Archives

Propaan opslagtanks – Warme BLEVE TEST NIVEAUS

bedrijven-Propaan-opslag-warmebleve

Algemene beschrijving
Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de propaantank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.

Effecten
De effecten van een warme BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk [1]. Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile.
TNO Effects 10.0.6, Dynamic BLEVE;
Explosion Rupture of vessels.
Uitgangspunten
Stofnaam Propaan
Systeemgrootte 1m3, 1,6m3, 3m3, 5m3 en 8m3
Vullingsgraad 85 %
Faaldruk
19,5 bar [2]
Tank bezwijkt bij temperatuur
56 °C [3]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Observatiehoogte 1,5 m
Fragmenten 2 ongelijke delen
Resultaten
Systeemgrootte 1 m3 1,6 m3 3 m3 5 m3 8 m3
Blootstellingsduur (s) 4 4 5 6 7
Diameter van de vuurbal (m) 40 50 60 80 90
Hoogte van de vuurbal (m) 70 80 100 110 130
Massa in de wolk (kg) 440 700 1300 2200 3500
Kans van optreden

De kans op een warme BLEVE als gevolg van instantaan falen geschat op (1 tot 5) . 10-7 per jaar. [4]

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal vulmomenten beperken;
  • Aanrijdbeveiliging rond de opslagtank;
  • Technische specificaties van de opslagtank.
Effecten

De effecten van een warme BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk [1]. Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van hittestraling en overdruk apart weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en hittestraling versus afstand. Naast de hittestralingseffecten is een tabel met overdrukschade aan objecten binnen 4 zones weergegeven. Hierbij is de grafiek met het verloop van de overdruk versus afstand afgebeeld.

1m3

Tabel Effectafstanden en gevolgen

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten (%)Schade aan objecten
T1T2T3
1e ring ≤ 10≥ 28599-1000-10-10-1Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
Grens 1e ring: 99% letaal
10285990-10-10-1
2e ring10 tot 40285 tot 651-991-991-991-99Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van kunststof
Grens 2e ring: 1% letaal406511-991-991-99
3e ring40 tot 7065 tot 250-1???Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 70250???

Grafiek Hittestraling vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1m3-hittestraling

Grafiek Letaliteit vs. afstand [6]

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1m3-letaliteit

Tabel Overdruk [7]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 5≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
50,80
Zone B5 tot 100,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B100,35
Zone C10 tot 150,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C150,17
Zone D15 tot 450,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15bar, tot ± 15 m). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D450,03Tot op 65 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
** Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1m3-druk

1,6m3

Tabel Effectafstanden en gevolgen

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten (%)Schade aan objecten
T1T2T3
1e ring ≤ 15≥ 26099-1000-10-10-1Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
Grens 1e ring: 99% letaal
15260990-10-10-1
2e ring15 tot 50260 tot 551-991-991-991-99Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van kunststof
Grens 2e ring: 1% letaal505511-991-991-99
3e ring50 tot 8055 tot 250-1???Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 80250???

Grafiek Hittestraling vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1-7m3-hittestraling

Grafiek Letaliteit vs. afstand [6]

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1-7m3-letaliteit

Tabel Overdruk [7]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 5≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
50,80
Zone B5 tot 100,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B100,35
Zone C10 tot 150,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C150,17
Zone D15 tot 550,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15bar, tot ± 15 m).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D550,03Tot op 65 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
** Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-1-7m3-druk

3m3

Tabel Effectafstanden en gevolgen

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten (%)Schade aan objecten
T1T2T3
1e ring ≤ 25≥ 21599-1000-10-10-1Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
Grens 1e ring: 99% letaal
25215990-10-10-1
2e ring25 tot 70215 tot 551-991-991-991-99Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van kunststof
Grens 2e ring: 1% letaal705511-991-991-99
3e ring70 tot 11055 tot 200-1???Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 110200???

Grafiek Hittestraling vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-3m3-hittestraling

Grafiek Letaliteit vs. afstand [6]

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-3m3-letaliteit

Tabel Overdruk [7]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 10≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
100,80
Zone B10 tot 150,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B150,35
Zone C15 tot 200,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C200,17
Zone D20 tot 700,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15bar, tot ± 20 m).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D700,03Tot op 95 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
** Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-3m3-druk

5m3

Tabel Effectafstanden en gevolgen

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten (%)Schade aan objecten
T1T2T3
1e ring ≤ 30≥ 21099-1000-10-10-1Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
Grens 1e ring: 99% letaal
30210990-10-10-1
2e ring30 tot 90210 tot 501-991-991-991-99Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van kunststof
Grens 2e ring: 1% letaal905011-991-991-99
3e ring90 tot 14050 tot 200-1???Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 140200???

Grafiek Hittestraling vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-5m3-hittestraling

Grafiek Letaliteit vs. afstand [6]

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-5m3-letaliteit

Tabel Overdruk [7]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 10≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
100,80
Zone B10 tot 150,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B150,35
Zone C15 tot 200,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C200,17
Zone D20 tot 800,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15bar, tot ± 25 m).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D800,03Tot op 115 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
** Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-5m3-druk

8m3

Tabel Effectafstanden en gevolgen

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten (%)Schade aan objecten
T1T2T3
1e ring ≤ 40≥ 18099-1000-10-10-1Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
Grens 1e ring: 99% letaal
40180990-10-10-1
2e ring40 tot 110180 tot 451-991-991-991-99Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van kunststof
Grens 2e ring: 1% letaal1104511-991-991-99
3e ring110 tot 17045 tot 150-1???Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 170150???

Grafiek Hittestraling vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-8m3-hittestraling

Grafiek Letaliteit vs. afstand [6]

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-8m3-letaliteit

Tabel Overdruk [7]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 10≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
100,80
Zone B10 tot 200,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B200,35
Zone C20 tot 250,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C250,17
Zone D25 tot 950,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15bar, tot ± 30 m).
Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D950,03Tot op 135 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
** Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

sk-bedrijf-propaantanks-warme-bleve-8m3-druk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Mogelijke handelingen

  • Schuilen in een gebouw achter een muur
  • Vluchten uit het zicht van de brand onder dekking van constructies zoals muren

Randvoorwaarden

  • Weten dat er een ongeval is met een propaantank
  • Weten wat de gevaren van propaan zijn
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) BLEVE
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden brandweer (bestrijdbaarheid)

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers
  • Bepalen van het bron- en effectgebied
  • De situatie stabiliseren door middel van koelen/afschermen van de tank
  • Ontstane branden in de omgeving blussen
  • Veiligstellen van het bron- en effectgebied

Randvoorwaarden

  • Repressieve voorbereiding op een BLEVE bij een stationaire installatie
  • Middelen om de hulpdiensten te alarmeren zoals een dekkend mobiel telefoonnetwerk of eigen netwerk van de vervoerder/tankstation
  • Opkomsttijd van de brandweer
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen
Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [16] , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een BLEVE verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Er zijn meer slachtoffers te verwachten door hittestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
Relevante aspecten bij de effecten van een BLEVE zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig. Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
10
  • Het LPCGBI treedt in werking [17].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [18]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [19]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [20]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door hittestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk [21]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis [22]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [23].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [24]
Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kans beperkend

  • Beperken van de hoeveelheid brandbaar materiaal in de buurt van de propaantanks.

Effecten & gevolgen beperkend

  • Planologisch
  • Ontwerptechnisch
  • Constructietechnisch
  • Installatietechnisch

Randvoorwaarden handelingsperspectief

  • (Nood)uitgangen en vluchtroutes die van de risicobron af zijn gericht
  • In (bedrijfs)noodplannen het BLEVE scenario opnemen
  • Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) BLEVE
  • De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een BLEVE

Randvoorwaarden hulpverlening

  • Middelen om de hulpdiensten snel te kunnen alarmeren
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen
Voorbeeld

Bron: https://www.youtube.com/watch?v=Lr15rPHEmeQ

  1. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen. In een toekomstige versie zal onderscheid worden gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: geen bescherming, zomerkleding en winterkleding
  2. Handleiding risicobrekeningen Bevi v3.3, 1 juli 2015, pagina 12
  3. Om een druk van 19,5 bar in de tank te bereiken is deze temperatuur nodig. Zie het effectsfile
  4. EV-onderzoek arcadis- basis faalfrequenties.
  5. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen. In een toekomstige versie zal onderscheid worden gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: geen bescherming, zomerkleding en winterkleding
  6. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  7. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van hittestraling bepalend.
  8. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  9. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van hittestraling bepalend.
  10. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  11. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van hittestraling bepalend.
  12. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  13. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van hittestraling bepalend.
  14. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  15. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van hittestraling bepalend.
  16. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  17. LPCGBI p.1 september 2013
  18. Leidraad GGB p.12 december 2015
  19. Leidraad GGB p.10 december 2015
  20. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  21. Bij BLEVE zijn hitte stralingseffecten leidend t.o.v. overdruk effecten . De effectafstand van overdruk valt in de tweede ring (1% letaal)hittestraling
  22. landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl
  23. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  24. Casus Volendam, “Het hemeltje”

Koelinstallatie Ammoniak – Giftige wolk


Algemene beschrijving Bij een bedrijf met een ammoniak koelinstallatie waarvan de condensor buiten op het dak staat [1], breekt een ammoniak leiding. In korte tijd stroomt  ammoniak als vloeistof-spray uit en verdampt direct. Er ontstaat een ammoniak wolk die zich als zwaar gas gedraagt en naar de grond zakt. Effecten Het effect van een wolk ammoniak is vergiftiging.

In deze kaart is uitgegaan van een opstelling met een inpandige machinekamer en een condensor buiten op het dak [2] Dit is een veel voorkomend type [3]. Er is gekozen voor een inhoud van 5 ton en een bedrijfstemperatuur van -20 ºC.  Andere configuraties, systeem inhouden en koel temperaturen  zijn ook mogelijk. [4]. Lek scenario’s in de machinekamer zullen vanwege de verplichte automatische afzuiging nauwelijks effecten buiten het gebouw opleveren.

In de berekening wordt uitgaan van een vrije spray vanaf het dak op 5 meter hoogte zonder plasvorming. Mogelijke plasvorming op het dak zorgt voor een ander scenario.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
Effects 10.2.0: Two phase discharge; Spray release en Dense gas Toxic release.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Ammoniak
Stofcategori GT3
Inhoud systeem

5.000 kg [5

Diameter uitstroomopening 125 mm [6]
Uitstroom hoogte 5 m [7]
Totale massa vrijgekomen 750 kg [8]
Type breuk Full bore rupture [9]
Druk in systeem 1.9 bar [10]
Temperatuur in systeem -20 °C [11]
Temperatuur omgeving 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Observatie hoogte 1.5 m
Resultaten:  
Representatief massadebiet 25 kg/s (geen uitregening, 95% vloeistofdruppels in wolk, geen plasvorming.)
Representatieve uitstroomtijd 30 s

 

Kans van optreden

De kans op een giftige wolk na een het breken van een leiding van een ammoniak koelinstallatie wordt bepaalt door de kans op een ongeval of het falen van een onderdeel en de kans dat daarbij ammoniak uitstroomt. 

De kans word geschat op 6 x 10 -6  per jaar [12]

Effecten

Het effect van een wolk ammoniak is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Hoewel ammoniak brandbaar is, vindt ontsteking alleen plaats onder specifieke omstandigheden én er is een sterke ontstekingsbron voor nodig. In dit scenario is brand onwaarschijnlijk.

