en stroomt een groot deel van het LNG in korte tijd uit. Door het grote temperatuurverschil van het LNG (-162 oC) met het water verdampt deze vloeistof snel en vormt een brandbare wolk. Deze wolk kan eenvoudig worden ontstoken waarbij het ontsteken van de gaswolk leidt tot een kortdurende vlammenzee. Effecten Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee wat zorgt voor warmtestraling. De effecten van een wolkbrand kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. 

Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan een gaswolkexplosie ontstaan. De maximale overdruk als gevolg van een gaswolkexplosie LNG op het water is zeer beperkt (maximaal 0.1 bar). Door de zeer beperkte impact van de overdruk is dit niet verder uitgewerkt in deze scenariokaart.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
TNO Effects 11.1.0:  Pool Evaporation; Dense Gas Dispersion; Multi Energy model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Debiet 3470 kg/s [1]
Diamter uitstroom 1100 mm [2]
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank -162  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingduur personen 20 s
Resultaten  
Duur verdamping 5 minuten

Max massa (kg)

1.000.000 kg
Kans van optreden

Factoren die de kans van optreden beïnvloeden zijn:

  • Het aantal scheepvaartbewegingen en hoeveelheid gevaarlijke stoffen over het water;
  • Verhouding beroepsvaart –  recreatievaart;
  • Verhouding zeevaart – binnenvaart;
  • Complexiteit verkeersbeeld;
  • Aard en aantal recreatieve activiteiten;
  • Invloed van getijdewisseling. 
Effecten

Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee wat zorgt voor hittestralling.  De effecten van een wolkbrand kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Omdat de blootstellingstijd kort is, blijven de effecten beperkt tot de omvang van de brandbare wolk. De omvang van deze wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan een gaswolkexplosie ontstaan. De maximale overdruk als gevolg van een gaswolkexplosie LNG op het water is zeer beperkt (maximaal 0.1 bar). Door de zeer beperkte impact van de overdruk is dit niet verder uitgewerkt in deze scenariokaart.

Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Buiten de brandbare wolk worden geen slachtoffers verwacht [3].

In de tabel hieronder wordt de omvang van de brandbare wolk weergegeven voor de volgende geografische gebieden [4]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de contouren van de brandbare wolk.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen

D5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk340530680100000
Grens brandbare wolk
340530680100000
Buiten de wolk> 340> 530>6800000

Omvang brandbare wolk

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen

F1,5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk300560730100000
Grens brandbare wolk
300560730100000
Buiten de wolk> 300> 560>7300000

Omvang brandbare wolk

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een wolkbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [5]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is noodzakelijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief (haaks op de wind) vluchten. Vluchten tot (ruim) buiten de zichtbare wolk
  • Mochten er schuilmogelijkheden zijn, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen achter een muur. Het sluiten van ramen en deuren kan soms (dichtbij de bron) helpen (ramen en deuren wijd open zetten is zeer onverstandig).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario wolkbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en duurt de wolkbrand slechts enkele seconden.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een wolkbrand is door zijn warmtestraling direct waarneembaar door aanwezigen.
  • Als de wolk nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar van een wolkbrand voor onwetenden niet direct herkenbaar. De wolk is wel herkenbaar aan de witte condensatie. 

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG schip
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) wolkbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke  gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om haaks op de wind te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De wolkbrand is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de wolkbrand is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;

    – Waarschuwen bevolking. [6].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten

  • Aanwezigheid van een actueel IBP van het watergebied [7];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [8]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [9]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [10]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[11]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [12] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [13]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [10]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[15
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [16].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [17]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [18]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [19]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [20]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [21].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [22] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorg dragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor verlading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van explosiewerend glas Explosiewerende gelaagde veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een wolkbrand/gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een wolkbrand/gaswolkexplosie  Door te oefenen met het wolkbrand-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van Wolkbrand op het water.
Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. Deze snelle (korte duur) verdamping wordt intern gemodelleerd als een instantane verdamping.
  2. Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 29
  3. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen.
  4. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  5. In deze beschrijving wordt uitgegaan een wolkbrand. Mocht de wolk nog niet zijn ontstoken is er tijd voor het handelingsperspectief. Wanneer de wolk is ontbrand is er geen handelingsperspectief.
  6. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  7. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  8. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  9. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  10. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  11. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  12. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  13. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  14. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  15. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  16. LPCGBI p.1 september 2013
  17. Leidraad GGB p.12 december 2015
  18. Leidraad GGB p.10 december 2015
  19. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  20.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  21. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  22. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Zeevaarttanker – benzine – plasbrand

Algemene beschrijving Een plasbrand ontstaat doordat de ladingtank van de tanker openscheurt na bijvoorbeeld een aanvaring. Hierdoor ontstaat een gat en stroomt een groot deel van de benzine in korte tijd uit. De benzine verspreidt zich over het water en bereikt de kade. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand. De stromingssnelheid van het water is van invloed op de grootte en de vorm van de plas. Door de stroming van het water kan er een ongecontroleerde verspreiding van de plas plaatsvinden. Effecten De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
TNO Effects 11.1.0: Liquid release; poolfire: two zone model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Winter Grade Gasoline Sample (winterbenzine) 
Inhoud tank  3000 m3 [1
Diameter uitstroom 1100 mm [2]
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank 9  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Oppervlak plasbrand 55000 m2 [3]

Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingduur personen 20 s
Resultaten  
Vrijgekomen massa 890 ton [4]
Representatief debiet 4500 kg/s [5]
Duur van de plasbrand  4 minuten
Max. diameter van de plasbrand  265m (R=130m) [6]
Lengte van de vlammen  170m
Temperatuur van de vlammen  960 °C
Kans van optreden

De kans op een plasbrand benzine na een ongeval met een tanker wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij benzine uitstroomt, de kans op een grote uitstroming en de kans op ontsteking van de plas.  Factoren die de kans van optreden beïnvloeden zijn:

  • Het aantal scheepvaartbewegingen en hoeveelheid gevraalijke stoffen over het water;
  • Verhouding beroepsvaart –  recreatievaart;
  • Verhouding zeevaart – binnenvaart;
  • Complexiteit verkeersbeeld;
  • Aard en aantale recreatieve activiteiten;
  • Invloed van getijdewisseling. 
Effecten

De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan [7]. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma[8] is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de rand van de plas[9].

De rand van de plas simuleert tevens de kade. Het rekenen vanaf de kade geeft een duidelijk beeld van de effecten en de mogelijke gevolgen op land. 

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel Effectafstanden en gevolgen [10]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 150≥ 3510000010000096300
Grens 1e ring: 99% letaal
1503599100100000158410
2e ring150 tot 23035 tot 10321105520220555271155
Grens 2e ring: 1% letaal23010110861108601186
3e ring230 tot 33010 tot 4000280002800028
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 3304000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 150≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
50103
Grens 1e ring
1503542044
2e ring150 tot 23035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 175 meter.
1009
Grens 2e ring230100000
3e ring230 tot 33010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 230meter.
0000
Grens 3e ring33040000

Grafiek letaliteit vs. afstand [11]

 

Grafiek warmtestraling vs. afstand

 

Contouren warmtestraling

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [12]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand ongeveer 4 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.
  • Als de plas nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een binnenvaarttanker benzine 
  • Weten wat de gevaren zijn van benzine
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De inzet zal gericht zijn op redden van slachtoffers, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden. 
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Plasbrand gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. [13].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aawezigheid van een actueel IBP van het watergebied [14];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [15]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [16]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [17]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[18]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [19] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [20]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [17]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

Relevante processen bij de geneeskundige hulpverlening

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[22
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten 

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [23].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [24]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [25]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [26]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [27]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [28].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [29] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorgdragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen
 

Kans

Maatregel Werking van de maatregel
 Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkade Het scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.

Effect en gevolg

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Scherm/keerwand aanbrengen Door bijvoorbeeld een drijvende afscherming op het water te plaatsen tussen de activiteit met gevaarlijke stoffen en het te beschermen gebied, kunnen brandende vloeistoffen worden gestopt voordat ze het gebied bereiken. 
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Gebruik maken van dakpannen Dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  

Zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand  Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

28 maart 2011, Duitsland, Haven van Lingen

Betere suggesties van een plasbrand op het water kunnen gemaild worden naar:  info@scenarioboekev.nl

  1. [[1.Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 24
  2. [[1.Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 29
  3. Bij vrije verspreiding blijkt dat de plas nooit groter wordt dan orde 55000 m2 = diameter 265 m (minimale plasdikte 2 cm op kabbelend water)

  4. Volgens het DNV rapport komt er 44% van de inhoud vrij bij een lek boven de waterlijn.
  5. [[1.Protocol vaarwegen met meer dan 10 % zeevaart, pagina 31
  6. Bij vrije verspreiding blijkt dat de plas nooit groter wordt dan orde 55000 m2 = diameter 265 m (minimale plasdikte 2 cm op kabbelend water), de invloed van het schip en de vrije oppervlak van het water speelt een rol bij de vorm van de plas
  7. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen. In een toekomstige versie zal onderscheid worden gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: geen bescherming, zomerkleding en winterkleding
  8. de GHOR hanteert deze term voor het type verwonding
  9. effectafstand vanaf de tank minus de straal van de plas = de effectafstand vanaf de kade
  10. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  11. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  12. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  13. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  14. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  15. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  16. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  19. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  20. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  21. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  22. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  23. LPCGBI p.1 september 2013
  24. Leidraad GGB p.12 december 2015
  25. Leidraad GGB p.10 december 2015
  26. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  27.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  28. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  29. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Waterstoftankstation – Explosie

 

Algemene Beschrijving
Door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing, bezwijkt een tube instantaan. Waterstof komt explosief vrij, ontsteekt direct en vormt een vuurbal. 

Effecten 
De effecten van dit scenario zijn  overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdrukeffecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Deze kaart is gemaakt naar de huidige inzichten in dit scenario. Mochten er in de toekomst nieuwe inzichten of andere uitgangspunten nodig zijn, wordt de kaart aangepast.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 11.2.2: Gas fire ball model
Uitgangspunten:  
Stofnaam Waterstof 
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 50 L  [1]
Druk in tube 950 bar
Massa in tube 23 kg
Faaldruk

950 bar [2]

Temperatuur in de tank 9 °C
Omgevingstemperatuur 9 °C
Resultaten  
Blootstellingsduur enkele seconden alleen effecten binnen vuurbal
Diameter vuurbal 8 m [3]
Hoogte vuurbal 8 m [3]
Kans van optreden

De kans op een vuurbal wordt geschat op 1.39 x 10-7 per jaar. [5

Effecten

De effecten van dit scenario zijn overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdruk effecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Direct vlamcontact wordt enkel en zeer kortstondig (enkele seconden) verwacht binnen de straal van de vuurbal. Onbeschermd binnen deze straal is de overlevingskans zeer gering. Binnen in een gebouw of buiten de straal van de vuurbal zijn vanwege warmtestraling geen effecten te verwachten. Een tabel met effecten op basis van warmtestraling is daarom niet aanwezig.

In de onderstaande tabel zijn de effecten van overdruk weergegeven. De inhoud van de tabel wijkt af van de gebruikelijke indeling met 3 ringen bij warmtestraling. Binnen de eerste ring komt 100% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede en de derde ring is de grens 1% T3 slachtoffers.  Hiernaast is een gebied toegevoegd tot waar 1% ruitbreuk kan optreden. De effectafstanden zijn berekend vanaf het cilinderpakket.

De tabel effectafstanden en gevolgen door overdruk is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van overdruk versus afstand en een afbeelding met daarop de overdruk ringen.

Tabel Overdruk

Effectafstand
(meter)
Overdruk (bar)Schade aan objectenIndicatie
slachtoffers(%)
BinnenBuiten
1e ring ≤ 12> 0,3Totale verwoesting >0,8 bar
Volledige instorting van gebouwen.
Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Zware schade Onherstelbare schade 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
100% letaal100% letaal
Grens 1e ring
120,3
2e ring 12 tot 130,3 tot 0,2Gemiddelde schade
Beschadigde daken.
Ernstige beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels
2,5% letaal
21,5%T1/T2
1%T3
1% T3
Grens 2e ring130,2
3e ring13 tot 210,2 tot 0,1Lichte schade
Schade aan deurposten (tot 0,15 bar).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
2,5% letaal
21,5%T1+ T2
1%T3
1% T3
Grens 3e ring210,1
0%0%
Ruitbreuk gebied 750,1 tot 0,02Tot op 75 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
  • De in deze tabel gegeven percentages bij slachtoffers zijn secundair. Direct slachtoffer worden van overdruk, zoals door longschade, is niet bepalend voor het letsel. Binnen wordt het letsel m.n. veroorzaakt door scherfwerking en het instorten van gebouwen en muren. Buiten wordt het letaal letsel m.n. veroorzaakt door een combi van brokstukken, fragmenten en omverwerpen met hersenletsel als gevolg. Brokstukken en fragmenten kunnen tot op grotere afstand letsel veroorzaken dan in de slachtofferpercentages is meegenomen.
  • Vanwege de leesbaarheid van de tabel zijn de grenswaarden voor materiële en persoonlijke schade gelijkgeschakeld. Voor de indeling van schade aan objecten worden eigenlijk net andere grenswaarden gebruikt. De waarden 0,3 = 0,35 bar en 0,2 = 0,17 bar. 

Grafiek Overdruk vs. afstand

Contouren Overdruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een BLEVE op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [6]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [7]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Na de instantané explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan enkele seconden. Direct of in korte tijd zijn de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een instantané explosie is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een waterstof cilinderpakket
  • Weten wat de gevaren zijn van waterstof
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) explosie

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De explosie is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de explosie is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – De fakkel gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
     middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking [8]
  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [9]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [10]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[11]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [12].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [13]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [14]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [15]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [16]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [13]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[18
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een explosie verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [19].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [20]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [21]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [22]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk. Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. [23]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [24]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [25].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [26]

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

 

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kans beperkend

  • Wegnemen van de risicobron
  • Begrenzen van de doorzet
  • Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen, met aanrijdbeveiliging
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u

Effecten & gevolgen beperkend

  • Planologisch
  • Ontwerptechnisch
  • Constructietechnisch
  • Installatietechnisch

Randvoorwaarden handelingsperspectief

  • (Nood)uitgangen en vluchtroutes die van de risicobron af zijn gericht
  • In (bedrijfs)noodplannen het explosie scenario opnemen
  • Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een explosie
  • De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een explosie

Randvoorwaarden hulpverlening

  • Middelen om de hulpdiensten snel te kunnen alarmeren
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een instanttaan falen vuurbal van een waterstof tubetrailer. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. De inhoud van 1 cilinder van het pakket
  2. De faaldruk is de werkdruk. Bij externe verhitting zou de druk kunnen oplopen
  3. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  4. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  5. RIVM MEMO: risico- en effectafstanden watestoftankstations 2016..
  6. In deze beschrijving wordt uitgegaan een BLEVE. Mocht de tank nog niet zijn ge-explodeert is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  7. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  8. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  9. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  10. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  11. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerst aankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  12. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  13. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  14. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  15. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  16. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  19. LPCGBI p.1 september 2013
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23. Overdrukeffecten zijn leidend voor het slachtofferbeeld.
  24.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  25. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  26. Casus Volendam, “Het hemeltje”

Cilinderpakket Waterstof – Explosie

 

Algemene Beschrijving
Door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing, bezwijkt een cilinder instantaan. Waterstof komt explosief vrij, ontsteekt direct en vormt een vuurbal. 

Effecten
De effecten van dit scenario zijn  overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdrukeffecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Deze kaart is gemaakt naar de huidige inzichten in dit scenario. Mochten er in de toekomst nieuwe inzichten of andere uitgangspunten nodig zijn, wordt de kaart aangepast.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware:
Effectsfile
TNO Effects 11.2.2.:Gas fire ball 
Uitgangspunten:  
Stofnaam Waterstof 
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 50 L [1] en 196 l.
Druk in tube 300 of 500 bar
Massa in tube 300 bar: 1 kg
500 bar: 6.5 kg
Faaldruk

300 of 500 bar [2]

Temperatuur in de tank 9 °C
Omgevingstemperatuur 9 °C
Resultaten  
Blootstellingsduur enkele seconden alleen effecten binnen vuurbal
Diameter vuurbal 300 bar: 6 m
500 bar: 10 m [3]
Hoogte vuurbal 300 bar: 6 m
500 bar: 10 m [3]
Kans van optreden

De kans op een vuurbal wordt geschat op 1.39 x 10-7 per jaar. [5

Effecten

De effecten van dit scenario zijn overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdruk effecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Direct vlamcontact wordt enkel en zeer kortstondig (enkele seconden) verwacht binnen de straal van de vuurbal. Onbeschermd binnen deze straal is de overlevingskans zeer gering. Binnen in een gebouw of buiten de straal van de vuurbal zijn vanwege warmtestraling geen effecten te verwachten. Een tabel met effecten op basis van warmtestraling is daarom niet aanwezig.

In de onderstaande tabel zijn de effecten van overdruk weergegeven. De inhoud van de tabel wijkt af van de gebruikelijke indeling met 3 ringen bij warmtestraling. Binnen de eerste ring komt 100% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede en de derde ring is de grens 1% T3 slachtoffers.  Hiernaast is een gebied toegevoegd tot waar 1% ruitbreuk kan optreden. De effectafstanden zijn berekend vanaf het cilinderpakket.

De tabel effectafstanden en gevolgen door overdruk is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van overdruk versus afstand en een afbeelding met daarop de overdruk ringen.

Tabel Effectafstanden en gevolgen overdruk

300 bar

Tabel Overdruk

Effectafstand
(meter)
Overdruk (bar)Schade aan objectenIndicatie
slachtoffers(%)
BinnenBuiten
1e ring ≤ 8> 0,3Totale verwoesting >0,8 bar
Volledige instorting van gebouwen.
Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Zware schade Onherstelbare schade 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
100% letaal100% letaal
Grens 1e ring
80,3
2e ring 8 tot 90,3 tot 0,2Gemiddelde schade
Beschadigde daken.
Ernstige beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels
2,5% letaal
21,5%T1/T2
1%T3
1% T3
Grens 2e ring90,2
3e ring9 tot 150,2 tot 0,1Lichte schade
Schade aan deurposten (tot 0,15 bar).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
2,5% letaal
21,5%T1+ T2
1%T3
1% T3
Grens 3e ring150,1
0%0%
Ruitbreuk gebied 500,1 tot 0,02Tot op 50 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
  • De in deze tabel gegeven percentages bij slachtoffers zijn secundair. Direct slachtoffer worden van overdruk, zoals door longschade, is niet bepalend voor het letsel. Binnen wordt het letsel m.n. veroorzaakt door scherfwerking en het instorten van gebouwen en muren. Buiten wordt het letaal letsel m.n. veroorzaakt door een combi van brokstukken, fragmenten en omverwerpen met hersenletsel als gevolg. Brokstukken en fragmenten kunnen tot op grotere afstand letsel veroorzaken dan in de slachtofferpercentages is meegenomen.
  • Vanwege de leesbaarheid van de tabel zijn de grenswaarden voor materiële en persoonlijke schade gelijkgeschakeld. Voor de indeling van schade aan objecten worden eigenlijk net andere grenswaarden gebruikt. De waarden 0,3 = 0,35 bar en 0,2 = 0,17 bar. 

Grafiek Overdruk vs. afstand

Contouren Overdruk

500 bar

Tabel Overdruk

Effectafstand
(meter)
Overdruk (bar)Schade aan objectenIndicatie
slachtoffers(%)
BinnenBuiten
1e ring ≤ 15> 0,3Totale verwoesting >0,8 bar
Volledige instorting van gebouwen.
Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Zware schade Onherstelbare schade 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
100% letaal100% letaal
Grens 1e ring
150,3
2e ring 15 tot 160,3 tot 0,2Gemiddelde schade
Beschadigde daken.
Ernstige beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels
2,5% letaal
21,5%T1/T2
1%T3
1% T3
Grens 2e ring160,2
3e ring16 tot 300,2 tot 0,1Lichte schade
Schade aan deurposten (tot 0,15 bar).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
2,5% letaal
21,5%T1+ T2
1%T3
1% T3
Grens 3e ring300,1
0%0%
Ruitbreuk gebied 1000,1 tot 0,02Tot op 100 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
  • De in deze tabel gegeven percentages bij slachtoffers zijn secundair. Direct slachtoffer worden van overdruk, zoals door longschade, is niet bepalend voor het letsel. Binnen wordt het letsel m.n. veroorzaakt door scherfwerking en het instorten van gebouwen en muren. Buiten wordt het letaal letsel m.n. veroorzaakt door een combi van brokstukken, fragmenten en omverwerpen met hersenletsel als gevolg. Brokstukken en fragmenten kunnen tot op grotere afstand letsel veroorzaken dan in de slachtofferpercentages is meegenomen.
  • Vanwege de leesbaarheid van de tabel zijn de grenswaarden voor materiële en persoonlijke schade gelijkgeschakeld. Voor de indeling van schade aan objecten worden eigenlijk net andere grenswaarden gebruikt. De waarden 0,3 = 0,35 bar en 0,2 = 0,17 bar. 

Grafiek Overdruk vs. afstand

Contouren Overdruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een explosie op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [6]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de vuurbal, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [7]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Na de instantané explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan enkele seconden. Direct of in korte tijd zijn de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een instantane explosie is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een waterstof cilinderpakket
  • Weten wat de gevaren zijn van waterstof
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) explosie

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De explosie is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de explosie is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – De fakkel gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
     middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking [8]
  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [9]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [10]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[11]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [12].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [13]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [14]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [15]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [16]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [13]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[18
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een explosie verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [19].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [20]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [21]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [22]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk. Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. [23]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [24]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [25].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [26]

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kans beperkend

  • Wegnemen van de risicobron
  • Begrenzen van de doorzet
  • Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen, met aanrijdbeveiliging
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u

Effecten & gevolgen beperkend

  • Planologisch
  • Ontwerptechnisch
  • Constructietechnisch
  • Installatietechnisch

Randvoorwaarden handelingsperspectief

  • (Nood)uitgangen en vluchtroutes die van de risicobron af zijn gericht
  • In (bedrijfs)noodplannen het explosie scenario opnemen
  • Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een explosie
  • De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een explosie

Randvoorwaarden hulpverlening

  • Middelen om de hulpdiensten snel te kunnen alarmeren
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen
Voorbeeld

 

  1. De inhoud van 1 cilinder van het pakket
  2. De faaldruk is de werkdruk. Bij externe verhitting zou de druk kunnen oplopen
  3. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  4. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  5. RIVM MEMO: risico- en effectafstanden watestoftankstations 2016..
  6. In deze beschrijving wordt uitgegaan een instantaan falen. Door het instantané falen is er weinig tijd voor het handelingsperspectief.
  7. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  8. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  9. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  10. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  11. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerst aankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  12. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  13. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  14. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  15. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  16. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  19. LPCGBI p.1 september 2013
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23. Overdrukeffecten zijn leidend voor het slachtofferbeeld.
  24.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  25. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  26. Casus Volendam, “Het hemeltje”

Binnenvaarttanker – LNG – plasbrand

Algemene beschrijving
Door een aanvaring met een LNG tankschip ontstaat een groot gat in de romp waardoor in zeer korte tijd de inhoud van de tank op het water stroomt. De LNG verspreidt zich over het water waarbij het door het temperatuur verschil snel verdampt. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand.