Ammoniak is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. Het tast de slijmvliezen en de ademhalingsorganen aan en irriteert zeer sterk de ogen. Inademing van ammoniak kan leiden tot onherstelbare schade aan de longen. Bij inademing van hoge concentraties treedt verlamming van de ademhaling op en al snel verstikking. Dit beperkt de mogelijkheden om te vluchten uit een gebied waar aanwezigen worden blootgesteld aan ammoniak.

In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [13].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [14]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 0 0 95 -1000 - 50 -50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
Niet bereiktNiet bereiktNiet bereikt950 - 50 - 50- 5
2e ring0 - 400 - 450 - 5050 - 950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
404550500 - 500 - 500 - 50
3e ring40 - 6045 - 7550 - 905 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
6075905

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
300
330430
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
500530680
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
100011001300
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
120013001600
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
300032003800
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
300032003800

Contouren giftige wolk Ammoniak voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Ammoniak voor weertype D5

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 0 095 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
Niet bereiktNiet bereiktNiet bereikt950 - 50 - 50 - 5
2e ring0 - 500 - 500 - 5050 - 950 -500 -500 -50
Grens 2e ring:
50% letaal
505050500 -500 -500 -50
3e ring50 - 6070 - 7575 - 805 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
6075805

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
120245325
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
125460600
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
14012001500
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
14015001800
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
16047005700
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
16047005700

Contouren giftige wolk Ammoniak voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Ammoniak voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [15]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [16] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [17]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gatgrootte en uitstroomsnelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Ammoniak is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. De geur zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een ammoniak koelinstallatie
  • Weten wat de gevaren zijn van ammoniak [18]
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Dit scenario dient als voorbeeld voor de mogelijke effecten die kunnen optreden bij het vrijkomen van een giftige gaswolk. Bij dit scenario komt de hulpverlening ter plaatse na het vrijkomen van de giftige gaswolk. Daardoor ligt bij de bestrijding van het incident de nadruk op het redden, eerste hulp verlenen en transporteren van de slachtoffers naar het gewondennest.

Mogelijke taken

  • Bepalen van het bron- en effectgebied
  • Waarschuwen van de aanwezige personen in het effectgebied
  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).
  • Voorkomen en beperken van effecten op de omgeving [19]
  • Veilig inzetten van brandweereenheden in het benedenwindse gebied

Relevante aspecten

  • Repressieve voorbereiding
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen [20]
  • Bovenwindse toegankelijkheid gebied [21]
  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) .
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [22]:

  • Alle slagkracht wordt ingezet in effectgebied ten behoeve van de slachtoffers.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) of het Regionaal Operationeel Team (ROT).[23]. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied. 
  • Houdt rekening met de inzet van meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[24]
  • Houdt rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals meetplan organisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.

 Opkomst/inzettijd [25]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten

  • Norm opkomsttijd eerste peloton.
    De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan. [26]
  • Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
  • Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
  • Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE).

Bluswatervoorziening

  • Bij dit scenario is bluswatervoorziening niet van toepassing. [27]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [28]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

 

Optreden geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [29] , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort” is bij gassen niet van belang. [30] Relevante aspecten bij de effecten van vrijkomen van giftige stoffen zijn: aantal slachtoffers, doelgroep, type letsel en ontsmetting. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig. Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [31]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [32]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [33]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [34].

Type letsel

  • Ammoniak is een irriterende stof die bij blootstelling vaak direct klachten geeft. Met name op de bovenste luchtwegen en de slijmvliezen van ogen, neus en keel. In combinatie met vocht ook op de huid. Bij blootstelling aan hogere concentraties kan ernstige zwelling van de keel en luchtwegen, en afbraak van de slijmvliezen optreden. In zeldzame gevallen treedt direct of kort na blootstelling longoedeem op. De ernst van de klachten is onder andere afhankelijk van de concentratie in de lucht en de duur van de blootstelling. De stof geeft direct klachten. Gezondheidseffecten op lange termijn zijn, als je de korte termijn hebt overleefd, effecten die voortkomen uit letsel opgelopen in de acute fase.
    Op basis van de klachten kan de GAGS snel een inschatting maken van de ernst van de blootstelling.
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan.
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Bescherm risicobron tegen directe impact vanuit de omgeving Door de risicobron te beschermen tegen impact (slag/stoot) uit de omgeving is de kans kleiner dat er een leiding afbreekt.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De gevolgen nemen af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.
Toepassen waterscherm Door een waterscherm kan het ammoniak worden ontnomen uit de giftige wolk en opgenomen in water.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het beste handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

British Colombia,  17 oktober 2017
Ammoniaklek in de Fernie Memorial Arena
  1. RIVM afstandentabel NH3 koelintallaties
  2. RIVM Type C: Alle ammoniakvoerende onderdelen zijn opgesteld in de machinekamer of in de te koelen ruimte, met uitzondering van de condensor met verbindend leidingwerk. De condensor is buiten opgesteld.
  3. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  4. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie,blz.12
  5. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  6. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  7. Condensor staat op een dak
  8. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  9. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  10. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  11. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie
  12. RIVM Afstandentabel NH3 koelinstallatie,blz. 23
  13. Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  14. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  15.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  16. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  17. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  18. Risicokaart; informatie over ammoniak
  19. Afschermen met waterschermen is mogelijk indien sprake is van een scenario met continu lekkage en via een inzet met gaspakken de lekkage wel kan worden gedicht
  20. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  21. Twee verschillende routes vanuit twee tegengestelde windstreken Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  22. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  23. De organisatie van de inzet slagkracht is regionaal afhankelijk
  24. Uitgangspunt: in het incidentgebied zullen brandweervoertuigen worden ingezet waar met ademlucht slachtoffers buiten worden vervoerd. Ook zal nacontrole van woningen plaatsvinden.
  25. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  26. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  27. In geval van een kleiner lek kan incidentbestrijding worden gericht op het dichten van het lek met gaspakken en afschermen met waterschermen via verdunnen/ opwervelen ammoniakwolk. In dat geval is de benodigde capaciteit 6000 l/min  3 tankautospuiten 3x2000l/min.(Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.) Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  28. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  29. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  30. CBRN protocol voor Ammoniak gas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  31. Leidraad GGB p.12 december 2015
  32. Leidraad GGB p.10 december 2015
  33. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  34. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Ketelwagen Ammoniak – Giftige Wolk

spoor-ketelwagen-ammoniak-giftigewolkAlgemene beschrijving Door een ongeval op het spoor breekt bij een ketelwagen gevuld met ammoniak de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de ammoniak vrijkomt. Alle vrijgekomen ammoniak verdampt direct en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. Effecten Het effect van een wolk ammoniak is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.5: Two phase discharge, Spray release en Dense gas Toxic release.
Uitgangspunten:  
Stofnaam Ammoniak
Stofcategorie GT3
Inhoud tank 90 m3
Vullingsgraad 89%
Diameter uitstroomopening 75 mm [1]
Totale massa vrijgekomen 50.000 kg [2]
Type breuk Full bore rupture
Representatieve druk 5.9 bar
Temperatuur in de tank 9 °C
Temperatuur omgeving 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaat :  
Representatief massadebiet 68 kg/s
Representatieve uitstroomtijd 740 s (>10 min)
Na flashen Geen uitregening, 82% vloeistofdruppels in wolk, geen plasvorming.
Kans van optreden

De kans op een giftige wolk ammoniak na een ongeval met een ketelwagen wordt bepaalt door de kans op een ongeval en de kans op een continue uitstroom.  Deze kans wordt per ketelwagen, per jaar, per wagenkilometer geschat op [3]:

    basis N continue uitstroom scenario
Baanvaksnelheid <40 kmh Zonder wissels 1.4 x 10 -8 4.7 x 10 -4 = 6.6 x 10 -12
Met wissels 4.7 x 10 -8 4.7 x 10 -4 = 2.2 x 10 -11
Baanvaksnelheid >40 kmh Zonder wissels 2.8 x 10 -8 1.7 x 10 -3 = 4.8 x 10 -11
Met wissels 6.1 x 10 -8 1.7 x 10 -3 = 1.0 x 10 -10

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal transportbewegingen verminderen;
  • Spoorinrichting optimaliseren (bijvoorbeeld door het beperken van wissels e.d.);
  • Toegestane rijsnelheid verlagen.
Effecten

Het enige effect van een wolk ammoniak is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Hoewel ammoniak brandbaar is, vindt ontsteking alleen plaats onder specifieke omstandigheden én er is een sterke ontstekingsbron voor nodig. In dit scenario is brand onwaarschijnlijk.

Ammoniak is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. Het tast de slijmvliezen en de ademhalingsorganen aan en irriteert zeer sterk de ogen. Inademing van ammoniak kan leiden tot onherstelbare schade aan de longen. Bij inademing van hoge concentraties treedt verlamming van de ademhaling op en al snel verstikking. Dit beperkt de mogelijkheden om te vluchten uit een gebied waar aanwezigen worden blootgesteld aan ammoniak.

In de onderstaande tabellen en grafieken zijn de effecten van de giftige wolk weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de omstandigheden zullen mensen overlijden (†) of raken gewond. Van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De wettelijke grenswaarde [4] van ammoniak is 14 mg/m3 (20 ppm). Voor de weertypen D5 en F1,5 is het slachtofferbeeld bepaald voor personen die zich buiten bevinden. Dit is uitgewerkt voor drie ringen. In de eerste ring overlijd meer dan 95 % van de aanwezigen, in de tweede tussen de 95 en 50 % en de derde tussen de 50 en 5 %. De effectafstanden van de giftige wolk voor deze ringen staan in de tabel. Aanvullend wordt in een tabel de afstand tot de interventiewaarden die de hulpverleningsdiensten gebruiken weergegeven [5].

De drie volgende geografische gebieden zijn uitgewerkt [6]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en letaliteitscontouren.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 800 - 1200 - 17595 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
80120175950 - 50 - 50 - 5
2e ring80 - 90120 - 210175 - 30550 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
90210305500 - 500 - 500 - 50
3e ring90 - 110210 - 370305 - 5255 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
1003705255

Tabel Interventiewaarden voor weertype D5

D5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
110
8501130
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
12515903800
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
14554005800
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
15563006800
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald

Contouren giftige wolk Ammoniak voor weertype D5

Grafiek letaliteit vs. afstand Ammoniak voor weertype D5

Weertype F1,5(stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s )

Tabel effectafstanden en gevolgen voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Slachtoffers buiten (%)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
T1T2T3
1e ring 0 - 1800 - 2100 - 28595 - 1000 - 50 - 50 - 5
Grens 1e ring:
95% letaal
180210285950 - 50 - 50 - 5
2e ring180 - 190210 - 435285 - 57550 -950 - 500 - 500 - 50
Grens 2e ring:
50% letaal
190435575500 - 500 - 500 - 50
3e ring190 - 200435 - 725575 - 10405 - 50niet bepaald
Grens 3e ring:
5% letaal
20072510405

Tabel Interventiewaarden voor weertype F1,5

F1,5Stedelijk
gebied
Verstedelijkt
gebied
Landelijk
gebied
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Lengte
(meter)
Levensbedreigende waarde (LBW) 10 minuten
Concentratie 1900 mg/m3
20518702370
Levensbedreigende waarde (LBW) 1 uur
Concentratie 780 mg/m3
20732003980
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 10 minuten
Concentratie 200 mg/m3
21081009200
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur
Concentratie 140 mg/m3
2101080011500
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 10 minuten
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Voorlichtingsrichtwaarde (VRW) 1 uur
Concentratie 21 mg/m3
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald
Kan niet goed
worden bepaald

Contouren giftige wolk Ammoniak voor weertype F1,5

Grafiek letaliteit vs. afstand Ammoniak voor weertype F1,5

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een giftige wolk op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief [7]

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. [8] Snel reageren is bevorderlijk. 

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).
  • Indien vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond gaan [9]. Ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt is afhankelijk van de (weers)omstandigheden. Afhankelijk van de windsnelheid en windrichting zal de wolk zich verspreiden. Afhankelijk van de gatgrootte en uitstroomsnelheid kan de toevoer van de giftige wolk verschillen.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Ammoniak is een kleurloos, giftig gas met een uitgesproken prikkelende geur. De geur zal een alarmerend effect hebben.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een ammoniak ketelwagon
  • Weten wat de gevaren zijn van ammoniak [10]
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) giftige wolk

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen

 

Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg 

Dit scenario dient als voorbeeld voor de mogelijke effecten die kunnen optreden bij het vrijkomen van een giftige gaswolk. Bij dit scenario is het voor de hulpverlening niet mogelijk om repressieve maatregelen te nemen voordat alle ammoniak is verdampt. Daardoor ligt bij de bestrijding van het incident de nadruk op het redden, eerste hulp verlenen en transporteren van de slachtoffers naar het gewondennest.

Mogelijke taken

  • Bepalen van het bron- en effectgebied
  • Waarschuwen van de aanwezige personen in het effectgebied
  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers).
  • Voorkomen en beperken van effecten op de omgeving [11]
  • Veilig inzetten van brandweereenheden in het benedenwindse gebied

Relevante aspecten

  • Repressieve voorbereiding
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen [12]
  • Bovenwindse toegankelijkheid gebied [13]
  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit).
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) .
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen)

Capaciteit [14]:

  • Alle slagkracht wordt ingezet in effectgebied ten behoeve van de slachtoffers.
  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving en wordt bepaald via het commando ter plaatse (COPI) of het Regionaal Operationeel Team (ROT).[15]. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied. 
  • Houdt rekening met de inzet van meerdere pelotons (4  tankautospuiten)  voor verlening van eerste hulp en transport van slachtoffers naar het gewondennest.[16]
  • Houdt rekening met de inzet van specialistische eenheden zoals de meetplan organisatie en een basis ontsmettingseenheid(BOE) ten behoeve van de hulpverleners.

 Opkomst/inzettijd [17]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten

  • Norm opkomsttijd eerste peloton.
    De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan. [18]
  • Norm opkomsttijd specialistische inzetbare eenheid (SIE)
  • Norm opkomsttijd basis ontsmettingseenheid (BOE)
  • Norm opkomst eerste twee meetploegen (VE)

45 minuten

  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd

60 minuten

  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm opkomsttijd derde en vierde meetploeg(VE)

Bluswatervoorziening

  • Bij dit scenario is bluswatervoorziening niet van toepassing. [19]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [20]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

 

Optreden geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [21]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een incident verlenen omstanders hulp . Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp. Een ontsmettingsunit aan ” de poort” is bij gassen niet van belang. [22] Relevante aspecten bij de effecten van  vrijkomen van giftige stoffen zijn: aantal slachtoffers, doelgroep, type letsel en ontsmetting. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

< 10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Leidraad GGB treedt in werking. [23]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd [24]

Type slachtoffers

  • Nadat blootstelling heeft plaatsgevonden: blootstelling beëindigen en frisse lucht opzoeken. Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen. Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [25]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).
  • Aandachtspunt is het snel kunnen waarschuwen van de bevolking via een voorbereide NL-alert met handelingsperspectief. Dit is om blootstelling te voorkomen en kostbare tijd (en mogelijk levens te redden) te verliezen met wachten op advies van experts. [26].

Type letsel

  • Ammoniak is een irriterende stof die bij blootstelling vaak direct klachten geeft. Met name op de bovenste luchtwegen en de slijmvliezen van ogen, neus en keel. In combinatie met vocht ook op de huid. Bij blootstelling aan hogere concentraties kan ernstige zwelling van de keel en luchtwegen, en afbraak van de slijmvliezen optreden. In zeldzame gevallen treedt direct of kort na blootstelling longoedeem op. De ernst van de klachten is onder andere afhankelijk van de concentratie in de lucht en de duur van de blootstelling. De stof geeft direct klachten. Gezondheidseffecten op lange termijn zijn, als je de korte termijn hebt overleefd, effecten die voortkomen uit letsel opgelopen in de acute fase.
    Op basis van de klachten kan de GAGS snel een inschatting maken van de ernst van de blootstelling.
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen
 

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het verladen worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Obstakels toevoegen Er kan geprobeerd worden om met obstakels de verspreiding van een gifwolk te vertragen of zodanig turbulentie te creëren dat de gifwolk mengt met de omringende lucht.
Rekening houden met windrichting De overheersende windrichting in Nederland is uit het zuidwesten. Door kwetsbare functies niet in de overheersende windrichting vanaf de risicobron te plaatsen, kunnen slachtoffer mogelijk voorkomen worden.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een gifwolk Door te oefenen met het gifwolkscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Ketelwagen ammoniak – giftige wolk
De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een giftige ammoniak wolk door een ongeval bij  transport over het spoor. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl 

  1. De effectieve gatdiameter uit de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 
  2. In de HART versie 1.1 hoofdstuk 9.3, 1 april 2015 wordt 50 ton genoemd als karakteristieke tankhoeveelheid; aangenomen is dat de vullingsgraad 89% is; de tankinhoud is dan 90 m3
  3. HART versie 1.1 hoofdstuk 9.4., 1 april 2015
  4. De wettelijke grenswaarde is de maximaal toegestane concentratie van een (gevaarlijke) stof in de individuele ademhalingszone van een werknemer.
  5.  Interventiewaarden worden door de hulpverleningsdiensten gebruikt om te bepalen of de bevolking moet worden gewaarschuwd interventiewaarden
  6. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  7.  TNO 2015, rapport Bevorderen zelfredzaamheid spoorzone Moerdijk p. 56
  8. Het handelingsperspectief is afhankelijk van de weerscondities en het scenario. Een instantaan vrijkomende gaswolk zal eerder langsgewaaid zijn dan een langzaam vrijkomende vloeistof (plasverdamping). En hoe harder het waait hoe sneller het ergens (binnen) is voordat de ventilatie afgesloten is.
  9. Bij verdiepingen met een aansluiting op een schuin dak zijn vaker kieren waardoor buitenlucht naar binnen kan lekken
  10. Risicokaart; informatie over ammoniak
  11. Afschermen met waterschermen is mogelijk indien sprake is van een scenario met continu lekkage en via een inzet met gaspakken de lekkage wel kan worden gedicht
  12. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurtalarmeringssysteem ten behoeve van zelfredzaamheid, risico communicatieplan toxische wolk
  13. Twee verschillende routes vanuit twee tegengestelde windstreken, bestrijding incident van twee zijden van de spoorberm  Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  14. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  15. De organisatie van de inzet slagkracht is regionaal afhankelijk
  16. Uitgangspunt: in het incidentgebied zullen brandweervoertuigen worden ingezet waar met ademlucht slachtoffers buiten worden vervoerd. Ook zal nacontrole van woningen plaatsvinden.
  17. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  18. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  19. In geval van een kleiner lek kan incidentbestrijding worden gericht op het dichten van het lek met gaspakken en afschermen met waterschermen via verdunnen/ opwervelen ammoniakwolk. In dat geval is de benodigde capaciteit 6000 l/min voor 4 voor 3 tankautospuiten 3x2000l/min.(Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.) Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. CBRN protocol  voor Ammoniak gas treed niet in werking: Protocol ontsmetting in ziekenhuizen.
  23. Leidraad GGB p.12 december 2015
  24. Leidraad GGB p.10 december 2015
  25. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  26. Alarmeer de GAGS. Elke situatie is immers anders; de GAGS kan de situatie inschatten op basis van berekeningen van de AGS, klachten, etcetera.

Tankwagen LNG – Warme BLEVE

bedrijven-lng-tankwagen-warmebleveAlgemene beschrijving Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LNG-tank doet oplopen. Hierdoor bezwijkt de tank. LNG komt vrij en veroorzaakt een drukgolf en een vuurbal. Effecten De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. 

De tanks in Nederland zijn dubbelwandig uitgevoerd en voorzien van veiligheidsmaatregelen, waardoor de kans op een warme BLEVE zeer klein is [1] en [2]. Ondanks de zeer kleine kans wordt het LNG BLEVE scenario wel gepresenteerd om inzicht te houden in wat kan gebeuren als maatregelen niet zijn genomen.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Dynamic BLEVE model; Explosion Rupture of vessels.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Systeemgrootte 55 m3 [3]
Maximale vullingsgraad 95%
Initiële massa in de tank 21.000 kg
Massa betrokken in de BLEVE
19.600 kg [4]
Druk waarbij de tank bezwijkt 11,1 bar [5]
Temperatuur in tankwagen -150 °C [6]
Tank bezwijkt bij temperatuur -120 °C
Omgevingstemperatuur 9 °C
Tank op oplegger Ja [7]
Fragmenten 2 delen en een romp
Resultaten  
Duur vuurbal 11 s
Diameter van de vuurbal 160 m
Hoogte van de vuurbal 230 m
Kans van optreden

De kans op een warme BLEVE als gevolg van een ongeval met een LNG-tankwagen bij een tankstation wordt geschat op 9,5 x 10-8 per jaar  [8].

Factoren die de kans van optreden verder verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen beperken;
  • Afstand tot brandbare objecten vergroten;
  • Aanrijdbeveiliging rond de opstelplaats van de tankwagen;
  • Niet gelijktijdig verladen van LNG en brandbare vloeistoffen.
Effecten

De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking  [9]. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.  Het slachtofferbeeld buiten wordt voornamelijk bepaald door de warmtestraling en niet door de overdruk [10]  Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de warmtestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling en overdruk apart weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en warmtestraling versus afstand. Naast de warmtestralingseffecten is een tabel met overdrukschade aan objecten binnen 4 zones weergegeven. Hierbij is de grafiek met het verloop van de overdruk versus afstand afgebeeld.

Tabel effectafstanden en gevolgen [11]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 90≥ 125100000100000891100
Grens 1e ring: 99% letaal
9012599100100000158410
2e ring90 tot 220125 tot 30351105224210525291152
Grens 2e ring: 1% letaal22030110861108601186
3e ring220 tot 34530 tot 10000270002700027
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 34510000100010001
Effectafstand
(meter)
Hittestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen
(0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 90≥ 125Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan
branden
40605
Grens 1e ring
901252312016
2e ring90 tot 220125 tot 30Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 180 meter.
21022
Grens 2e ring220300001
3e ring220 tot 34530 tot 10Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 180 meter.
0000
Grens 3e ring345100000

Grafiek letaliteit vs. afstand

bedrijf-lng-warme-bleve-afstand-letaliteit

Grafiek warmtestraling vs. afstand

bedrijf-lng-warme-bleve-afstand-hittestraling

Tabel overdruk

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 20≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
200,80
Zone B20 tot 250,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B250,35
Zone C25 tot 350,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C350,17
Zone D35 tot 1300,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (tot ± 45 m). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D1300,03Tot op 180 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.