Effecten
De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Als de plas niet ontsteekt, bestaat er kans op vertraagde ontsteking van de gaswolk door de snelle verdamping. Hierbij ontstaat het scenario wolkbrand.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
TNO Effects 10.1.6: poolfire: two zone model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Stofcategorie GF0
Debiet 8600 kg/s [1]
Duur uitstroming 24s [1]
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank -162  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Oppervlak plasbrand 10500 m2  [1]
Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingsduur personen 20 s
Resultaten  
Duur van de plasbrand  2 min
Max. diameter van de plasbrand 115 m
Lengte van de vlammen 150 m
Temperatuur van de vlammen 1200 °C
Kans van optreden

De kans op een plasbrand na een ongeval met een binnenvaart gastanker LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt en de kans op ontsteking van de plas. Deze kans wordt per binnenvaart gastanker, per jaar, per vaar-kilometer geschat op [4]:

   N ongeval N uitstroming  ontsteking plas N scenario
Vaarklasse 4 8.67 x 10-8  2.67 x 10-5  ? = ?
Vaarklasse 5 1.32 x 10-7 3.58 x 10-5  ? = ?
Vaarklasse 6 4.14 x 10-7 6.00 x 10-5  ? = ?

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen verminderen;
  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Technische specificaties van het schip optimaliseren.
Effecten

De effecten van een plasbrand zijn warmtestraling en enige rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma[5] is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend voor een cirkelvormige plas.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel Effectafstanden en gevolgen [6]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 200≥ 35100000100000811900
Grens 1e ring: 99% letaal
2003599100100000158410
2e ring200 tot 33035 tot 10381104924260496321149
Grens 2e ring: 1% letaal30010110871108701187
3e ring330 tot 54010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 5404000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 200≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
355016
Grens 1e ring
20035101045
2e ring200 tot 33035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 135 meter.
31012
Grens 2e ring330100000
3e ring330 tot 54010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 176 meter.
0000
Grens 3e ring54040000

Grafiek letaliteit vs. afstand [7]

Grafiek warmtestraling vs. afstand

Contouren warmtestraling

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [8]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand ongeveer 7,5 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een bunkerschip LNG
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij de inzet van dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Gecontroleerd laten uitbranden van de plasbrand;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. [9].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aawezigheid van een actueel IBP van het watergebied [10];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [11]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [12]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [13]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[14]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [15] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [16]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [13]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[18
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [19].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [20]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [21]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [22]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [23]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [24].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [25] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorgdragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen
 

Kans

Maatregel Werking van de maatregel
 Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Scheiden van de doorgaande vaart en overslagkade Het scheiden van deze twee activiteiten verlaagd de kans op aanvaringen.

Effect en gevolg

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot de vaarweg Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Hoogteverschillen creëren en benutten Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor bevoorrading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.

Zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand  Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

 Betere suggesties van een plasbrand op het water kunnen gemaild worden naar:  info@scenarioboekev.nl

  1. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  2. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  3. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  4. Interim Rekenmethode LNG-bunkerstations
  5. de GHOR hanteert deze term voor het type verwonding
  6. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  7. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  8. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  9. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  10. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  11. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  12. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  13. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  14. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  15. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  16. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  19. LPCGBI p.1 september 2013
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  24. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  25. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Binnenvaarttanker – LNG – wolkbrand

Algemene beschrijving
Door een aanvaring met een LNG tankschip ontstaat een groot gat in de romp waardoor in zeer korte tijd de inhoud van de tank op het water stroomt. Door het grote temperatuurverschil van de LNG (-162 oC) met het water verdampt deze vloeistof razendsnel en vormt een brandbare wolk. Deze wolk kan eenvoudig worden ontstoken waarbij het ontsteken van de gaswolk leidt tot een kortdurende vlammenzee.

Effecten
Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee wat zorgt voor warmtestraling. De effecten van een wolkbrand kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. 

Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan een gaswolkexplosie ontstaan. De maximale overdruk als gevolg van een gaswolkexplosie LNG op het water is zeer beperkt (maximaal 0.1 bar). Door de zeer beperkte impact van de overdruk is dit niet verder uitgewerkt in deze scenariokaart.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effects file
TNO Effects 10.1.6:  Pool Evaporation; Dense Gas Dispersion; Multi Energy model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Stofcategorie GF0
Debiet 8600 kg/s [1]
Duur uitstroming 24 s [1]
Omgevingstemperatuur 9  °C
Watertemperatuur 9  °C
Temperatuur in tank -162  °C
Windrichting West
Windsnelheid 5 m/s
Observatiehoogte 1,5 m
Blootstellingduur personen 20 s
Resultaten  
Duur verdamping 45 s

Max massa (kg)

206 ton [3]
Kans van optreden

De kans op een ongeval met een enkelwandige binnenvaarttanker, waardoor er LNG uitstroomt, wordt geschat op 1 . 10 -7  tot 4 . 10 -7 per vaartuigkilometer per jaar[4]

De kans op een wolkbrand na een ongeval met een binnenvaart gastanker LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een vertraagde ontsteking en de kans dat de wolk niet explodeert. Deze kans wordt per binnenvaart gastanker, per jaar, per vaar-kilometer geschat op [5]:

   N ongeval N uitstroming  N vertraagde ontsteking N wolkbrand N scenario
Vaarklasse 4 8.67 x 10-8  2.67 x 10-5  0.3 0.6 = 4.1 x 10-13
Vaarklasse 5 1.32 x 10-7 3.58 x 10-5  0.3 0.6 = 8.4 x 10-13
Vaarklasse 6 4.14 x 10-7 6.00 x 10-5  0.3 0.6 = 4.5 x 10-12

De kans op een gaswolkexplosie na een ongeval met een binnenvaart gastanker LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een vertraagde ontsteking en de kans op een explosie. Deze kans wordt per binnenvaart gastanker, per jaar, per vaar-kilometer geschat op [5] :

   N ongeval N uitstroming  N vertraagde ontsteking explosie N scenario
Vaarklasse 4 8.67 x 10-8  2.67 x 10-5   0.3 0.4 = 2.8 x 10-13
Vaarklasse 5 1.32 x 10-7 3.58 x 10-5  0.3 0.4 = 5.6 x 10-13
Vaarklasse 6 4.14 x 10-7 6.00 x 10-5  0.3 0.4 = 3.0 x 10-12

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen verminderen;
  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Technische specificaties van het schip optimaliseren.
Effecten

Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee wat zorgt voor hittestralling.  De effecten van een wolkbrand kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Omdat de blootstellingstijd kort is, blijven de effecten beperkt tot de omvang van de brandbare wolk. De omvang van deze wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan een gaswolkexplosie ontstaan. De maximale overdruk als gevolg van een gaswolkexplosie LNG op het water is zeer beperkt (maximaal 0.1 bar). Door de zeer beperkte impact van de overdruk is dit niet verder uitgewerkt in deze scenariokaart.

Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Buiten de brandbare wolk worden geen slachtoffers verwacht [7].

In de tabel hieronder wordt de omvang van de brandbare wolk weergegeven voor de volgende geografische gebieden [8]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de contouren van de brandbare wolk.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen

D5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk320330470100000
Grens brandbare wolk
320330470100000
Buiten de wolk> 320> 330>4700000

Omvang brandbare wolk

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen

F1,5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk300310400100000
Grens brandbare wolk
300310400100000
Buiten de wolk> 300> 310>4000000

Omvang brandbare wolk

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een wolkbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [9]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is noodzakelijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief (haaks op de wind) vluchten. Vluchten tot (ruim) buiten de zichtbare wolk
  • Mochten er schuilmogelijkheden zijn, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen achter een muur. Het sluiten van ramen en deuren kan soms (dichtbij de bron) helpen (ramen en deuren wijd open zetten is zeer onverstandig).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario wolkbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en duurt de wolkbrand slechts enkele seconden.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een wolkbrand is door zijn warmtestraling direct waarneembaar door aanwezigen.
  • Als de wolk nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar van een wolkbrand voor onwetenden niet direct herkenbaar. De wolk is wel herkenbaar aan de witte condensatie. 

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG schip
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) wolkbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke  gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om haaks op de wind te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De wolkbrand is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de wolkbrand is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;

    – Waarschuwen bevolking. [10].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer

  • Aanwezigheid van een actueel IBP van het watergebied [11];
  • Afstemming van de onderlinge organisatie- en communicatiestructuren van de betrokken partijen;
  • Voorbereiding op samenwerking met betrokken partijen en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid aanlandingsplaats in directe omgeving van incident.

Capaciteit [12]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [13]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers via vaartuigen in samenwerking met andere organisaties.

Opkomst/inzettijd [14]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

Zorgnormen Incidentbestrijding op het water
[15]

30 minuten

– Norm opkomsttijd eerste peloton [16] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
-SAR 5 personen (KNRM)
– 6 l/m²/min oppervlakte schip (verhoogde gebiedsnorm)

45 minuten

-1 mobiele pomp en/of
-1 equivalent autospuit 2000 l/min
-2 vaartuigen met 45.000l/min(zeegaande schepen)

120-240 minuten

-2 vaartuigen met 45.000 l/min
-SAR 25-200 personen (KNRM verhoogde gebiedsnorm)

Bluswatervoorziening

  • Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing.
  • Benodigde capaciteit is 6 l/m²/min [17]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [14]

  • In de hectische fase wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid op het schip. Daarnaast komt de redding op gang via de schepen in de directe omgeving. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie op de wal is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[19
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [20].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [21]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [22]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [23]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [24]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [25].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [26] is te verwachten.

Water- en zeevaartzorg

  • Search and Rescue (SAR)
    – Via de inzet van Search and Rescue (SAR) krijgen slachtoffers toegang tot de geneeskundige hulpverlening.
  • Nautisch verkeersmanagement
    – Het regelen van het verkeer is een wettelijke taak van de politie en nautisch beheerder. 
  • Beheer waterkwaliteit
    – Het zorg dragen voor de kwaliteit van het water.
  • Beheer waterkwantiteit en waterkeringen
    – Activiteiten die verricht worden in het kader van waterkwantiteitsbeheer zijn de zorg met betrekking tot hoogwater/ overstromingen, laagwater en ijsbezwaar (in de zin van waterkwantiteit: ijsdammen en stuwing). 

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving
    – Bij toxische scenario’s en dreigende scenario’s:
    Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.