Grafiek overdruk vs. afstand

bedrijf-lng-warme-bleve-afstand-overdruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een BLEVE op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [12]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [13]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario BLEVE zich voltrekt is afhankelijk van opwarmingstijd tot de explosie.
  • Na de explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 20 seconden. Dan zijn direct of in korte tijd de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een BLEVE is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.
  • Als de tank wordt aangestraald en nog niet is geëxplodeerd, is het gevaar van de mogelijke explosie voor ontwetende niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG tankwagen
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) BLEVE

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers);
  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking. [14]

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [15]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [16]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[17]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [18].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van ten minste een derde en eventueel vierde peloton brandweerzorg en/of aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [19]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [20]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm beschikbaarheid derrde/vierde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [21]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [22]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [19]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.
  • USAR team: Zoeken, redden en bevrijden na bijv. instortingen gebouwen.

 

Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [24]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een BLEVE verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp.  Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
Relevante aspecten bij de effecten van een BLEVE zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [25].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [26]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [27]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [28]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk [29]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [30]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [31].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [32]

Optreden politie en gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van scherfvrij glas Scherfvrije veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.[33]
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een Warme BLEVE van een LNG-tankwagen bij een LNG- installatie.
Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

 

  1. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p32,33, RIVM, 25 april 2017
  2. Handreiking EV advisering LNG, v0.16-2016, hfst 5.2
  3. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  4.  In geval van een warme BLEVE is de dampspanning opgelopen tot 12 bar en de temperatuur tot -120 °C. 1600 kg regent uit en raakt niet betrokken in de vuurbal.
  5. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p7, RIVM, 25 april 2017
  6. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p32, RIVM, 25 april 2017
  7. Indien de tank niet op een oplegger staat maar op de grond, zullen de overdruk effecten grotere afstanden kennen omdat de drukgolven door de grond weerkaatst worden.
  8. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p5,7, RIVM, 25 april 2017
  9. Fragmenten á 350 kg kunnen circa 150 meter weggeslingerd worden en dodelijk slachtoffers veroorzaken.
  10. Bij BLEVE is de overdruk bepalend voor de ruitbreukafstand. Deze waarde wordt vermeld in de tabel overdruk. In het model wordt de ruitbreuk ten gevolge van de hittestralingseffecten vergeleken met de ruitbreuk ten gevolge van de overdrukeffecten. Vervolgens wordt het bepalende effect mede gebruikt voor de berekening van de slachtofferpercentages binnen.
  11. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  12. In deze beschrijving wordt uitgegaan een BLEVE. Mocht de tank nog niet zijn ge-explodeert is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  13. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  14. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  15. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  16. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  17. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerstaankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  18. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  19. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  20. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  21. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  22. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  23. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  24. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  25. LPCGBI p.1 september 2013
  26. Leidraad GGB p.12 december 2015
  27. Leidraad GGB p.10 december 2015
  28. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  29. Bij BLEVE zijn hitte stralingseffecten leidend t.o.v. overdruk effecten . De effectafstand van overdruk valt in de tweede ring (1% letaal)warmtestraling
  30.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  31. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  32. Casus Volendam, “Het hemeltje”
  33. Anteagroup, Beglazing in explosieaandachtsgebieden, Toepassing scherfvrij glas, 8 april 2020

Tankwagen LNG – Koude BLEVE

bedrijven-lng-tankwagen-koudebleveAlgemene beschrijving Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de tank open. LNG komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een drukgolf en een vuurbal. De BLEVE wordt gevolgd door een plasbrand. Effecten De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling en overdruk.  Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. 

Europese richtlijnen verplichten het om LNG te vervoeren in dubbelwandige tanks. Hierdoor is er een grote impact nodig is om de tank te laten openscheuren. De kans op een koude BLEVE is door deze uitvoering klein [1] en [2].

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Dynamic BLEVE model; Explosion Rupture of vessels;
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Systeemgrootte 55 m3 [3]
Vullingsgraad 95%
Massa in tank 21.000 kg
Massa betrokken in de BLEVE 5100 kg  [4]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Temperatuur in tankwagen -150 °C [5]
Druk in de tank op moment van impact 2.4 bar [6]
Tank op oplegger  Ja [7]
Fragmenten 2 ongelijke delen
Resultaten  
Blootstellingsduur 8 s
Maximale diameter vuurbal 100 m
Maximale hoogte vuurbal 150 m [8]
Kans van optreden

De kans op een koude BLEVE na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG vrijkomt, de kans op instantaan falen, de kans op een directe ontsteking en het aantal uren dat de tankwagen aan het lossen is. De kans op een koude BLEVE wordt geschat op 2,4 x 10-7 voor een aanwezigheid van 50 uur per jaar [9]. Afhankelijk van de opstelplaats van de LNG-Tankwagen en positie van de opslagtank kan de kans afnemen.

Factoren die de kans van optreden verder verkleinen zijn:

  • Aanrijdbeveiliging rond de opstelplaats van de tankwagen (2,5 x 10-9 voor een aanwezigheid van 50 uur per jaar);
  • Opstelplaats op een rijstrook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u (4,8 x 10-8 voor een aanwezigheid van 50 uur per jaar).
Effecten

De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling en overdruk.  Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.  Het slachtofferbeeld buiten wordt voornamelijk bepaald door de warmtestraling en niet door de overdruk [10] Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen hittestraling maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

In de onderstaande tabel zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en warmtestraling versus afstand. Naast de warmtestralingseffecten is de grafiek met het verloop van de overdruk versus afstand afgebeeld.

Tabel effectafstanden en gevolgen [11]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 30≥ 160100000100000821800
Grens 1e ring: 99% letaal
3016099100100000158410
2e ring30 tot 90160 tot 40341105324220535291153
Grens 2e ring: 1% letaal9040110881108801188
3e ring90 tot 15040 tot 15000270002700027
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 15015000100010001
Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen
ten gevolge van warmtestraling en overdruk
(0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 30≥ 160Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan
branden
341009
Grens 1e ring
301602212018
2e ring30 tot 90160 tot 40Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
31023
Grens 2e ring90400002
3e ring90 tot 15040 tot 15Lichte schade
Geen branden, ruitbreuk, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
0000
Grens 3e ring150150000

Grafiek letaliteit vs. afstand

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-letaliteit

Grafiek warmtestraling vs. afstand

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-hittestraling

Grafiek overdruk vs. afstand [12]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 15≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
150,80
Zone B15 tot 200,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B200,35
Zone C20 tot 300,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C300,17
Zone D30 tot 1050,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (tot ± 30 m). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D1050,03Tot op 145 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.

bedrijf-lng-koude-bleve-afstand-overdruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een BLEVE op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven.

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [13]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • Een koude BLEVE is een snel scenario wat direct plaats vindt.
  • Na de explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 20 seconden. Dan zijn direct of in korte tijd de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een BLEVE is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG tankwagen
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) BLEVE

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers);
  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking. [14]

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [15]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [16]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[17]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [18].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van ten minste een derde en eventueel vierde peloton brandweerzorg en/of aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [19]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [20]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm beschikbaarheid derrde/vierde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [21]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [22]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [19]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.
  • USAR team: Zoeken, redden en bevrijden na bijv. instortingen gebouwen.

 

Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [24]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een BLEVE verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp.  Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
Relevante aspecten bij de effecten van een BLEVE zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [25].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [26]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [27]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [28]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk [29]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [30]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [31].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten . [32]

Optreden politie en gemeente (hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van scherfvrij glas Scherfvrije veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.[33]
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een Koude BLEVE van een LNG-tankwagen bij  een LNG-installatie.
Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p32,33, RIVM, 25 april 2017
  2. Handreiking EV advisering LNG, v0.16-2016, hfst 5.2
  3. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  4. Bij een koude BLEVE zal niet de volledige massa direct overgaan van vloeistof naar gas. Om de massa in de vuurbal te berekenen wordt als vuistregel gehanteerd: 3*adiabatische flash*inhoud (Roberts, A.F., 1982. The effect of conditions prior to loss of containment on fireball behaviour. The Assessment of Major Hazards. Institution of Chemical Engineers, Rugby). Voor LNG betekent dit dat er circa 5100 kg mee gaat in de BLEVE. De rest regent uit en/of vormt een plas maar raakt niet betrokken in de vuurbal.
  5. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p32, RIVM, 25 april 2017
  6. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p34, RIVM, 25 april 2017
  7. Indien de tank niet op een oplegger staat maar op de grond, zullen de overdruk effecten grotere afstanden kennen omdat de drukgolven door de grond weerkaatst worden.
  8.  Het middelpunt van de vuurbal.
  9. Rekenmethodiek LNG tankstations, v1.0.2, p8, RIVM, 25 april 2017
  10. Bij BLEVE is de overdruk bepalend voor de ruitbreukafstand. Deze waarde wordt vermeld in de tabel overdruk. In het model wordt de ruitbreuk ten gevolge van de hittestralingseffecten vergeleken met de ruitbreuk ten gevolge van de overdrukeffecten. Vervolgens wordt het bepalende effect mede gebruikt voor de berekening van de slachtofferpercentages binnen.
  11. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  12. Bij een koude BLEVE zijn de overdruk effecten te verwaarlozen
  13. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  14. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  15. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  16. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  17. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerstaankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  18. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  19. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  20. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  21. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  22. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  23. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  24. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  25. LPCGBI p.1 september 2013
  26. Leidraad GGB p.12 december 2015
  27. Leidraad GGB p.10 december 2015
  28. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  29. Bij BLEVE zijn hitte stralingseffecten leidend t.o.v. overdruk effecten . De effectafstand van overdruk valt in de tweede ring (1% letaal)warmtestraling
  30.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  31. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  32. Casus Volendam, “Het hemeltje”
  33. Anteagroup, Beglazing in explosieaandachtsgebieden, Toepassing scherfvrij glas, 8 april 2020

Tankwagen LNG – Wolkbrand / Gaswolkexplosie


Algemene beschrijving Een wolkbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing de losslang van de LNG-tank afbreekt. Hierdoor stroomt LNG uit. Er vormt zich dan een brandbare wolk die zich in eerste instantie over de grond verspreidt en eenvoudig kan worden ontstoken. Het ontsteken van de gaswolk leidt tot een kortdurende vlammenzee en mogelijk een drukgolf. Effecten Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee. Wanneer de brandbare wolk ingesloten is en ontstoken raakt kan naast brand ook een drukeffect ontstaan: een gaswolkexplosie. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. 

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Dense Gas  Dispersion: Flammable Cloud; Explosion Multi Energy model:
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Systeemgrootte 55 m3  [1]
Maximale vullingsgraad 95%
Massa in tank 22.000 kg
Temperatuur in tankwagen
-150 °C [2]
Dampdruk
2,4 bar [3]
Grootte van het gat 50 mm [4]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Weerstabiliteitsklasse D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)
F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)
Resultaten  
Representatieve uitstroom tijd 23 min
Maximale omvang wolk op tmac [5] D5   : 70 s
F1,5: 140 s
Max explosieve massa (kg)
StedelijkVerstedelijkt
Landelijk
MassaMassaMassa
D5 9898113
F1,5
450440580
Kans van optreden

De kans op een wolkbrand na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een continue uitstroming,  de kans op een vertraagde ontsteking, de kans dat de wolk niet explodeert en het aantal uur dat de tankwagen aan het lossen is. De kans op een wolkbrand als gevolg van een ongeval met een LNG-tankwagen bij een tankstation wordt geschat op 2 x 10-7 per jaar[6]. Afhankelijk van de opstelplaats van de LNG-tankwagen kan de kans afnemen.

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen beperken;
  • Geïsoleerde opstelplaats met aanrijdbeveiliging;
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u .
Effecten

Het effect van een wolkbrand is een kortdurende vlammenzee. Wanneer de brandbare wolk ingesloten [7]  is en ontstoken raakt kan naast brand ook een drukeffect ontstaan: een gaswolkexplosie. Deze effecten kunnen slachtoffers en schade in de omgeving veroorzaken. Omdat een wolkbrand zeer kort duurt, blijven de effecten van warmtestraling beperkt tot de omvang van de brandbare wolk. De omvang van deze wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Om een compleet schadebeeld te geven is de effectafstanden tabel aangevuld met een tabel waarin de overdrukschade aan objecten binnen 4 zones is weergegeven.

Binnen de brandende wolk zullen alle in de buitenlucht aanwezige personen overlijden. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Buiten de brandbare wolk worden geen slachtoffers verwacht [8] .

In de tabel hieronder wordt de omvang van de brandbare wolk weergegeven voor de volgende geografische gebieden [9]:

  • Stedelijk gebied (bijv. grote steden met hoge gebouwen, industriegebieden met hoge bebouwing);
  • Verstedelijkt landelijk gebied (bijv. gebieden met dichte laagbouw, bossen en industriegebieden);
  • Landelijk gebied (bijv. landelijke gebieden met verspreid liggende laagbouw).

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de contouren van de brandbare wolk.

Weertype D5 (neutraal weer, windsnelheid 5 m/s)

Tabel effectafstanden en gevolgen

D5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk606090100000
Grens brandbare wolk
606090100000
Buiten de wolk>60>60>900000

 Omvang brandbare wolk

Tabel Overdruk bij Gaswolk Explosie

Wanneer de brandbare wolk is ingesloten en wordt ontstoken kan naast warmtestraling ook een overdruk effect ontstaan. Bij het bepalen van de effectafstanden voor overdruk is uitgegaan van een volledige detonatie. De genoemde afstanden zijn gemeten vanaf het ontstekingspunt waar de brandbare wolk wordt ontstoken. Dit punt is  hieronder voor de verschillende gebieden aangegeven.

Afstand tussen bron en het midden van de brandbare wolk bij D5

  • Stedelijk gebied : 30 meter
  • Verstedelijkt landelijk gebied : 30 meter
  • Landelijk gebied : 45 meter

overdruk-plaatje

Stedelijk gebiedVerstedelijkt landelijkLandelijkOverdruk (bar)Schade aan objecten
D5D5D5
Zone A ≤10≤10≤15≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer
dan 75% van alle buitenmuren zijn
ingestort.
Grens zone A1010150,80
Zone B10 - 2010 - 2015 - 200,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
Overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B2020200,35
Zone C20 - 3020 - 3020 - 350,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige
beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C3030350,17
Zone D30 - 13030 - 13035 - 1400,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten.
Bewoonbaar na kleine reparaties.
Herstelbare schade.
Grens zone D1301301400,03

Weertype F1,5 (stabiel weer, windsnelheid 1,5 m/s)

Tabel effectafstanden en gevolgen

F1,5Stedelijk gebied
(meter)
Verstedelijkt
gebied
(meter)
landelijk
gebied (meter)
Slachtoffers buiten (%)
LengteLengteLengteT1T2T3
In de wolk110105155100000
Grens brandbare wolk
110105155100000
Buiten de wolk>110>105>1550000

Omvang brandbare wolk

Tabel Overdruk bij Gaswolk Explosie

Wanneer de brandbare wolk is ingesloten en wordt ontstoken kan naast warmtestraling ook een overdruk effect ontstaan. Bij het bepalen van de effectafstanden voor overdruk is uitgegaan van een volledige detonatie. De genoemde afstanden zijn gemeten vanaf het ontstekingspunt waar de brandbare wolk wordt ontstoken. Dit punt is  hieronder voor de verschillende gebieden aangegeven.

Afstand tussen bron en het midden van de brandbare wolk bij F1,5

  • Stedelijk gebied : 55 meter
  • Verstedelijkt landelijk gebied : 55 meter
  • Landelijk gebied : 80 meter

overdruk-plaatje

Stedelijk gebiedVerstedelijkt landelijkLandelijkOverdruk (bar)Schade aan objecten
F 1,5F 1,5F 1,5
Zone A ≤ 20≤ 20≤ 25≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer
dan 75% van alle buitenmuren zijn
ingestort.
Grens zone A2020250,80
Zone B20 - 3020 - 3025 - 350,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50-70% van de
buitenmuren zijn zwaar beschadigd.
Overige muren zijn onbetrouwbaar
geworden.
Grens zone B3030350,35
Zone C30 - 5030 - 5035 - 550,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige
beschadigingen aan draagconstructies,
ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C5050550,17
Zone D50 -22050 - 22055 - 2400,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten.
Bewoonbaar na kleine reparaties.
Herstelbare schade.
Grens zone D2202202400,03
Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een wolkbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [10]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is noodzakelijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief (haaks op de wind) vluchten. Vluchten tot (ruim) buiten de zichtbare wolk
  • Mochten er schuilmogelijkheden zijn, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen achter een muur. Het sluiten van ramen en deuren kan soms (dichtbij de bron) helpen (ramen en deuren wijd open zetten is zeer onverstandig).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario wolkbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en duurt de wolkbrand slechts enkele seconden.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een wolkbrand is door zijn warmtestraling direct waarneembaar door aanwezigen.
  • Als de wolk nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar van een wolkbrand voor onwetenden niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG tankstation
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) wolkbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke  gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om haaks op de wind te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Optreden brandweer (bestrijdbaarheid)

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers
  • Bepalen van het bron- en effectgebied
  • De situatie stabiliseren door middel van het afschermen van de omgeving en uitbreiding voorkomen
  • Ontstane branden in de omgeving blussen
  • Veiligstellen van het bron- en effectgebied
  • Bepalen van mogelijke ontstekingsbronnen en deze elimineren

Randvoorwaarden

  • Repressieve voorbereiding op een wolkbrand bij een tankstation
  • Middelen om de hulpdiensten te alarmeren zoals een dekkend mobiel telefoonnetwerk of eigen netwerk van de vervoerder/tankstation
  • Opkomsttijd van de brandweer
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen

Multidisciplinair Optreden politie, GHOR en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

GHOR

  • Triage en traumabeoordeling
  • Behandelen van slachtoffers
  • Inrichten van een gewondennest
  • Vervoeren van slachtoffers naar ziekenhuizen

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

GHOR

  • Operationele voorbereiding op het behandelen en vervoeren van slachtoffers met ernstige brandwonden
  • Veilige werklocatie voor de GHOR
  • Operationeel gewondenspreidingsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van explosiewerend glas Explosiewerende gelaagde veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

 

Datum: 11 februari 2018
Locatie: China

  1. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  2. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 32, RIVM, 25 april 2017
  3. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  4. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  5. tmac is de tijdsduur met een maximale LEL-contour. tmem is de duur tot de maximale explosieve massa is bereikt. Voor tmem zie Effectsfile
  6. Rekenmethodiek_LNG_tankstations
  7. Insluiting kan zijn in bijvoorbeeld een besloten ruimte, bossen of gebieden met veel bebouwing
  8. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen.
  9. In Effects respectievelijk: city centre, cultivated land en open flat terrain
  10. In deze beschrijving wordt uitgegaan een wolkbrand. Mocht de wolk nog niet zijn ontstoken is er tijd voor het handelingsperspectief. Wanneer de wolk is ontbrand is er geen handelingsperspectief.

Tankwagen LNG – Fakkelbrand

Algemene beschrijving Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing de losslang van de LPG-tank afbreekt. Hierdoor stroomt LNG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een horizontale fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. Effecten Het effect van een fakkelbrand is hittestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. 

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: TPDIS, Liquefied Gas Spray Release, Jet Fire Chamberlain model.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Systeemgrootte  55 m3 [1]
Vullingsgraad 95%
Massa in tank 21.000 kg
Temperatuur in de tank -150 °C  [2]
Dampdruk 2,4 bar  [3]
Grootte van het gat 50 mm  [4]
Hoogte van het gat in de tank 0,5 m [5]
Uitstroomhoek 0° (horizontaal)
Omgevingstemperatuur 9 °C
Weeromstandigheden D5
Blootstellingsduur 20 s
Resultaten  
Totale uitstroomduur 23 min
Maximale lengte van de fakkel 60 m
Maximale breedte van de fakkel 25 m
Representatief debiet 13 kg/s
Kans van optreden

De kans op een fakkelbrand na een ongeval met een tankwagen LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op een directe ontsteking en het aantal dat de tankwagen aan het lossen is. De kans op een fakkelbrand als gevolg van een ongeval met een LNG-tankwagen bij een tankstation wordt geschat op 2 x 10-7 per jaar [6]. Afhankelijk van de opstelplaats van de LNG-tankwagen  kan de kans afnemen.

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen beperken;
  • Geïsoleerde opstelplaats met aanrijdbeveiliging (3 x 10-9 per jaar);
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u (4,8 x 10-8 per jaar).
Effecten

Het effect van een fakkelbrand is hittestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld [7].

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van hittestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, hittestraling versus afstand en hittestralingscontouren.

Tabel effectafstanden en gevolgen [8]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 70≥ 3510000010000096400
Grens 1e ring: 99% letaal
7035100000100000158500
2e ring70 tot 9035 tot 10421104529250456361145
Grens 2e ring: 1% letaal9010110871108701187
3e ring90 tot 10510 tot 4000270002700027
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 1054000100010001
Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 70≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
2110027
Grens 1e ring7035123043
2e ring70 tot 9035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 85 meter.
41014
Grens 2e ring90100000
3e ring90 tot 10510 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 95 meter.
0000
Grens 3e ring10540000

Grafiek letaliteit vs. afstand

Grafiek hittestraling vs. afstand

Contouren Hittestraling

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. 

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario fakkelbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct de effecten merkbaar en duurt de fakkelbrand niet langer dan 23 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een fakkelbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.
  • Als de fakkel nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LNG tankstation 
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) fakkelbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Optreden brandweer (bestrijdbaarheid)

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers
  • Bepalen van het bron- en effectgebied
  • De situatie stabiliseren door middel van het afschermen van de omgeving en uitbreiding voorkomen
  • Ontstane branden in de omgeving blussen
  • Veiligstellen van het bron- en effectgebied

Randvoorwaarden

  • Repressieve voorbereiding op een fakkelbrand bij een tankstation
  • Middelen om de hulpdiensten te alarmeren zoals een dekkend mobiel telefoonnetwerk of eigen netwerk van de vervoerder/tankstation
  • Opkomsttijd van de brandweer
  • Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken
  • Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair
  • Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen

Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [9]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een brand verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp.
Relevante aspecten bij de effecten van een fakkelbrand zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [10].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [11]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd.  [12]Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3.

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [13]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door hittestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [14]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [15].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [16] is te verwachten.