 

Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor verlading worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van explosiewerend glas Explosiewerende gelaagde veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een wolkbrand/gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een wolkbrand/gaswolkexplosie  Door te oefenen met het wolkbrand-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

  1. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  2. LNG Masterplan voor Rijn-Maas-Donau, Emergency & incident response studie
  3. Gezien de lage reactiviteit van methaan en de beperkte mate van insluiting in de omgeving van STS LNG-bunkeren en LNG-fuelling activiteiten, is in een eerdere LNG QRA-studie een TNO Multi-Energy explosiecurve van 4 voor LNG toegepast en geaccepteerd door het bevoegd gezag. Dit betekent dat de maximale overdruk die bereikt kan worden gelijk is aan 100 mbar (in het epicentrum van de explosie).” Pagina 31 van de LNG Toolkit
  4. HART.hoofdstuk 11.4.versie 1.1. april 2015
  5. HART.hoofdstuk 11.4.versie 1.1. april 2015 
  6. HART.hoofdstuk 11.4.versie 1.1. april 2015 
  7. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen.
  8. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  9. In deze beschrijving wordt uitgegaan een wolkbrand. Mocht de wolk nog niet zijn ontstoken is er tijd voor het handelingsperspectief. Wanneer de wolk is ontbrand is er geen handelingsperspectief.
  10. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  11. Handboek incidentbestrijding op het water fig. 35 p.137
  12. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  13. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  14. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  15. Handboek Incidentbestrijding op het water, basisnorm figuur 28&3, p.125 Afhankelijk van risicobeeld is er een verhoogde gebiedsnorm
  16. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  17. Handboek Incidentbestrijding op het water p125 basisnormen en verhoogde gebiedsnormen
  18. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  19. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  20. LPCGBI p.1 september 2013
  21. Leidraad GGB p.12 december 2015
  22. Leidraad GGB p.10 december 2015
  23. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  24.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  25. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  26. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Opslagloods gevaarlijke stoffen (PGS 15) – Giftige wolk


Algemene beschrijving
In een PGS 15 loods met gevaarlijke stoffen ontstaat een brand. De brand veroorzaakt rook met giftige verbrandingsproducten. Bij een beginnende- of zuurstof beperkte brand is er weinig hitte waardoor er geen pluimstijging plaatsvindt. [1] De rookwolk wordt door de wind meegevoerd.

Effecten
Het effect van een rookwolk is vergiftiging door onder andere stikstofdioxide (NO2). [2] Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

In deze kaart is uitgegaan van een loods van 300 mbrandend oppervlak waarvan de rook zich in de lijwervel opmengt met lucht in de omgeving [3]. Het ontstaan van toxische verbrandingsproducten is sterk afhankelijk van de aard en hoeveelheid van de opgeslagen stoffen.

Omdat de samenstelling van de opgeslagen goederen zeer divers kan zijn, is er door het RIVM een ‘gemiddelde bruto structuurformule’ voorgesteld. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt. Bij opslagen met veel chloorhoudende producten kan bijvoorbeeld waterstofchloride (HCl) dominant zijn.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
Effects 10.2.0: Combustion and Toxic Combustion Products; Neutral Gas Dispersion.
Uitgangspunten:  
Stofnaam C3.90H8.50O1.06Cl0.46N1.17S0.51P1.35 [4]
Hoeveelheid opgeslagen
materiaal

100.000 kg

Oppervlakte compartiment 300 m2 [5]
Breedte loods 15 m [6]
Hoogte loods 5 m [7]
Temperatuur omgeving 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Observatie hoogte 1.5 m
Blootstellingsduur 30 min
Resultaten:  
Representatief massadebiet NO2 0.87 kg/s  [8]
Representatief massadebiet SO2 1.5 kg/s [8]
Representatief massadebiet HCl 0.76 kg/s [8]
Representatief massadebiet CO2 1.58 kg/s [8]
Representatief massadebiet H2O 3.5 kg/s [8]
Representatieve brandduur 4 uur

 

Kans van optreden

De initiële kans op brand in een loods met gevaarlijke stoffen is afhankelijk van het beschermingsniveau van de loods[13]:

  Beschermingsniveau 1 en 2 Beschermingsniveau 3
Kans per jaar 8,8*10-4 1,8*10-4

De vervolgkans op brand met een bepaalde omvang is afhankelijk van het beschermingsniveau en maatregelenpakket in een specifieke situatie. Zie hiervoor RIVM, 2015 paragraaf 8.2.4.

Effecten

Het effect van een rookwolk met stikstofdioxide is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving, de blootstellingsduur en de weersomstandigheden. 

Stikstofdioxide (in pure vorm een roodbruin giftig gas) zal opgaan in een mengsel van stoffen die in de rook zit. Het is goed oplosbaar in water, maar vormt in combinatie met water salpeterzuur. Het inademen hiervan is gevaarlijk en kan longoedeem veroorzaken. 

In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [14].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [15]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 800 - 1600 - 20095 -1000 - 50 -50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
80160200950 - 50 - 50- 5
2e ring80 - 150160 - 200200 - 25050 - 950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
150200250500 - 500 - 500 - 50
3e ring150 - 270200 - 340250 - 4105 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
2703404105

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 220 mg/m3
170
220280
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 120 mg/m3
270560400
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 44 mg/m3
5006001140
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 24 mg/m3
7309701030
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 0.96 mg/m3
550062006900
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 0.96 mg/m3
550062006900

Contouren giftige wolk Stikstokfdioxide voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Stikstofdioxide voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 6400 - 7700 - 92095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
640770920950 - 50 - 50 - 5
2e ring640 - 1120770 - 1230920 - 155050 - 950 -500 -500 -50
Grens 2e ring:
50% letaal
112012301550500 -500 -500 -50
3e ring1120 - 19601230 - 22701550 - 26105 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1960227026105

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
124014501700
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
190022002500
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
365042004700
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
550072007500
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
>>15 km>> 15 km>> 15 km
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
>> 15 km>> 15 km>> 15 km

Contouren giftige wolk Stikstofdioxide voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Stikstofdioxide voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [16]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [17] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten.
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven [18], ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. 

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Stikstofdioxide heeft een roodbruine kleur en wordt meegevoerd in de rook. De rook zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een brand is 
  • Weten wat de gevaren zijn rook 
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige rookwolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Dit scenario dient als voorbeeld voor de mogelijke effecten die kunnen optreden bij het vrijkomen van een giftige wolk bij brand in PGS15 opslagen.
Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De inzet zal gericht zijn op het indammen van het brongebied en afschermen van de omgeving via het plaatsen van waterschermen. De toegepaste repressieve techniek (schuim/water/uitbranden) is mede bepalend voor de milieu impact.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving ;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).

Relevante aspecten

  • Repressieve voorbereiding
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen [19]
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit twee tegengestelde windstreken [20]
  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Beperkt inzetten van brandweereenheden in het benedenwindse gebied
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) .
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening voor eventuele afscherming (zie bluswatervoorzieningen)

 

Capaciteit [21]

  • Specialistische eenheden worden ingezet ten behoeve van het beperken van de effecten.
  • Houd rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals specialistische interventie eenheden (SIE)  voor incidentbestrijding gevaarlijke stoffen(IBGS), meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) voor het brongebied of het Regionaal Operationeel Team (ROT) voor het effectgebied.[22].  
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[23] 

Opkomst/inzettijd [24]

 Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

 

30 minuten

·        Norm opkomsttijd eerste peloton [25] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
·        Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE) IBGS
·        Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
·        Norm opkomsttijd eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

·       Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

·        Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
·        Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van  afscherming naar de omgeving via verdunnen van de giftige wolk met water.  [26].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [27]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[28
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers die in aanraking zijn gekomen met ammoniak(gas).
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.
  • Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort van het ziekenhuis” is bij gassen niet van belang. [29]

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [28] , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort” is bij gassen niet van belang. 
Relevante aspecten bij de effecten van vrijkomen van giftige stoffen zijn: aantal slachtoffers, doelgroep, type letsel en ontsmetting. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig. Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [31]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [32]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [33]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [34].

Type letsel

  • Stikstofdioxide kan zorgen voor irritatie van ogen, neus, keel en luchtwegen. Deze klachten verdwijnen vaak weer snel in de frisse lucht. Na een klachtenvrije periode kunnen als gevolg van  longoedeem, tot 24 uur na blootstelling, alsnog klachten ontstaan zoals benauwdheid, cyanose en verminderde longcapaciteit. Bij vermoedelijke blootstelling aan hoge concentraties is daarom observatie in het ziekenhuis gewenst. Bij blootstelling aan lagere concentraties kan aan betrokkenen worden geadviseerd om direct contact met de huisarts op te nemen bij een toename van klachten.
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarde

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De gevolgen nemen af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het beste handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.

 

Voorbeeld

 
  1. In dit scenario is uitgaan van het meest conservatieve scenario zonder pluimstijging. Bij pluimstijging zijn de effecten op leefniveau zeer beperkt. RIVM, 2015 blz. 74
  2. Deze kaart beschrijft enkel de giftige rookwolk. De hittestralingseffecten van de brand zijn in deze kaart niet verder uitgewerkt.
  3. Bij een oppervlak van meer dan 900 m2 mag pluimstijging worden verondersteld. RIVM 2009
  4. RIVM gemiddelde brutostructuurformule  Andere specifieke stof verhoudingen kunnen worden opgeteld in een RIVM spreadsheet
  5. Gekozen is voor een klein oppervlak omdat  daarbij geen pluimstijging wordt verwacht. RIVM 2009RIVM rapport verspreiding van stoffen bij branden: een verkennende studie
  6. Aanname veel voorkomend bedrijfspand in relatie tot de oppervlakte.
  7. Aanname veel voorkomende bedrijfspand.
  8. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt.
  9. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt.
  10. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt.
  11. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt.
  12. Bij deze gemiddelde structuurformule zijn de effecten van stikstofdioxide dominant. In deze scenariokaart zijn daarom alleen de effecten van stikstofdioxide verder uitgewerkt.
  13. RIVM, 2015 paragraaf 8.2.3
  14. Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  15. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  16.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  17. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  18. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  19. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  20. Bovenwindse aanrijroute, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  21. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buiten beschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  22. De organisatie van de inzet van slagkracht is regionaal afhankelijk
  23. Uitgangspunt: in het effectgebied worden brandweervoertuigen(met ademlucht) ingezet op transport van de slachtoffers buiten naar het gewondennest  en op nacontrole van woningen.
  24. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  25. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  26. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  27. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  28. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  29. CBRN protocol  voor Ammoniakgas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  30. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  31. Leidraad GGB p.12 december 2015
  32. Leidraad GGB p.10 december 2015
  33. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  34. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Li-ion Energieopslag systeem (EOS) – Giftige wolk


Algemene beschrijving
In een Li-ion EOS ontstaat een brand. Tijdens de brand raken de Li-ion accupakketten betrokken bij de brand. [1] Door het ontbranden van aanwezige accupakketten komt er een wolk waterstofluoride vrij die met de wind wordt meegevoerd. De wolk reageert met waterdamp uit de lucht en is zichtbaar als witte rook.

Effecten
Een wolk waterstoffluoride is zowel giftig als bijtend. Hierdoor kunnen personen in de omgeving slachtoffer worden. De omvang van de wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

In deze kaart is uitgegaan van een Li-ion EOS van met een vermogen van 1 MWh geplaatst in een standaard zeevrachtcontainer. Tijdens een brand mengt de rook zich in de lijwervel op met lucht in de omgeving. 

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.2.0: Neutral Gas Dispersion
Uitgangspunten:  
Stofnaam Waterstoffluoride 
Type batterij Lithium-ion Celtype:18650 
Capaciteit EOS 1 MWh [2]
State Of Charge 50 % [3]
Observatiehoogte 1.5 m
Hoogte container 2.29m [4]
Breedte container 2.34m [4]
Temperatuur omgeving 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten:  
Representatief massadebiet 60 kg/u [6
Totaal vrijgekomen hoeveelheid HF 120 kg [7]
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk waterstoffluoride na een brand in een EOS wordt bepaald door de kans op een brand, de kans dat de accu’s worden aangestraald en de kans dat daarbij waterstoffluoride vrijkomt. 

Over de kans op het beschreven scenario is bij ons geen informatie bekend.

Effecten

Waterstoffluoride is een kleurloos, giftig en bijtend gas. De damp is zwaarder dan lucht en vormt met damp uit de buitenlucht bijtende nevels die zich over de grond verspreiden. Inademing van waterstoffluoride kan leiden tot beschadiging van de luchtwegen en longen.  Waterstoffluoride dringt door de huid heen en richt in het weefsel schade aan die pas na enige tijd pijn met zich mee brengt.  Daarnaast reageert het met calcium in het lichaam.

In onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijdt meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en in de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [8].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [9]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 95% letaliteit wordt bij dit incident niet bereikt
Grens 1e ring:
95% letaal
2e ring0 - 20 - 50 - 10 50 - 950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
2510500 - 500 - 500 - 50
3e ring2 - 105 - 1510 - 20 5 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1015205

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 150 mg/m3
152025
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 36 mg/m3
406070
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 79 mg/m3
203040
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 20 mg/m3
6080110
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 0.83 mg/m3
500600720
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 0.83 mg/m3
500600720

Contouren giftige wolk waterstoffluoride voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand waterstoffluoride voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 150 - 250 - 3095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
152530950 - 50 - 50 - 5
2e ring15 - 4525 - 6030 - 7050 - 950 -500 -500 -50
Grens 2e ring:
50% letaal
456070500 -500 -500 -50
3e ring45 - 9060 - 11070 - 1405 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
901101405

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 150 mg/m3
100130160
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 36 mg/m3
290360430
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 79 mg/m3
160210250
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 20 mg/m3
430530630
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 0.83 mg/m3
370043004800
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 0.83 mg/m3
370043004800

 Contouren giftige wolk waterstoffluoride voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand waterstoffluoride voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [10] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten.
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven [11], ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. 

Herkenbaarheid van het scenario:

  • De waterstoffluoride wordt meegevoerd in de rook. De rook/nevel zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een brand is in een EOS 
  • Weten wat de gevaren zijn waterstoffluoride
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Na het ontstaan van dit scenario komt de hulpverlening op gang. De inzet zal gericht zijn op het koelen en nathouden van de bron en afschermen van de omgeving via het plaatsen van waterschermen. 
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving [12];
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. 

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).

Relevante aspecten

  • Repressieve voorbereiding en snelle alarmering.
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen [13].
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit twee tegengestelde windstreken [14].
  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Beperkt inzetten van brandweereenheden in het benedenwindse gebied
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) .
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening voor eventuele afscherming/verdunning (zie bluswatervoorzieningen)

 

Capaciteit [15]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) of het Regionaal Operationeel Team (ROT).[16]. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied. 
  • Bij dit incident is het van belang dat de inzet van capaciteit in benedenwinds gebied wordt beperkt. Naar dit incident vindt uitruk plaats volgens dekkingsplan van de regio.
  • Houdt rekening met de inzet van specialistische eenheden.  Meetplanorganisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners en spoelen van slachtoffers alvorens transport naar ziekenhuis.

 Opkomst/inzettijd [17]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten

  • Norm opkomsttijd eerste peloton.
    De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan. [18]
  • Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
  • Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
  • Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)
   

60 minuten

  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. Bij bestrijding van batterijbranden is het noodzakelijk dat de batterij onder water blijft staan.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van onderdompeling battrij en/of  afscherming van de omgeving via verdunnen van de giftige rookwolk met water.  [19].

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [20]

  • Eventuele slachtoffers door de rook kunnen via zelfverwijzing bij de huisarts komen. Achterhalen van omstanders van het incident en communicatie over mogelijk contact met waterstoffluoride is van levensbelang. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[21
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding  op het gevaar van een dergelijk incident in het verzorgingsgebied via aanwezigheid juiste middelen op de voertuigen.[22
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.
  • Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort van het ziekenhuis” is bij gassen niet van belang. [23]

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen [24] op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput. 
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [25]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [26]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en calciumgluconaatzalf en oplossing toedienen. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [27]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [28].

Type letsel

  • Waterstoffluoride is een zuur en heeft een corrosieve werking op de luchtwegen en slijmvliezen van ogen, neus en keel. Inademing kan leiden tot beschadiging van de bovenste luchtwegen met hoesten, brandend gevoel, keelpijn, pijn in de borst en moeilijk ademen tot gevolg.
  • In combinatie met vocht (bv. mistig weer of zweet) kan waterstoffluoridegas ook huidirritatie, en in hoge concentratie chemische brandwonden, geven. Opvallend aan waterstoffluoride is dat het dieper doordringt in de huid, tot aan dieperliggende weefsels, dan veel andere zuren.
  • De meeste effecten van waterstoffluoride zijn echter het gevolg van het fluoride zelf (giftig). Het fluoride reageert met het calcium in het lichaam waardoor een tekort aan calcium ontstaat. Dit heeft effecten op onder andere het zenuwstelsel, de skeletspieren, de hartspier en het gladde spierweefsel. Bij huidblootstelling, kan dit ook zorgen voor een intense pijn.
  • Klachten door waterstoffluoride kunnen tot 24 uur na blootstelling, na een klachtenvrije periode, ontstaan. Hoe hoger de concentratie waaraan iemand is blootgesteld, hoe sneller de klachten ontstaan.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Bescherm risicobron tegen brand vanuit de omgeving Door de risicobron te beschermen tegen brand uit de omgeving is de kans kleiner dat deze betrokken raakt bij een brand.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De gevolgen nemen af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.
Automatische blusvoorziening  De container zodanig uitvoeren dat een automatische blussing of onderdompeling mogelijk is.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het beste handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Aansluiting storz-koppeling De mogelijk om via een storz-koppeling water in de container te pompen om de blussing in gang te zetten.
Voorbeeld

Incident : Brand EOS – giftige wolk HF
Locatie : België
Bron: https://www.youtube.com/watch?v=fYRVQfdFHZ0

  1. Bij een thermal runaway blijft er HF achter in de cel. Bij aanstraling van buitenaf komt alles vrij en ontbranden de andere cellen makkelijker). Bij een beginnende- of zuurstof beperkte brand is er weinig hittestuwing waardoor er geen pluimstijging plaatsvindt. 
  2. Deze grootte is een veel voorkomende variant
  3. Bij 50% opgeladen batterijen komt het meeste HF vrij. De mate van geladenheid beïnvloedt de uitstoot van HF  Toxic fuoride gas emissions from lithium-ion battery fires, blz 3.
  4. Standaard zeevracht container
  5. Standaard zeevracht container
  6. Dit geldt voor het eerste uur. De overige 60 kg komt tijdens de rest van de brand geleidelijk vrij. Toxic fuoride gas emissions from lithium-ion battery fires, blz 4.
  7. 120mg HF per mWh capaciteit. Toxic fuoride gas emissions from lithium-ion battery fires, blz 1.
  8. Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  9. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  10. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  11. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  12. Afschermen met waterschermen is mogelijk indien sprake is van een scenario met continu lekkage en via een inzet met gaspakken de lekkage wel kan worden gedicht
  13. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  14. Bovenwindse aanrijroute, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  15. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  16. De organisatie van de inzet slagkracht is regionaal afhankelijk
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  19. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. Na contact met waterstoffluoride moet direct  calciumgluconaatzalf en -oplossing worden aangebracht om slachtoffers en ernstiger letsel te voorkomen.
  23. CBRN protocol  voor Ammoniakgas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  24. Bij adequate voorbereiding op het gevaar van waterstoffluoride in het verzorgingsgebied
  25. Leidraad GGB p.12 december 2015
  26. Leidraad GGB p.10 december 2015
  27. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  28. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Hoge druk aardgasleiding met bijmenging waterstof – Fakkelbrand

Deze kaart beschrijft een fakkelbrand bij een hogedruk leiding met een mengsel van aardgas en waterstof. Mogelijk wordt in de toekomst waterstof bijgemengd in hogedruk aardgasleidingen. Met deze scenariokaart wordt inzicht gegeven in de gevolgen van deze verandering voor de externe veiligheid scenario’s. De plannen voor bijmenging van waterstof zijn veelal nog in ontwikkelingsfase, daarom zijn in deze scenariokaart verschillenden mengverhoudingen uitgewerkt. Hiermee ontstaat inzicht in de uitwerking van de verhouding waterstof en aardgas in relatie tot de gevaren en gevolgen van een fakkelbrand.

Als beginpunt voor deze kaart is de berekening voor de fakkelbrand hogedrukaardgasleiding gebruikt. In de Effects berekening zijn echter de stoffen aardgas (methaan) en waterstof in verschillende verhoudingen doorgerekend. Dit verschil resulteert in een andere effect afstanden. Deze zijn staan in de effecten tabel.

buisleiding aardgas fakkelbrandAlgemene beschrijving
Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk leiding met een mengsel van aardgas en waterstof. Het mengsel van aardgas en waterstof stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt.

Effecten 
De effecten van een fakkelbrand zijn warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan.

Uitgegaan is van directe ontsteking van het uitstromende gas door statische of kinetische energie. Hierdoor ontstaat een fakkelbrand. Direct na de breuk is het uitstroomdebiet en daarmee de omvang van de fakkel het grootst. De eerste fase is berekend over de eerste 20 seconden na de breuk. Het uitstroomdebiet loopt binnen enkele minuten na de breuk terug totdat een stabiel uitstroomdebiet wordt bereikt. Dit stabiele uitstroomdebiet blijft aanwezig totdat de leidingbeheerder het getroffen leidingdeel met afsluiters inblokt.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen

Modelleringssoftware:
Effectsfiles
40bar:

8inch/12inch/16inch
66bar:
30inch/36inch/48inch
80bar:
30inch/36inch/48inch

TNO effects 11.3.0: Gas release from long pipeling (Wilson model), Jet fire (Chamberlain model).
Uitgangspunten:  
Stofnaam Methaan & Waterstof
Stofcategorie GF3
Initiële overdruk in de leiding 40 bar (regionaal distributienet)
66 en 80 bar (hoofdtransportnet)
Type breuk Guillotinebreuk
Blootstellingsduur slachtoffers 20 seconden
 Weertype  D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
 Type leiding Ondergronds, tweezijdige uitstroming
Resultaten:
Het uitstroom debiet en de hoogte van de vlam verschilt afhankelijk van de uitgangspunten. Relevante parameters hiervoor zijn druk, diameter, mengverhouding methaan/waterstof en het verschil tussen de eerste en stabiele fase. Door de grote hoeveelheid van mogelijke combinaties is dit hier niet getoond. Deze resultaten zijn wel in de Effectsfiles te zien. 
Kans van optreden

De kans op een breuk van een hogedruk aardgasleiding is afhankelijk van diameter, wanddikte, druk, type materiaal en kerfslagwaarde [1][2].

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Een grotere diepteligging;
  • Bescherming van de leiding;
  • Beschermende maatregelen in de buurt van de leiding.
Effecten

Het breken van de buisleiding gaat gepaard met een harde knal. De harde knal wordt veroorzaakt door een fysische explosie door de plotselinge uitzetting van het samengeperste gas dat vrijkomt. De overdrukeffecten van de explosie zijn in dit scenario buiten beschouwing gelaten. Deze explosie veroorzaakt een krater, waaruit het gas in verticale richting uitstroomt. Door de kracht waarmee het gas (tweezijdig) uitstroomt erodeert de krater verder. De uitstroming gaat gepaard met bulderend geraas. Het uitstromende gas ontsteekt direct met een fakkelbrand als gevolg.

De warmtestraling van een fakkelbrand kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn van toepassing vanaf elke willekeurig positie van de ondergrondse buisleiding.

De afstanden die horen bij de grenswaarden in de eerste tabel staan in de tweede tabel. Per combinatie van druk, diameter en mengverhouding zijn voor zowel de ‘eerste fase’ als de ‘stabiele fase’ de effectafstanden berekend.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van warmtestraling versus afstand. Deze grafiek geeft een goed beeld van de invloed van het bijmengen van waterstof bij aardgas, op de warmtestraling effecten bij een fakkelbrand.