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De hittestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Gebruik maken van dakpannen Dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de hittestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) fakkelbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een fakkelbrand  Door te oefenen met het fakkelbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

De beheergroep heeft geen beeld en/of filmmateriaal gevonden van een Fakkelbrand bij een LNG-tankstation. Suggesties kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. Informatie verkregen bij LNG-Europe, juli 2013
  2. Rekenmethodiek LNG tankstations, versie 1.0.2, p 32, RIVM, 25 april 2017
  3. Rekenmethodiek LNG tankstations, versie 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  4. Rekenmethodiek LNG tankstations, versie 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  5. Gemeten vanaf de bodem van de tank.
  6. Memo QRA berekening LNG-tankstations, RIVM, maart 2013, versie 1.
  7. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen. In een toekomstige versie zal onderscheid worden gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: geen bescherming, zomerkleding en winterkleding
  8. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  9. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  10. LPCGBI p.1 september 2013
  11. Leidraad GGB p.12 december 2015
  12. Leidraad GGB p.10 december 2015
  13. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  14.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  15. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  16. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Tankwagen LNG – Plasbrand

Algemene beschrijving Door een botsing scheurt de tank open. Een groot deel van de LNG komt als vloeistof vrij en een kleiner deel als gas. De vloeistof verspreid zich over de grond en kan eenvoudig ontsteken. Na ontsteking van de plas brand deze binnen 2 minuut op. Zonder ontstekingsbron duurt het 18 minuten voordat de plas verdampt is. Effecten Het effect van een plasbrand is warmtestraling. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. 

De tanks in Nederland zijn dubbelwandig uitgevoerd waardoor er een grote impact nodig is om de tank te laten openscheuren.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringssoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6: Liquified Gas Instantaneous Release
(AMINAL model), Pool fire: Two zone model
Rew & Hulbert.
Uitgangspunten  
Stofnaam Methaan
Systeemgrootte 55 m3
Massa in tank 21.000 kg
Plasoppervlakte 1200 m[1]
Temperatuur in tankwagen
-150 °C [2]
Dampdruk 2,4 bar [3]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Windsnelheid op 10 m hoogte 5 m/s
Blootstellingduur personen 20 s [4]
Resultaten
Massa uitgeregend in een plas 18000 kg
Duur van de plasbrand 2 min
Max diameter brandbare plas 40 m
Lengte van de vlammen 70 m
warmtestralingsintensiteit 265 kW/m2 helder deel van de vlam
155 kW/m2 roetende deel van de vlam

Kans van optreden

De kans op een plasbrand na een ongeval met een tankwagen met LNG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LNG uitstroomt, de kans op ontsteking van de plas en het aantal uren dat de tankwagen aan het lossen is. De kans op een plasbrand als gevolg van een ongeval met een LNG-tankwagen bij een tankstation wordt geschat op 2 x 10-7 per jaar. Afhankelijk van de opstelplaats van de LNG-tankwagen [5] kan de kans afnemen.

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen beperken;
  • Geïsoleerde opstelplaats met aanrijdbeveiliging (3 x 10-9 per jaar);
  • Opstelplaats op een (wegrij)strook met een toegestane snelheid van maximaal 70 km/u (4,8 x 10-8 per jaar).
Effecten

Het effect van een plasbrand is warmtestraling. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. warmtestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten van warmtestraling weergegeven.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf het midden van de plas. Daarnaast wordt het verwachte percentage slachtoffers van de in een gebied aanwezige personen weergegeven [6].

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand, warmtestraling versus afstand en warmtestralingscontouren.

Tabel effectafstanden en gevolgen [7]

Tabel effecten personen buiten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 80≥ 35100000100000841600
Grens 1e ring: 99% letaal
803599100100000158410
2e ring80 tot 15035 tot 10391104826250486331148
Grens 2e ring: 1% letaal15010110871108701187
3e ring150 tot 20010 tot 4000290002900029
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 2004000100010001

Tabel effecten personen binnen en schade aan objecten

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen (0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 80≥ 35Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan branden
315014
Grens 1e ring
803542045
2e ring80 tot 15035 tot 10Gemiddelde schade
Brandhaarden, vervorming van hout en kunststof.
Breuk dubbelglas tot 86 meter.
10012
Grens 2e ring150100000
3e ring150 tot 20010 tot 4Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
Breuk enkel glas tot 114 meter.
0000
Grens 3e ring20040000

Grafiek Letaliteit vs. afstand

LNG poolfire letaliteit

 

 

Grafiek warmtestraling vs. afstand

LNG poolfire warmtestraling

 

Contouren warmtestraling

LNG plasbrand contouren

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [8]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand).
  • Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de plasbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario plasbrand zich voltrekt is afhankelijk van het ontstekingsmoment.
  • Na ontsteking zijn direct of in korte tijd de effecten merkbaar en duurt de brand niet langer dan 2 minuten.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een plasbrand is door zijn hitte ontwikkeling direct waarneembaar voor de aanwezigen.
  • Als de plas nog niet ontstoken is, is het mogelijke gevaar niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een tankwagen LNG
  • Weten wat de gevaren zijn van LNG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) plasbrand

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Optreden brandweer (bestrijdbaarheid)

De plasbrand van dit scenario is van  korte duur. De hulpverlening komt ter plaatse na afloop van de plasbrand. Daardoor ligt bij dit scenario de nadruk op redden/evacueren, uitbreiding voorkomen en blussen van secundaire branden.

Mogelijke taken 

De brandweer start met de processen:

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers);
  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking. [9]

Relevante aspecten bij het optreden van de brandweer zijn:

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [10]

Capaciteit [11]:

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [12]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[13]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [14].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.

Opkomst/inzettijd [15]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [16] De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
    [17]

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit.
  • Voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  is noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing (bij voorkeur binnen 1 km doorlopend watersysteem met minimaal 80 cm. diepte)
  • Benodigde capaciteit is 6000 l/min voor 4 uur [18] voor 3 tankautospuiten 3x2000l/min.[19]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [15]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van slachtoffers met brandwonden. Na ontsteking duurt de brand 4 minuten. De prioriteit zal uitgaan naar het redden en helpen vervoeren van slachtoffers naar het gewondennest van de ambulance.
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald op basis van inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectafstanden in Bag populatieservice

Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [21]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een plasbrand verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp.
Relevante aspecten bij de effecten van een plasbrand zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
> 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [22].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [23]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [24]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan. [25]
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Bij inademing van hete gassen ontstaat inhalatietrauma.
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [26]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [27].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Een langdurig traject van nazorg restletsel en psychotrauma  [28] is te verwachten.

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kans

Maatregel Werking van de maatregel
 Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron zorgt ervoor dat het scenario niet meer kan plaatsvinden.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolg

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Hoogteverschillen creëren en benutten Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.
Ballastbed of droge greppel aanleggen In een ballastbed/greppel/(droge) bermsloot langs transportroutes voor gevaarlijke stoffen kunnen (brandende) vloeistoffen worden opgevangen om verspreiding naar de omgeving tegen te gaan.
Scherm/keerwand aanbrengen Door een scherm met aaneengesloten funderingsvoet, keerwand of andere obstakels zoals een stoeprand te plaatsen tussen de activiteit met gevaarlijke stoffen en het te beschermen gebied, kunnen brandende vloeistoffen worden gestopt voordat ze het gebied bereiken. 
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Gebruik maken van dakpannen Dakpannen houden straling tegen en zijn onbrandbaar.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Riolering geschikt maken voor opvang Het rioolstelsel kan gebruikt worden voor snelle opvang van gevaarlijke stoffen. In het rioolstelsel dienen wel voorzieningen aangebracht te worden waardoor gevaarlijke stoffen zich niet vrij kunnen verspreiden. Daarbij is extra aandacht nodig voor mogelijke ontsteking met kans op brand en explosie. 
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  

Zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) plasbrand De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een plasbrand  Door te oefenen met het plasbrandscenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Voorbeeld

Andere suggesties voor een LNG plasbrand kunnen gemaild worden naar info@scenarioboekev.nl

  1. PGS3
  2. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 32, RIVM, 25 april 2017
  3. Rekenmethodiek LNG tankstations, v 1.0.2, pagina 34, RIVM, 25 april 2017
  4. Handleiding Risicoberekeningen Bevi, v3.3, hfst 3.4, RIVM, 1 juli 2015.
  5. Concept rekenmethodiek LNG tankstations
  6. Bij de slachtofferberekening is uitgegaan van onbeschermde personen. In een toekomstige versie zal onderscheid worden gemaakt tussen drie beschermingsniveaus: geen bescherming, zomerkleding en winterkleding
  7. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  8. In deze beschrijving wordt uitgegaan een plasbrand. Mocht de plas nog niet zijn ontstoken is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  9. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  10. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  11. Verlies van capaciteit, die nodig voor gelijktijdige redding of eerste hulp aan slachtoffers is buitenbeschouwing gelaten, doordat deze situationeel is.
  12. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  13. Er bestaat kans op een scenario waarbij na niet directe ontsteking, afdekken van de plas nog mogelijk is. Een aanvullend schuimblusvoertuig is dan noodzakelijk. De hiervoor benodigde hoeveelheid schuim is ca. 660 l. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  14. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  15. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  16. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  17. Er bestaat kans op een scenario waarbij na niet directe ontsteking, afdekken van de plas nog mogelijk is. Een aanvullend schuimblusvoertuig is dan noodzakelijk. De hiervoor benodigde hoeveelheid schuim is ca. 660 l. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk. Het oproepen van een specialistische schuimbluseenheid  kost <60 minuten voor een plas tot 1500m².
  18. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019bijlage 3
  19. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  20. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  21. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  22. LPCGBI p.1 september 2013
  23. Leidraad GGB p.12 december 2015
  24. Leidraad GGB p.10 december 2015
  25. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  26.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  27. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  28. casus ” Het Hemeltje” Volendam

Tankwagen LPG – Warme BLEVE

bedrijven-lpg-tankwagen-warmebleveAlgemene beschrijving Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPG-tank doet oplopen [1]. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Effecten De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.

Toon alle gedetailleerde informatie Verberg alle gedetailleerde informatie

Parameters effectberekeningen
Modelleringsoftware
Effectsfile
TNO Effects 10.0.6; Dynamic BLEVE model; Explosion Rupture of vessels;
Uitgangspunten  
Stofnaam Propaan [2]
Stofcategorie GF3
Systeemgrootte 60 m3 [3]
Vullingsgraad 80%
Massa in tank 24.700 kg
Faaldruk
24,5 bar [4]
Omgevingstemperatuur 9 °C
Tank bezwijkt bij temperatuur 65 °C
Tank op oplegger Ja [5]
Fragmenten 2 ongelijke delen
Resultaten  
Duur vuurbal 11 s
Max. diameter vuurbal 170 m
Max. hoogte vuurbal 250 m
Kans van optreden

De kans op een warme BLEVE na een ongeval met een tankwagen LPG wordt bepaalt door de kans op een ongeval, de kans dat daarbij LPG vrijkomt, de kans op instantaan falen, de kans op een directe ontsteking en het aantal uren dat de tankwagen aan het lossen is. De kans op een warme BLEVE wordt geschat op 6 x 10-10 per (verladings)uur [6]

Factoren die de kans van optreden verkleinen zijn:

  • Het aantal verladingen beperken;
  • Aanrijdbeveiliging rond de opstelplaats van de tankwagen;
  • Niet gelijktijdig verladen van LPG en brandbare vloeistoffen;
  • Hittewerende bekleding op LPG-tankwagens;
  • Verbeterde vulslang.
Effecten

De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking  [7]. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.  Het slachtofferbeeld buiten wordt voornamelijk bepaald door de warmtestraling en niet door de overdruk [8] . Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de warmtestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk.

In de onderstaande tabellen zijn de effecten van warmtestraling en overdruk apart weergegeven. De tabel effectafstanden en gevolgen geeft 3 ringen aan. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwezigen te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaargewond (T1) tot lichtgewond (T3). De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade tot lichte schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de tankwagen.