Tabel effecten en gevolgen [3]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen
(0% bescherming)
T1T2T3
1e ring Zie ringgrenzen
onderstaande tabel
≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan
branden
≤ 2260≤ 36
Grens 1e ring
35102045
2e ring35 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 220 meter.
41013
Grens 2e ring100001
3e ring10 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 220 meter.
0000
Grens 3e ring40000
Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring Zie ringgrenzen
onderstaande tabel
≥35100000100000≤65≥3500
Grens 1e ring: 99% letaal
3599100100000158410
2e ring35 tot 1040
1005025250505351050
Grens 2e ring: 1% letaal10110901109001190
3e ring10 tot 4000300003000030
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 4000100010001

8 Inch

Tabel effectafstanden

8 inch

Diameter 8 InchEerste fase
Afstand bij 40 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 40 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%50100150355580
5%4090130305075
10%4080120305070
15%3575115304570
50%256095254060
100%255585102035

Grafiek warmtestraling – afstand 8 inch 40 bar en verschillende percentages waterstof

 

12 Inch

Tabel effectafstanden

12 inch

Diameter 12 InchEerste fase
Afstand bij 40 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 40 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%651402155090130
5%551251905080120
10%501151754575110
15%501101704070110
50%4090140356095
100%3080125103050

Grafiek warmtestraling – afstand 12 inch 40 bar en verschillende percentages waterstof

 

16 Inch

Tabel effectafstanden

16 inch

Diameter 16 InchEerste fase
Afstand bij 40 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 40 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%8018028070120175
5%7016025065110160
10%6015023060105155
15%6014022060100150
50%451151805085130
100%40100160103565

Grafiek warmtestraling – afstand 16 inch 40 bar en verschillende percentages waterstof

 

 

 

30 Inch

Tabel effectafstanden

30 inch

Diameter 30 InchEerste fase
Afstand bij 66 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 66 bar (m)
Eerste fase
Afstand bij 80 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 80 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%140380590160275410150410640170290440
5%120335525150250375125360560150265400
10%105305480135230350110325515140245370
15%100285450130220335100300480130230350
50%7022036010019028070235380100190280
100%520105156011010201101050110

 

36 Inch

Tabel effectafstanden

36 inch

Diameter 36 InchEerste fase
Afstand bij 66 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 66 bar (m)
Eerste fase
Afstand bij 80 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 80 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%165450700190330495170485755200345520
5%140400620175300450145425665175310465
10%125360570160280420130385610160290435
15%110340535150265400115360570150275410
50%8026543011521532580280450115220330
100%1025125156513010251301560130

 

 

48 Inch

Tabel effectafstanden

48 inch

Diameter 48 InchEerste fase
Afstand bij 66 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 66 bar (m)
Eerste fase
Afstand bij 80 bar (m)
Stabiele fase
Afstand bij 80 bar (m)
Percentage H21e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring1e ring2e ring3e ring
0%205580905250420640215625975250440660
5%170510805220380580180550865220400600
10%150470740200360540160500800205370555
15%140440700190340510145470745190350520
50%100345560150280410105365595145280420
100%1030160104015010301602080160

 

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. 

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden ) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten.
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Door statische of kinetische energie zal het gas bij uitstroom onder hogen druk direct ontbranden.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en kan een fakkelbrand uren duren.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een fakkelbrand is door zijn hitte ontwikkeling en bulderend geraas direct waarneembaar voor de aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een hogedruk aardgasleiding 
  • Weten wat de gevaren zijn van aardgas
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) fakkelbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Na het ontstaan van dit incident komt de hulpverlening op gang. Bij de bestrijding ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – De fakkel gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
     middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking [4]
  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten 

  • Voorbereiding op een fakkelbrand bij een hogedruk aardgasleiding met een ” aanvalsplan buisleiding” [5]
  • Voorbereiding op samenwerking/informatiestromen met betrokken partijen (KLIK en leidingexploitant en passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd);
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.[6]
  • Toegankelijkheid gebied (bereikbaarheid vaak moeilijk vanwege afgelegen gebieden)

Capaciteit [7]:

  • Bij een fakkelbrand van een buisleiding zal voornamelijk worden ingezet op evacuatie en afscherming van de omgeving totdat de leidingexploitant het betreffende leidingdeel kan blokken of dichten.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [8]. 
  • Houd rekening met een inzet van 1-4 tankautospuiten (basispeloton), 1 hoogwerker en grootschalige bluswatervoorziening. [9
  • Houd rekening met een inzet van een tweede peloton en grootschalige bluswatervoorziening ten behoeve van het koelen/blussen van secundaire branden. [10]
  • Houdt rekening met de inzet van een extra peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.

Opkomst/inzettijd [11]

Schematische weergave incident verloop bij grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [12] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
  • Norm opkomsttijd hoogwerker
45 minuten
  • Beschikbaarheid aanvullend tweede en/of derde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Inzettijd  grootschalige watervoorziening 45-60 minuten (houd rekening met een lange duur van het incident)

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van het afschermen en uitbreiding voorkomen. De norm voor incidenten met gevaarlijke stoffen is 6000 l/min voor 4 uur. [13].
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing (bij voorkeur een  doorlopend watersysteem met minimaal 80 cm. diepte voor voeding 3 tankautospuiten 3x2000l/min).[14]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [15]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers met brandwonden. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

Relevante processen bij de geneeskundige hulpverlening

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[16
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten 

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [17].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [18]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [19]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [20]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [21]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [22].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [23] is te verwachten.

Optreden Gasunie, politie, gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

 

Gasunie/leidingbeheerder

  • Inblokken gasleiding

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan

Gasunie/leidingbeheerder

  • Inbloksystemen
  • Responsorganisatie

 

Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Afdekken met platen De platen beschermen de leiding tegen beschadiging bij graafwerkzaamheden.
Plaatsen van een aarde of zand op de leiding Het verhogen van de grond  verkleind de kans op beschadiging bij graafwerkzaamheden.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Gebruik maken van dakpannen Dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) fakkelbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een fakkelbrand  Door te oefenen met het fakkelbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van fakkelbrand met een mengsel van aardgas en waterstof.
Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

 

  1. Risicoanalye aardgastranportleidingen, p37, Gasunie, 18 december 2008
  2. Achtergronden bij vervanging van de zoneringsafstanden hoge druk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie, 13 november 2008
  3. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  4. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  5. Handreiking incidentbestrijding buisleidingincidenten, kennisplein IFV, juli 2018
  6. goed werkend internet en mobiele telefonie , buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid
  7. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  8. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  9. Bij buisleidingincidenten kan de bereikbaarheid een cruciale rol spelen. Bij de inschatting van de benodigde capaciteit wordt hiermee rekening gehouden. De optie afschermen en uit laten branden i.o.m. leidingbeheerder kan bij dit incident worden verkozen
  10. Koelen/blussen vindt plaats aan twee zijden van de spoordijk. Hiervoor is een peloton en grootschalige bluswatervoorziening noodzakelijk.
  11. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  12. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  13. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  14. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  15. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  16. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  17. LPCGBI p.1 september 2013
  18. Leidraad GGB p.12 december 2015
  19. Leidraad GGB p.10 december 2015
  20. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  21.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  22. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  23. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Tubetrailer Waterstof – Explosie

 

Algemene beschrijving 
Door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing, bezwijkt een tube instantaan. Waterstof komt explosief vrij, ontsteekt direct en vormt een vuurbal.

Effecten
De effecten van dit scenario zijn  overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdrukeffecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Deze kaart is gemaakt naar de huidige inzichten in dit scenario. Mochten er in de toekomst nieuwe inzichten of andere uitgangspunten nodig zijn, wordt de kaart aangepast.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 11.2.2.:Gas fire ball model

Uitgangspunten:

 
Stofnaam Waterstof 
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 1500 L [1]
Druk in tube 200 bar
Massa in tube 23 kg
Faaldruk

200 bar [2]

Temperatuur in de tank 9 °C
Omgevingstemperatuur 9 °C
Resultaten  
Blootstellingsduur vuurbal enkele seconden alleen effecten binnen vuurbal
Diameter vuurbal 16,5 m [3]
Hoogte vuurbal 16,5 m [3]
Kans van optreden

De kans op een vuurbal wordt geschat op 1.39 x 10-7 per jaar. [5

Effecten

De effecten van dit scenario zijn overdruk, rondvliegende brokstukken en direct vlamcontact. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Overdruk effecten zijn leidend voor het schade- en slachtofferbeeld.

Direct vlamcontact wordt enkel en zeer kortstondig (enkele seconden) verwacht binnen de straal van de vuurbal. Onbeschermd binnen deze straal is de overlevingskans zeer gering. Binnen in een gebouw of buiten de straal van de vuurbal zijn vanwege warmtestraling geen effecten te verwachten. Een tabel met effecten op basis van warmtestraling is daarom niet aanwezig.

In de onderstaande tabel zijn de effecten van overdruk weergegeven. De inhoud van de tabel wijkt af van de gebruikelijke indeling met 3 ringen. Binnen de eerste ring komt 100% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring is de grens 1% T3 slachtoffers. In de derde ring is er alleen nog materiële schade vanwege de overdruk. Hiernaast is een gebied toegevoegd tot waar 1% ruitbreuk kan optreden. De effectafstanden zijn berekend vanaf het cilinderpakket.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van overdruk versus afstand en een afbeelding met daarop de overdruk ringen.

Tabel Effectafstanden en gevolgen overdruk

Effectafstand
(meter)
Overdruk (bar)Schade aan objectenIndicatie
slachtoffers(%)
BinnenBuiten
1e ring ≤ 20> 0,3Totale verwoesting >0,8 bar
Volledige instorting van gebouwen.
Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Zware schade Onherstelbare schade 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
100% letaal100% letaal
Grens 1e ring
200,3
2e ring 20 tot 250,3 tot 0,2Gemiddelde schade
Beschadigde daken.
Ernstige beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels
2,5% letaal
21,5%T1/T2
1%T3
1% T3
Grens 2e ring250,2
3e ring25 tot 400,2 tot 0,1Lichte schade
Schade aan deurposten (tot 0,15 bar).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
2,5% letaal
21,5%T1+ T2
1%T3
1% T3
Grens 3e ring400,1
0%0%
Ruitbreuk gebied40 tot 1400,1 tot 0,02Tot op 140 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
  • De in deze tabel gegeven percentages bij slachtoffers zijn secundair. Direct slachtoffer worden van overdruk, zoals door longschade, is niet bepalend voor het letsel. Binnen wordt het letsel m.n. veroorzaakt door scherfwerking en het instorten van gebouwen en muren. Buiten wordt het letaal letsel m.n. veroorzaakt door een combi van brokstukken, fragmenten en omverwerpen met hersenletsel als gevolg. Brokstukken en fragmenten kunnen tot op grotere afstand letsel veroorzaken dan in de slachtofferpercentages is meegenomen.
  • Vanwege de leesbaarheid van de tabel zijn de grenswaarden voor materiële en persoonlijke schade gelijkgeschakeld. Voor de indeling van schade aan objecten worden eigenlijk net andere grenswaarden gebruikt. De waarden 0,3 = 0,35 bar en 0,2 = 0,17 bar. 

Grafiek Overdruk vs. afstand

Contouren Overdruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een explosie op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [6]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [7]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Na de instantané explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan enkele seconden. Direct of in korte tijd zijn de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een instantané explosie is door zijn knal en hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een waterstof tubetrailer
  • Weten wat de gevaren zijn van waterstof
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) instantané explosie

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De explosie is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de explosie is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

De brandweer start de processen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – De fakkel gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
     middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking [8]
  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [9]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [10]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[11]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [12].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [13]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [14]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [15]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [16]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [13]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[18
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een explosie verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [19].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [20]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [21]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [22]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk. Door direct vlam contact ontstaan uitwendige brandwonden.  [23]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [24]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [25].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [26]

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kans beperkend

  • Wegnemen van de risicobron
  • Begrenzen van de doorzet
  • Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen, met aanrijdbeveiliging
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u

Effecten & gevolgen beperkend

  • Planologisch
  • Ontwerptechnisch
  • Constructietechnisch
  • Installatietechnisch

Randvoorwaarden handelingsperspectief

  • (Nood)uitgangen en vluchtroutes die van de risicobron af zijn gericht
  • In (bedrijfs)noodplannen het explosie scenario opnemen
  • Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een explosie
  • De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een explosie

Randvoorwaarden hulpverlening

  • Middelen om de hulpdiensten snel te kunnen alarmeren
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een instantane explosie bij een waterstof tube trailer. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

 

  1. De inhoud van 1 tube van de trailer
  2. De faaldruk is de werkdruk. Bij externe verhitting zou de druk kunnen oplopen
  3. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  4. Afmetingen gebaseerd op expansie tot upper flammability  limit
  5. RIVM MEMO: risico- en effectafstanden watestoftankstations 2016..
  6. In deze beschrijving wordt uitgegaan een instantane falen. Door het instantane falen is er weinig tijd voor het handelingsperspectief.
  7. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  8. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  9. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  10. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  11. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerst aankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  12. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  13. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  14. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  15. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  16. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  19. LPCGBI p.1 september 2013
  20. Leidraad GGB p.12 december 2015
  21. Leidraad GGB p.10 december 2015
  22. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  23. Overdrukeffecten zijn leidend voor het slachtofferbeeld.
  24.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  25. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  26. Casus Volendam, “Het hemeltje”

Tankwagen LNG – Koude BLEVE

weg-lpg-tankwagen-koudebleve

Algemene beschrijving
Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de tank open. LNG komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een drukgolf en een vuurbal. De BLEVE wordt gevolgd door een plasbrand.

Effecten
De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling en overdruk.  Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. 

Europese richtlijnen verplichten het om LNG te vervoeren in dubbelwandige tanks. Hierdoor is er een grote impact nodig is om de tank te laten openscheuren. De kans op een koude BLEVE is door deze uitvoering klein.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Dynamic BLEVE model; Explosion Rupture of vessels;
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 55 m3 [1]
Vullingsgraad 95%
Massa in tank 21.000 kg
Massa betrokken in de BLEVE 5100 kg  [2]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Temperatuur in tankwagen -150 °C [3]
Druk in de tank op moment van impact 2.4 bar [4]
Tank op oplegger  nee [5]
Fragmenten 2 ongelijke delen
Resultaten  
Blootstellingsduur 8 s
Maximale diameter vuurbal 100 m
Maximale hoogte vuurbal 150 m [6]
Kans van optreden

De kans op een (koude) BLEVE na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG vrijkomt, de kans op instantaan falen en de kans op een directe ontsteking. In de HART wordt geen onderscheid gemaakt tussen een warme en een koude BLEVE. Deze kans wordt per tankwagen, per jaar, per weg-kilometer geschat op [7]:

   N ongeval N uitstroming  N instantaan falen N directe ontsteking N scenario
Binnen bebouwde kom 5.9 x 10-7  0.0018     0.35 0.8 = 3.0 x 10-10
Buiten bebouwde kom 3.6 x 10-7 0.0102 0.35 0.8 = 1.0 x 10-9
Autosnelweg  8.3 x 10-8 0.0156 0.35 0.8 = 3.6 x 10-10

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Weginrichting optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van bochten, kruisingen, wegversmallingen, in-en uitvoegstroken);
  • Toegestane rijsnelheid verlagen;
  • Wegen met vluchtstrook.
Effecten

De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling en overdruk.  Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.  Het slachtofferbeeld buiten wordt voornamelijk bepaald door de warmtestraling en niet door de overdruk [7]  Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de warmtestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

In de onderstaande tabel zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en warmtestraling versus afstand. Naast de warmtestralingseffecten is de grafiek met het verloop van de overdruk versus afstand afgebeeld.

Tabel effectafstanden en gevolgen [8]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 30≥ 160100000100000821800
Grens 1e ring: 99% letaal
3016099100100000158410
2e ring30 tot 90160 tot 40341105324220535291153
Grens 2e ring: 1% letaal9040110881108801188
3e ring90 tot 15040 tot 15000270002700027
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 15015000100010001
Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen
ten gevolge van warmtestraling en overdruk
(0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 30≥ 160Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan
branden
341009
Grens 1e ring
301602212018
2e ring30 tot 90160 tot 40Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
31023
Grens 2e ring90400002
3e ring90 tot 15040 tot 15Lichte schade
Geen branden, ruitbreuk, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
0000
Grens 3e ring150150000

Grafiek letaliteit vs. afstand

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-letaliteit

Grafiek warmtestraling vs. afstand

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-hittestraling

Grafiek overdruk vs. afstand [9]

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-overdruk

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 15≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
150,80
Zone B15 tot 200,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B200,35
Zone C20 tot 300,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C300,17
Zone D30 tot 1050,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (tot ± 30 m). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D1050,03Tot op 145 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een BLEVE op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [10]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Een koude BLEVE is een snel scenario wat direct plaats vindt.
  • Na de explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 20 seconden. Dan zijn direct of in korte tijd de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een BLEVE is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG tankwagen
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) BLEVE

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Na dit scenario komt de hulpverlening op gang. Een BLEVE is van  korte duur. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;

    – Waarschuwen bevolking. [11].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [12]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [13]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[14]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [15].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van ten minste een derde en eventueel vierde peloton brandweerzorg en/of aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [16]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [17]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm beschikbaarheid derrde/vierde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [18]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [19]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [16]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.
  • USAR team: Zoeken, redden en bevrijden na bijv. instortingen gebouwen.

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen:

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[21
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de locatie.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een BLEVE verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [22].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [23]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [24]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [25]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk [26]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [27]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [28].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [29]

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van scherfvrij glas Scherfvrije veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.[30]
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een Koude BLEVE van een LNG-tankwagen bij  een LNG-installatie.
Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  2. Bij een koude BLEVE zal niet de volledige massa direct overgaan van vloeistof naar gas. Om de massa in de vuurbal te berekenen wordt als vuistregel gehanteerd: 3*adiabatische flash*inhoud (Roberts, A.F., 1982. The effect of conditions prior to loss of containment on fireball behaviour. The Assessment of Major Hazards. Institution of Chemical Engineers, Rugby). Voor LNG betekent dit dat er circa 5100 kg mee gaat in de BLEVE. De rest regent uit en/of vormt een plas maar raakt niet betrokken in de vuurbal.
  3. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p32, RIVM, 25 april 2017
  4. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p34, RIVM, 25 april 2017
  5. Indien de tank niet op een oplegger staat maar op de grond, zullen de overdruk effecten grotere afstanden kennen omdat de drukgolven door de grond weerkaatst worden.
  6.  Het middelpunt van de vuurbal.
  7. Bij BLEVE is de overdruk bepalend voor de ruitbreukafstand. Deze waarde wordt vermeld in de tabel overdruk. In het model wordt de ruitbreuk ten gevolge van de hittestralingseffecten vergeleken met de ruitbreuk ten gevolge van de overdrukeffecten. Vervolgens wordt het bepalende effect mede gebruikt voor de berekening van de slachtofferpercentages binnen.
  8. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  9. Bij een koude BLEVE zijn de overdruk effecten te verwaarlozen
  10. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  11. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  12. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  13. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  14. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerst aankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  15. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  16. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  17. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  18. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  19. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. LPCGBI p.1 september 2013
  23. Leidraad GGB p.12 december 2015
  24. Leidraad GGB p.10 december 2015
  25. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  26. Bij BLEVE zijn hitte stralingseffecten leidend t.o.v. overdruk effecten . De effectafstand van overdruk valt in de tweede ring (1% letaal)warmtestraling
  27.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  28. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  29. Casus Volendam, “Het hemeltje”
  30. Anteagroup, Beglazing in explosieaandachtsgebieden, Toepassing scherfvrij glas, 8 april 2020

Tankwagen LNG – Wolkbrand


Algemene beschrijving
Een wolkbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing de losslang van de LNG-tank afbreekt. Hierdoor stroomt LNG uit. Er vormt zich dan een brandbare wolk die zich in eerste instantie over de grond verspreidt en eenvoudig kan worden ontstoken. Het ontsteken van de gaswolk leidt tot een kortdurende vlammenzee en mogelijk een drukgolf.

Effecten
Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee. Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan naast brand ook een drukeffect ontstaan: een gaswolkexplosie. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. 

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Dense Gas  Dispersion: Flammable Cloud; Explosion Multi Energy model:
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 55 m3  [1]
Maximale vullingsgraad 95%
Massa in tank 22.000 kg
Temperatuur in tankwagen
-150 °C [2]
Dampdruk
2,4 bar [3]
Grootte van het gat 50 mm [4]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten  
Representatieve uitstroom tijd 23 min
Maximale omvang wolk op tmac [5] D5   : 70 s
F1,5: 140 s
Max explosieve massa (kg)
StedelijkVerstedelijkt
Landelijk
MassaMassaMassa
D5 9898113
F1,5
450440580
Kans van optreden

De kans op een wolkbrand na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een continue uitstroming,  de kans op een vertraagde ontsteking en de kans dat de wolk niet explodeert. Deze kans wordt per tankwagen, per jaar, per weg-kilometer geschat op [7]:

   N ongeval N uitstroming  N continue uitstroming N vertraagde ontsteking N wolkbrand N scenario
Binnen bebouwde kom 5.9 x 10-7  0.0018     0.65 0.2 0.6 = 8.3 x 10-11
Buiten bebouwde kom 3.6 x 10-7 0.0102 0.65 0.2 0.6 = 2.9 x 10-10
Autosnelweg  8.3 x 10-8 0.0156 0.65 0.2 0.6 = 1.0 x 10-10

De kans op een gaswolkexplosie na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaald door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een continue uitstroming, de kans op een vertraagde ontsteking en de kans op een explosie. Deze kans wordt per tankwagen, per jaar, per weg-kilometer geschat op [7]:

   N ongeval N uitstroming  N continue uitstroming N vertraagde ontsteking explosie N scenario
Binnen bebouwde kom 5.9 x 10-7  0.0018     0.65 0.2 0.4 = 5.5 x 10-11
Buiten bebouwde kom 3.6 x 10-7 0.0102 0.65 0.2 0.4 = 1.9 x 10-10
Autosnelweg  8.3 x 10-8 0.0156 0.65 0.2 0.4 = 6.7 x 10-11

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Weginrichting optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van bochten, kruisingen, wegversmallingen, in-en uitvoegstroken);
  • Toegestane rijsnelheid verlagen;
  • Wegen met vluchtstrook.
Effecten

Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee. Wanneer de brandbare wolk ingesloten [6]  is en ontstoken raakt kan naast brand ook een drukeffect ontstaan: een gaswolkexplosie. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Omdat een wolkbrand zeer kort duurt, blijven de effecten van warmtestraling beperkt tot de omvang van de brandbare wolk. De omvang van deze wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Om een compleet schadebeeld te geven is de effectafstanden tabel aangevuld met een tabel waarin de overdrukschade aan objecten binnen 4 zones is weergegeven.

Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Buiten de brandbare wolk worden geen slachtoffers verwacht [7] .