De tabel effectafstanden en gevolgen is aangevuld met de onderliggende grafieken met het verloop van letaliteit (percentage doden) versus afstand en warmtestraling versus afstand. Naast de warmtestralingseffecten is een tabel met overdrukschade aan objecten binnen 4 zones weergegeven. Hierbij is de grafiek met het verloop van de overdruk versus afstand afgebeeld.

Tabel Effectafstanden en gevolgen [9]

Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Slachtoffers buiten
(0 % bescherming)
Slachtoffers buiten zomerkleding
(40 % bescherming)
Slachtoffers buiten winterkleding
(85 % bescherming)
T1T2T3T1T2T3T1T2T3
1e ring ≤ 100≥ 130100000100000901000
Grens 1e ring: 99% letaal
10013099100100000158410
2e ring100 tot 245130 tot 25341105324210535291153
Grens 2e ring: 1% letaal24525110861108601186
3e ring245 tot 38025 tot 10000270002700027
Grens 3e ring: 1% 1e grd brw 38010000100010001
Effectafstand
(meter)
Warmtestraling
(kW/m2)
Schade aan objectenSlachtoffers binnen
ten gevolge van warmtestraling en overdruk
(0% bescherming)
T1T2T3
1e ring ≤ 100≥ 130Onherstelbare schade
Alle brandbare materialen gaan
branden
40605
Grens 1e ring
1001302212018
2e ring100 tot 245130 tot 25Gemiddelde schade
Brandhaarden, ruitbreuk, vervorming van hout en kunststof.
31022
Grens 2e ring245250001
3e ring245 tot 38025 tot 10Lichte schade
Geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen.
0000
Grens 3e ring380100000

Grafiek Letaliteit vs. afstand [10]

bedrijf-lpg-warme-bleve-afstand-letaliteit

Grafiek warmtestraling vs. afstand

bedrijf-lpg-warme-bleve-afstand-hittestralling

Tabel Overdruk [11]

Effectafstand
(meter) *
Overduk
(bar) **
Schade aan objecten
Zone A ≤ 20≥ 0,80Totale verwoesting
Volledige instorting van gebouwen. Meer dan 75% van alle buitenmuren zijn ingestort.
Grens zone A
200,80
Zone B20 tot 300,80 tot 0,35Zware schade
Onherstelbare schade. 50% - 70% van de buitenmuren zijn zwaar beschadigd. De overige muren zijn onbetrouwbaar geworden.
Grens zone B300,35
Zone C30 tot 400,35 tot 0,17Gemiddelde schade
Beschadigde daken, ernstige beschadigingen aan draagconstructies, ontzette muren, scheuren in gevels.
Grens zone C400,17
Zone D40 tot 1600,17 tot 0,03Lichte schade
Ruitbreuk en schade aan deurposten (0.15 bar, tot ± 45 m). Bewoonbaar na kleine reparaties. Herstelbare schade.
Grens zone D1600,03Tot op 220 m (0,02 bar) treedt 1% Ruitbreuk dubbel glas op.
* Ten behoeve van de leesbaarheid zijn de afstanden afgerond. De overdruk effecten nemen over de afstand echter zeer snel af. Voor een nauwkeurig afstandbepaling dient de grafiek geraadpleegd te worden.
**  Zone indeling volgens: Damage (general description) at Xd. in Effects

Grafiek Overdruk vs. afstand

bedrijf-lpg-warme-bleve-afstand-ovedruk

Zelfredzaamheid en Handelingsperspectief

Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een BLEVE op zichzelf en anderen aangewezen. In onderstaande afbeelding zijn mogelijke handelingsperspectieven weergegeven. [12]

Mogelijk handelingsperspectief

Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk.

  • Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
  • Als er schuilmogelijkheden zijn, is voor personen dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief.
  • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. [13]
  • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden of instorten) is het handelingsperspectief binnenblijven.

Randvoorwaarden

De onderstaande aspecten zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op het gebied van zelfredzaamheid. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Het verloop van het ongevalsscenario:

  • De snelheid waarmee het scenario BLEVE zich voltrekt is afhankelijk van opwarmingstijd tot de explosie.
  • Na de explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 20 seconden. Dan zijn direct of in korte tijd de effecten in het plangebied merkbaar.

Herkenbaarheid van het scenario:

  • Een BLEVE is door zijn hitte ontwikkeling en knal direct waarneembaar voor aanwezigen.
  • Als de tank wordt aangestraald en nog niet is geëxplodeerd, is het gevaar van de mogelijke explosie voor ontwetende niet direct herkenbaar.

Mate van bewustzijn van de gevaren:

  • Weten dat er een ongeval is met een LPG tankwagen
  • Weten wat de gevaren zijn van LPG
  • Weten wat je moet doen in geval van een (dreigende) BLEVE

Gesteldheid van personen:

  • Fysieke gesteldheid
  • Geestelijke gesteldheid

Aanwezige voorzieningen:

  • Mogelijkheden om van de bron af te vluchten
  • Mogelijkheden om te schuilen
Optreden Multidisciplinaire hulpverlening

Brandweerzorg

Mogelijke taken

  • Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers (zie slachtoffers);
  • Bepalen van het bron- en effectgebied;
  • Voorkomen van uitbreiding en beperken van effecten door middel van het afschermen van de omgeving;
  • Stabiliseren van het incident en ontstane branden in de omgeving blussen;
  • Waarschuwen bevolking. [14]

Relevante aspecten 

  • Passende(grootschalige) slagkracht brandweer (zie capaciteit);
  • Opkomsttijd van de brandweer (zie opkomst/inzettijd) ;
  • Effectieve (grootschalige)bluswatervoorziening (zie bluswatervoorzieningen);
  • Beschikbaarheid alarmeringssysteem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.
  • Toegankelijkheid gebied [15]

Capaciteit

  • Benodigde omvang slagkracht is afhankelijk van de omgeving. Bij dit incident is uitgegaan van verstedelijkt gebied [16]. 
  • Houdt rekening met de inzet van een peloton (4  tankautospuiten)  voor redding/evacuatie en hulpverlening aan slachtoffers naar het gewondennest.[17]
  • Houdt rekening met de inzet van een tweede peloton (4 tankautospuiten) voor het koelen/blussen van de (omliggende) bebouwing [18].  Door de warmtestraling kunnen secundaire branden ontstaan in de eerste en tweede ring.
  • Houdt rekening met de inzet van ten minste een derde en eventueel vierde peloton brandweerzorg en/of aanvullende specialistische eenheden, in de vorm van technische hulpverlening voor complexe  beknellingen en grootschalige watervoorziening, ten behoeve van de bestrijding van secundaire effecten.

Opkomst/inzettijd [19]

Schematische weergave incident verloop grootschalig brandweer optreden

30 minuten
  • Norm opkomsttijd eerste peloton [20]
  • De start van de hulpverlening van 1-4 tankautospuiten wordt vastgesteld via het dekkingsplan.
45 minuten
  • Norm beschikbaarheid aanvullend tweede peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
60 minuten
  • Norm beschikbaarheid derrde/vierde peloton met een richttijd van 8 uur inzettijd.
  • Norm inzettijd aanvullende grootschalige watervoorziening.
  • Norm inzettijd Specialistische Redding&Technische hulpverlening
  • Norm inzettijd USAR (4 specialistische reddingsgroepen) is 3 uur.

Bluswatervoorziening

  • Het waterleidingnet met ondergrondse brandkranen (primaire bluswatervoorziening) heeft onvoldoende capaciteit. [21]
  • Na de BLEVE is voldoende openbare secundaire bluswatervoorziening  noodzakelijk  ten behoeve van koeling/blussing omliggende bebouwing bij voorkeur binnen 1 km. [22]

Indicatie bepaling capaciteit slachtoffers [19]

  • In de hectische fase komt via burgerhulp de redding op gang van lichtgewonden en niet beknelde personen. 
  • Noodzakelijke opschaling/bijstand wordt bepaald o.b.v. inschatting aantal slachtoffers.
  • Een indicatiebepaling van het aantal personen op een specifieke locatie is mogelijk via het invoeren van de effectcontouren in de link naar Bag populatieservice
  • Brandbestrijdings Peloton: opheffen van enkelvoudige beknelling in maximaal 4 personenwagens.
  • Peloton Redding&Technische Hulpverlening: Redden en bevrijden van maximaal 4 complexe beknellingen per uur.
  • USAR team: Zoeken, redden en bevrijden na bijv. instortingen gebouwen.

 

Optreden Geneeskundige hulpverlening

De geneeskundige hulpverlening start met de processen: triage en traumabeoordeling [24]  , behandelen van slachtoffers, inrichten van een gewondennest en vervoer naar ziekenhuizen. Aandachtspunt is mogelijkheid om te kunnen keren/vertrekken voor ambulances. Na een BLEVE verlenen omstanders hulp. Een deel van de slachtoffers komt als zelfverwijzer op de eerste hulp.  Er zijn meer slachtoffers te verwachten door warmtestraling dan slachtoffers met mechanisch letsel door overdruk.
Relevante aspecten bij de effecten van een BLEVE zijn: aantal slachtoffers, type slachtoffers en type letsel. Deze zijn locatie afhankelijk en staan in relatie tot elkaar.

Aantal slachtoffers

<10
  • In beginsel zijn voldoende middelen op de ambulances aanwezig.  Voor specialistische hulpverlening aan kinderen zijn minder hulpmiddelen aanwezig waardoor middelen snel zijn uitgeput.
 10
  • Het LPCGBI treedt in werking [25].
  • De leidraad GGB kan in werking worden gesteld. [26]
> 250
  • De grens wordt bereikt van het aantal slachtoffers dat kan worden vervoerd. Uitgegaan wordt van 250 slachtoffers waarvan 25 T1, 75 T2 en 150 T3. [27]

Type slachtoffers

  • Aandachtspunt is operationele voorbereiding op het behandelen van kinderen met ernstige brandwonden (locatiespecifiek). Dit vereist een aangepast gewondenspreidingsplan [28].
  • Aandachtspunt is hulp aan verminderd zelfredzame personen (zorginstellingen).

Type letsel

  • Door warmtestraling ontstaan uitwendige brandwonden. Overdruk veroorzaakt oog/oor letsel, fracturen door instorting en letsel door ruitbreuk [29]
  • Stabilisatie van brandwondenslachtoffers is mogelijk in elk level 1 ziekenhuis  [30]. Specialistische behandeling van brandwonden kan in een beperkt aantal centra in Nederland plaatsvinden [31].
  • Extra aandacht bij de operationele voorbereiding is noodzakelijk bij verhoogde kans op slachtoffers uit de groep van ouderen en kinderen.
  • Communicatie is mogelijk moeizaam i.v.m. gehoorschade.
  • Nazorg voor psychotrauma (maanden tot jaren) is te verwachten  [32].

Optreden politie en gemeente (Hulpverlening)

Mogelijke taken

Politie

  • Afzetten van het effectgebied
  • Aanwezige personen in het effectgebied laten schuilen of vluchten
  • Gidsen van brandweervoertuigen en ambulances

 

Gemeente

  • Opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Voorlichting/communicatie over het ongeval
  • Registreren van slachtoffers

Randvoorwaarden

Politie

  • Operationele voorbereiding op het afzetten van een groot effectgebied
  • Voldoende mensen en middelen om het effectgebied af te kunnen zetten
  • Een operationeel mobiliteitsplan

Gemeente

  • Operationele voorbereiding op het opvangen en verzorgen van personen uit het effectgebied
  • Voldoende locaties en personeel voor de opvang en verzorging van personen uit het effectgebied
  • Operationeel voorlichting- en communicatieplan
Maatregelen

Kansbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Wegnemen van de risicobron Het wegnemen van de risicobron neemt de kans op het scenario weg.
Begrenzen van de doorzet Minder vervoersbewegingen betekent een vermindering van het aantal keer dat het scenario zich voor kan doen en dus neemt de kans op het scenario af.
Geïsoleerde opstelplaats voor de tankwagen met aanrijdbeveiliging  Door de extra beveiliging van de tankwagen is de kans kleiner op een aanrijding met de tankwagen, waardoor de kans op het scenario afneemt.
Opstelplaats op een (wegrijstrook) met een toegestane snelheid van maximaal 70 km /u

Door de snelheid van het omliggende verkeer te verlagen wordt de kans op een doorboring van de tankwagen bij een aanrijding kleiner.

Effect en gevolgbeperkend

Maatregel Werking van de maatregel
Afstand houden tot activiteit met gevaarlijke stoffen Dicht bij de plaats van het scenario zijn de effecten het meest merkbaar. De warmtestraling neemt af naarmate de afstand toeneemt.
Verdeling typen gebouwen Door rekening te houden met het type bebouwing kan het aantal mogelijke slachtoffers bij het scenario worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door het zodanig verdelen van gebouwen in een gebied dat de meer kwetsbare gebouwen worden beschermd door minder kwetsbare gebouwen.
Venstertijden Door gebruik te maken van venstertijden voor het bevoorraden van een tankstation worden de risicovolle en kwetsbare activiteiten gescheiden.  
Bouwwerken als afscherming Ook door middel van bouwwerken, zoals gebouwen of tunnels, kan schaduwwerking gerealiseerd worden. Een gebouw  tussen de  activiteit met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten/vluchtroutes kan dienen als afscherming. Eerstelijns bebouwing kan een deel van de kracht van de explosie breken.
Objecten loodrecht op de bron plaatsen  Door objecten loodrecht op de risicobron te plaatsen, met de kortste zijde aan de kant van de risicobron, wordt het grootste deel van de gevels beschermd tegen de frontale effecten van een drukgolf.
Obstakelvrije ruimte tussen bron en bebouwing Een obstakelvrije ruimte tussen de risicobron en de risico-ontvanger beperkt rondvliegend puin bij een explosie.
Toepassen van brandwerend metselwerk De keuze van het metselwerk bepaalt de brandwerendheid van de gevel. 
Gebruik maken van minerale wolisolatie Minerale wolisolatie is onbrandbaar.
Toepassen van brand- en hittewerende beglazing Brand- en hittewerende beglazing bestaat uit gelaagd glas, samengesteld uit twee of meer lagen blank floatglas en één of meer speciale opschuimende tussenlagen. In geval van brand vormen deze tussenlagen een beschermend schild.
Toepassen van scherfvrij glas Scherfvrije veiligheidsbeglazingen blijven op hun plaats in de sponning na een schokgolf als gevolg van een explosie van buitenaf.[33]
Gebruik maken van houten en stalen kozijnen Houten en stalen kozijnen zijn getest voor een brandwerende toepassing. Kunststof kozijnen (zonder stalen vulling) zijn niet brandwerend.
Scherfwerking beperken Materialen gebruiken die mensen beschermen tegen scherfwerking, zoals daktegels ipv grind.
Dikke gevel Een dikkere gevel kan bescherming bieden tegen een explosie. Het bedekken van de muur met cortenstaal kan een gevel ook explosiebestendig maken.
Stevige wanden Wanden voorzien van blastproof wallpaper kunnen het risico op verwondingen door rondvliegend puin beperken.
Toepassen van een gesprinkelde buitengevel Bij een gesprinkelde buitengevel wordt water automatisch over de gevel gespoten in geval van een calamiteit.
Hoogteverschillen creëren en benutten Door hoogteverschillen in de omgeving te creëren of te benutten kan schaduwwerking gerealiseerd worden om mensen meer tijd te bieden om te vluchten naar veiligere plekken. Hoogteverschillen kunnen bijvoorbeeld gecreëerd worden door het aanbrengen van een wal of scherm.
Aarden wal aanbrengen Door een aarden wal aan te brengen tussen de risicobron en de risico-ontvanger wordt de risico-ontvanger bij een explosie afgeschermd van rondvliegende scherven/puin en de drukgolf wordt afgebogen.

Bevordering van de zelfredzaamheid

Maatregel Werking van de maatregel
Duidelijke vluchtroutes aanbrengen Door duidelijke vluchtroutes aan te brengen kunnen mensen het gebied gemakkelijker verlaten. 
Risicocommunicatie Door te communiceren over de mogelijke scenario’s in een gebied het bete handelingsperspectief worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario.
Galerij / trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw plaatsen Door de galerij/trappenhuis aan de schaduwzijde van een gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling.
Onderhouden schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk, zodat ten alle tijden van een ongeval de schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
Verzamelplaatsen bepalen en geschikt maken voor een (dreigende) bleve-gaswolkexplosie De verzamelplaats dient dan als een schuilplaats als mensen binnen in het gebouw niet meer voldoende beschermt zijn tegen het scenario.
De (bedrijfs)noodplannen oefenen op een bleve-gaswolkexplosie  Door te oefenen met het bleve-gaswolkexplosie-scenario in de (bedrijfs)noodplannen weten de werknemers wat ze moeten doen in het geval van een echte calamiteit.

Bevordering van de hulpverlening

Maatregel Werking van de maatregel
Werkende communicatiemiddelen Tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel van de communicatie plaatst via radio, internet en telefoon. Het is hierbij van belang dat zendmasten op afstand van de activiteiten met gevaarlijke stoffen staan, zodat deze ook tijdens een ongeval werken.
Waarschuwingsmiddelen Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken.
Afstemming hulpdiensten Het handelingsperspectief dat aan mensen wordt geboden ten tijden van een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten, zodat de inzet van de hulpdiensten kan aansluiten bij dit handelingsperspectief.
Bluswater Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld.
Voorbeeld

Incident : LPG tankstation met meerdere tanks LPG
Locatie : Zuid Korea
Bron: http://www.metacafe.com/watch/320775/propan_explosion/

  1. Bij een LPG-tankstation zal het ongeval ontstaan bij de tankwagen die LPG lost.
  2. Hoewel LPG een mengsel is van propaan en butaan (Bron: PGS18, v1.0, p66, december 2013), blijkt er uit de berekeningen van Effects slechts marginale verschillen te zijn tussen beide stoffen.
  3. De hoogst toelaatbare massa van de vulling per liter inhoud is voor propaan 0,42 kg (ADR, p656, 2015).
  4. Rekenmethodiek voor LPG tankstations, v1.2, p8, RIVM, 5 november 2014.
  5. Indien de tank niet op een oplegger staat maar op de grond, zullen de overdruk effecten grotere afstanden kennen omdat de drukgolven door
    de grond weerkaatst worden.
  6. Rekenmethodiek voor LPG tankstations, v1.2, p7, RIVM, 5 november 2014.
  7. Fragmenten á 700 kg kunnen circa 300 meter weggeslingerd worden en dodelijk slachtoffers veroorzaken.
  8. Bij BLEVE is de overdruk bepalend voor de ruitbreukafstand. Deze waarde wordt vermeld in de tabel overdruk. In het model wordt de ruitbreuk ten gevolge van de hittestralingseffecten vergeleken met de ruitbreuk ten gevolge van de overdrukeffecten. Vervolgens wordt het bepalende effect mede gebruikt voor de berekening van de slachtofferpercentages binnen.
  9. Onderbouwing-van-de-slachtofferinschatting-van-het-scenarioboekEV.
  10. Afstanden op basis van geen bescherming en buitenshuis.
  11. Overdruk leidt vooral tot schade aan gebouwen. Voor het slachtofferbeeld zijn de effecten van warmtestraling bepalend.
  12. In deze beschrijving wordt uitgegaan een BLEVE. Mocht de tank nog niet zijn ge-explodeert is er meer tijd voor het handelingsperspectief.
  13. Dit is gebaseerd op berekeningen voor woningen en kantoren. Niet voor ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
  14. goed werkend internet en mobiele telefonie, buurten ten behoeve van zelfredzaamheid, risicocommunicatieplan
  15. tweezijdig toegankelijk, vluchtroute scheiden van route voor hulpdiensten, vluchtroute van de risicobron af Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019Hoofdstuk 4
  16. Bij buitengebied is geen afscherming naar omliggende gebouwen nodig
  17. Er bestaat een kans op een scenario waarbij nog sprake is van dreigende warme BLEVE. Met de tankautospuiten van het eerstaankomende peloton wordt ingezet om BLEVE te voorkomen en is afhankelijk van situatie  aanvullende technische hulpverlening (HVI) nodig. De inzet van een tweede peloton is dan niet noodzakelijk
  18. Uitgangspunt: in het incidentgebied met een straal van 50m, een omtrek van ca. 300m en 50% bebouwing zal een gevellengte van ca. 150m moeten worden gekoeld/geblust. Op basis van het kengetal van 50m per TS zijn hiervoor ten minste 3TS-en nodig
  19. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  20. Norm inzetbaarheid eerste basispeloton (alle 4 tankautospuiten) is 30 minuten  doorontwikkeling Grootschalig Brandweeroptreden p20
  21. Ook in de situatie van een dreigende warme BLEVE is beschikbaarheid van een aanvullende secundaire bluswaterbron (put en/of open water) noodzakelijk. Op grond van de capaciteit van een ondergronds brandkraan van 500 l/min ten opzichte van de minimale benodigde hoeveelheid bluswater van 900 l/min berekend  op basis van het koelen van een tankwagen (90m2, koelen 10 l/m2/min)  via een waterkanon met een capaciteit van 2000 l/min. De situatie wordt gestabiliseerd door middel van koelen/afschermen van de tank. Afhankelijk van de constructie en de intensiteit van brand vindt binnen 20 minuten een BLEVE plaats. Bij een tank met een onbeschadigde coating wordt een mogelijke BLEVE uitgesteld tot 75 minuten.
  22. Peloton Grootschalige watervoorziening: Capaciteit: 2×4000 l/min over 1 km of 2 x 2000l/min over 2,5 km. Afstand locatie tot geschikte waterwinplaats en slangenweg bepaalt de inzettijd>1,5 uur.
  23. Visie Grootschalig Brandweer Optreden 2012-2016 en
    Doorontwikkeling Grootschalig Brandweer Optreden(GBO) september 2018 visie 2.0
  24. De Nederlandse slachtofferregistratiekaart p.3. oktober 2006
  25. LPCGBI p.1 september 2013
  26. Leidraad GGB p.12 december 2015
  27. Leidraad GGB p.10 december 2015
  28. Voor kinderen is ander materiaal benodigd. Ouders en kinderen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst. Dit is een complexe factor in het gewondenspreidingsplan
  29. Bij BLEVE zijn hitte stralingseffecten leidend t.o.v. overdruk effecten . De effectafstand van overdruk valt in de tweede ring (1% letaal)warmtestraling
  30.  landelijk netwerk acute zorg www.lnaz.nl 
  31. Beverwijk, Rotterdam, Groningen
  32. Casus Volendam, “Het hemeltje”
  33. Anteagroup, Beglazing in explosieaandachtsgebieden, Toepassing scherfvrij glas, 8 april 2020