In de tabel hieronder wordt de omvang van de brandbare wolk weergegeven voor de volgende geografische gebieden [8]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de contouren van de brandbare wolk.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)

Tabel effectafstanden en gevolgen

D5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk606090100000
Grens brandbare wolk
606090100000
Buiten de wolk>60>60>900000

 Omvang brandbare wolk

Tabel Overdruk bij Gaswolk Explosie

Wanneer de brandbare wolk is ingesloten en wordt ontstoken kan naast warmtestraling ook een overdruk effect ontstaan. Bij het bepalen van de effectafstanden voor overdruk is uitgegaan van een volledige detonatie. De genoemde afstanden zijn gemeten vanaf het ontstekingspunt waar de brandbare wolk wordt ontstoken. Dit punt is  hieronder voor de verschillende gebieden aangegeven.

Afstand tussen bron en het midden van de brandbare wolk bij D5

  • Stedelijk gebied : 30 meter
  • Verstedelijkt landelijk gebied : 30 meter
  • Landelijk gebied : 45 meter

overdruk-plaatje

Stedelijk gebiedVerstedelijkt landelijkLandelijkOverdruk (bar)Schade aan objecten
D5D5D5
Zone A ≤10≤10≤15≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer
dan 75% van alle buitenmuren zijn
ingestort.
Grens zone A1010150,80
Zone B10 - 2010 - 2015 - 200,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
Overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B2020200,35
Zone C20 - 3020 - 3020 - 350,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige
beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C3030350,17
Zone D30 - 13030 - 13035 - 1400,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten.
Bewoonbaar na kleine reparaties.
Herstelbare schade.
Grens zone D1301301400,03

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)

Tabel effectafstanden en gevolgen

F1,5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk110105155100000
Grens brandbare wolk
110105155100000
Buiten de wolk>110>105>1550000

Omvang brandbare wolk

Tabel Overdruk bij Gaswolk Explosie

Wanneer de brandbare wolk is ingesloten en wordt ontstoken kan naast warmtestraling ook een overdruk effect ontstaan. Bij het bepalen van de effectafstanden voor overdruk is uitgegaan van een volledige detonatie. De genoemde afstanden zijn gemeten vanaf het ontstekingspunt waar de brandbare wolk wordt ontstoken. Dit punt is  hieronder voor de verschillende gebieden aangegeven.

Afstand tussen bron en het midden van de brandbare wolk bij F1,5

  • Stedelijk gebied : 55 meter
  • Verstedelijkt landelijk gebied : 55 meter
  • Landelijk gebied : 80 meter

overdruk-plaatje

Stedelijk gebiedVerstedelijkt landelijkLandelijkOverdruk (bar)Schade aan objecten
F 1,5F 1,5F 1,5
Zone A ≤ 20≤ 20≤ 25≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer
dan 75% van alle buitenmuren zijn
ingestort.
Grens zone A2020250,80
Zone B20 - 3020 - 3025 - 350,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
Overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B3030350,35
Zone C30 - 5030 - 5035 - 550,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige
beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C5050550,17
Zone D50 -22050 - 22055 - 2400,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten.
Bewoonbaar na kleine reparaties.
Herstelbare schade.
Grens zone D2202202400,03
Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een wolkbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [9]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is noodzakelijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief (haaks op de wind) vluchten. Vluchten tot (ruim) buiten de zichtbare wolk
  • Mochten er schuilmogelijkheden zijn, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen achter een muur. Het sluiten van ramen en deuren kan soms (dichtbij de bron) helpen (ramen en deuren wijd open zetten is zeer onverstandig).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario wolkbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en duurt de wolkbrand slechts enkele seconden.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een wolkbrand is door zijn warmtestraling direct waarneembaar door aanwezigen.
  • Als de wolk nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar van een wolkbrand voor onwetenden niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG 
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) wolkbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke  gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om haaks op de wind te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De wolkbrand is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse nadat de wolkbrand is geweest. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.
In onderstaande tabellen is beschreven welke processen op gang komen en welke aspecten relevant zijn.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Plasbrand gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving (bepalen van mogelijke ontstekingsbronnen en deze elimineren);
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. [10].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [11]

Capaciteit [12]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [13]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie slachtoffers en voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [14].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring. Het effectgebied zal zich hoogstwaarschijnlijk beperken tot het bedrijfsterrein.

Opkomst/inzettijd [15]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [16] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing (bij voorkeur binnen 1 km doorlopend watersysteem met minimaal 80 cm. diepte)
  • Benodigde capaciteit is 6000 l/min voor 4 uur [17] voor 3 tankautospuiten 3x2000l/min.[18]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [15]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers met brandwonden. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[20
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een brand verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [21].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [22]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [23]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [24]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk .
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [25]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [26].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen in het gebied.
  • Indien relevant
    – Handhaven openbare orde
    Strafrechtelijke handhaving

Relevante aspecten bij het optreden van de politie

  • De politie heeft geen beschermende kleding of ademlucht om op te kunnen treden en kunnen daarom niet opereren in blootgesteld gebied.
  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied.
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied te kunnen evacueren en af te kunnen zetten.

Optreden gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van explosiewerend glas Explosiewerende gelaagde veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

Datum: 11 februari 2018
Locatie: China

Datum: 23 januari 2020
Locatie: Lima, Peru

  1. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  2. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 32, RIVM, 25 april 2017
  3. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  4. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  5. tmac is de tijdsduur met een maximale LEL-contour. tmem is de duur tot de maximale explosieve massa is bereikt. Voor tmem zie Effectsfile
  6. Insluiting kan zijn in bijvoorbeeld een besloten ruimte, bossen of gebieden met veel bebouwing
  7. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen.
  8. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  9. In deze beschrijving wordt uitgegaan een wolkbrand. Mocht de wolk nog niet zijn ontstoken is er tijd voor het handelingsperspectief. Wanneer de wolk is ontbrand is er geen handelingsperspectief.
  10. goed werkend internet en mobiele telefonie,    buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  11. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  12. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  13. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  14. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  15. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  16. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  17. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  18. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  19. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  20. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  21. LPCGBI p.1 september 2013
  22. Leidraad GGB p.12 december 2015
  23. Leidraad GGB p.10 december 2015
  24. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  25.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  26. Beverwijk, Rotterdam, Groningen

Tankwagen LNG – Plasbrand

Algemene beschrijving
Door een botsing scheurt de tank open. Een groot deel van de LNG komt als vloeistof vrij en een kleiner deel als gas. De vloeistof verspreid zich over de grond en kan eenvoudig ontsteken. Na ontsteking van de plas brand deze binnen 2 minuut op. Zonder ontstekingsbron duurt het 18 minuten voordat de plas verdampt is.

Effecten
Het effect van een plasbrand is warmtestraling. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. 

De tanks in Nederland zijn dubbelwandig uitgevoerd waardoor er een grote impact nodig is om de tank te laten openscheuren.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Liquified Gas Instantaneous Release
(AMINAL model), Pool fire: Two zone model
Rew & Hulbert.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Stofcategorie GF0
Systeemgrootte 55 m3
Massa in tank 21.000 kg
Plasoppervlakte 1200 m[1]
Temperatuur in tankwagen
-150 °C [2]
Dampdruk 2,4 bar [3]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Windsnelheid op 10 m hoogte 5 m/s
Blootstellingduur personen 20 s [4]
Resultaten
Massa uitgeregend in een plas 18000 kg
Duur van de plasbrand 2 min
Max diameter brandbare plas 40 m
Lengte van de vlammen 70 m
warmtestralingsintensiteit 265 kW/m2 helder deel van de vlam
155 kW/m2 roetende deel van de vlam

Kans van optreden

De kans op een plasbrand na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op instantaan uitstromen en de kans op ontsteking van de plas. De kans op de ontsteking van de vloeibare LNG is niet bekend. Deze kans wordt per tankwagen, per jaar, per weg-kilometer geschat op [7]:

   N ongeval N uitstroming  N instantaan uitstroming ontsteking plas N scenario
Binnen bebouwde kom 5.9 x 10-7  0.0018     0.35 ? = ?
Buiten bebouwde kom 3.6 x 10-7 0.0102 0.35 ? = ?
Autosnelweg  8.3 x 10-8 0.0156 0.35 ? = ?

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Weginrichting optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van bochten, kruisingen, wegversmallingen, in-en uitvoegstroken);
  • Toegestane rijsnelheid verlagen;
  • Wegen met vluchtstrook.
Effecten

Het effect van een plasbrand is warmtestraling. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf het midden van de plas. Daarnaast wordt het verwachte percentage slachtoffers van de in een gebied aanwezige personen weergegeven [5].

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel effectafstanden en gevolgen [6]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 80≥ 35100000100000841600
Grens 1e ring: 99% letaal
803599100100000158410
2e ring80 tot 15035 tot 10391104826250486331148
Grens 2e ring: 1% letaal15010110871108701187
3e ring150 tot 20010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 2004000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 80≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
315014
Grens 1e ring
803542045
2e ring80 tot 15035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 86 meter.
10012
Grens 2e ring150100000
3e ring150 tot 20010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 114 meter.
0000
Grens 3e ring20040000

Grafiek Letaliteit vs. afstand

LNG poolfire letaliteit

 

 

Grafiek warmtestraling vs. afstand

LNG poolfire warmtestraling

 

Contouren warmtestraling

LNG plasbrand contouren

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [7]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand niet langer dan 2 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.
  • Als de plas nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een tankwagen LNG
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.

Relevante brandweerprocessen

  • Bron- en emissiebestrijding
    – Bepalen van het bron- en effectgebied;
    – Plasbrand gecontroleerd laten uitbranden;
    – Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door
       middel van het afschermen van de omgeving;
    – Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de
       omgeving blussen;
    – Waarschuwen bevolking. [8].

  • Redding:
    – Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers). 

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [9]

Capaciteit [10]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [11]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[12]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [13].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.

Opkomst/inzettijd [14]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [15] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
    [16]

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing (bij voorkeur binnen 1 km doorlopend watersysteem met minimaal 80 cm. diepte)
  • Benodigde capaciteit is 6000 l/min voor 4 uur [17] voor 3 tankautospuiten 3x2000l/min.[18]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [14]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers met brandwonden. Na ontsteking duurt de brand 4 minuten. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Geneeskundige zorg

De geneeskundige hulpverlening start met de processen

  • Spoedeisende Medische Hulpverlening:[20
    – Triage;
    – Inrichten van een gewondennest en behandelen van slachtoffers;
    – Vervoeren/Verwijzen naar ziekenhuizen.
  • Publieke gezondheidszorg:
    – De beoordeling van en maatregelen tegen schadelijke invloeden op de gezondheid via (drink)water (gebiedsafhankelijk).
    – Onderzoek individueel
  • Psychosociale Hulpverlening:
    – Signaleren getroffenen
    – Verwijzen getroffenen

Relevante aspecten zijn

  • Operationele voorbereiding op het vervoer en behandelen van slachtoffers met ernstige brandwonden.
  • Mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances op de aanlandingsplaats.
  • Veilige werklocatie voor de GHOR.
  • Na een brand verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. 
  • Aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

 

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [21].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [22]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [23]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [24]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [25]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [26].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [27] is te verwachten.

Optreden politie

De politie start met de processen

  • Afzetten en afschermen
    – Afzetten effectgebied
    – Creëren veilige werkomgeving voor hulpdiensten
    – Ontruimen van het effectgebied of aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen.
  • Mobiliteit
    – Indien nodig begeleidend transport overige hulpverleners als de verkeerssituatie daarom vraagt
    – Opstellen mobiliteitsplan.
    – Indien mogelijk informeren van bewoners en/of andere aanwezigen i